PROVINCIAAL KLIMAATPLAN 2030

Europa zou tegen 2050 klimaatneutraal moeten zijn, dat staat in de greendeal. Maar de VS, Azië, Rusland en China doen liefst niet teveel toezeggingen… De afgevaardigden van de meest vervuilende landen stuurden trouwens hun kat naar de klimaatconferentie te Glasgow.

Los van het feit dat de EU slechts verantwoordelijk is voor 6,6 % van de wereldwijde uitstoot, wat minder is dan wat India op zijn eentje uitstoot en in het niet zinkt naast China dat 29 % uitstoot, wil ik het hier niet hebben over het nut van klimaatplannen of mij niet mengen in al of niet wetenschappelijke discussies over mogelijke invloeden en procenten, maar mij integendeel wel richten op de inhoud van dit provinciale klimaatplan.

Dat het klimaat een natuurlijke golfbeweging kent van opwarming en afkoeling en dat wij, naast de invloed van de zon, de oceanen , de verschuiving van de tektonische platen en de kanteling van de aarde en de wijziging van het magnetische noorden op aarde, slechts voor een heel klein deel verantwoordelijk zijn voor deze klimatologische wijzigingen, betekent niet dat wij niets moeten doen. Integendeel.

We moeten al het mogelijke doen om sober om te gaan met onze aarde en vooral met haar, al dan niet fossiele , grondstoffen. We moeten al het mogelijke doen om te kunnen leven in een gezond milieu en om onze kinderen en kleinkinderen een veilige en gezonde toekomst te kunnen bezorgen.

Maar we moeten er ook voor zorgen dat onze wereld, Europa, Vlaanderen en zeker onze provincie, leefbaar blijven. Leefbaar, niet alleen op milieugebied, maar minstens ook op sociaal en economisch vlak (level playing fields). Onze inspanningen voor het klimaat moeten bijgevolg milieuvriendelijk en duurzaam zijn. We mogen ons niet laten verleiden om van dit welvarend Europa een economisch ontwikkelingsgebied te maken. Want ook dat bepaalt de leefbaarheid van ons volk.

Onze oprechte inspanningen mogen zeker niet leiden tot onze economische ondergang en tot economisch voordeel van diegenen die op de klimaatconferentie afwezig bleven…

Laat ons dus rustig , maar vooral realistisch dit provinciaal klimaatplan aan een nader onderzoek onderwerpen.

Ik lees in dit plan heel mooie woorden en ik wil hier vooral het schrijfteam, de ad hoc experts en de stuurgroep danken voor het uitmuntende en gedegen werk dat werd geleverd bij het opstellen van dit plan, dat bol staat van wetenschappelijk onderbouwde cijfergegevens en bijna de vorm krijgt van een wetenschappelijke studie, met en volgbare en begrijpelijke logica. – Het Klimaatplan is trouwens duidelijk niet alleen een Klimaatplan, maar ook een Milieuplan. Maar dat is goed want beiden zijn verweven. Proficiat hiervoor. 

Maar het gaat hier niet om een wetenschappelijke studie maar om een politiek gestuurd project. Het blijft een plan van de politieke meerderheid waarin weinig potten worden gebroken.

In het huidige klimaatplan 2020, dat in 2014 werd goedgekeurd werden 3 hoofddoelen gedefinieerd:

  • In 2020 is de provincie als organisatie klimaatneutraal
  • In 2020 zijn minstens 20 % van de gemeenten klimaatneutraal
  • Burgers worden gestimuleerd om effectief een reductie in de broeikasgasuitstoot te realiseren.

Niettegenstaande alle geleverde inspanningen werd geen van deze drie doelstellingen gehaald. Uw plan was blijkbaar toen al onrealistisch en onhaalbaar. Iets te ambitieus dus.

U wilde de broeikasgasuitstoot verminderen door:

  • Energie te besparen
  • Zelf groene energie op te wekken of aan te kopen
  • Compenseren door bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen op een andere locatie te betalen.

Het grote voordeel is dat een aantal zaken werden bestudeerd en gemeten. Er kwam een broeikasgasinventaris, een duurzaamheidsscreening, een participatietraject voor klimaatbeleid en een catalogus klimaatmaatregelen.

Resultaat: de broeikasgasuitstoot werd met 15,9 % verminderd. Slechts 3 gemeenten zijn klimaatneutraal en 43 % van de lokale besturen zijn nog bezig met de opvolging van de uitstoot…bij enkele gemeenten is de uitstoot gestegen en bij enkele is de uitstoot gezakt tussen 2 en 66 %. Maar geen nood de resterende uitstoot kan worden gecompenseerd in het zuiden….

En deze compensatie kost de burger veel geld en valt natuurlijk niet te controleren, er is  hier dus geen enkele resultaatsverbintenis. Of gaat de deputatie een jaarlijkse delegatie sturen naar Peru om daar te gaan opmeten welke bijkomende oppervlakte met bomen werd beplant?

Ok dat we de resterende uitstoot van de provincie compenseren. Maar niet in het buitenland, maar in eigen land. Beter controleerbaar en we zijn al te veel verstedelijkt. Hier compenseren kan dit verbeteren

De meest meetbare en zichtbare resultaten vinden we in de aanleg van fiets-o-strades en de resultaten van de dienst integraal waterbeleid m.b.t. de aanleg van overstromingsgebieden en herstel van de natuurlijke beddingen van waterlopen, en in de aan de gang zijnde energietransitie in onze provinciale domeinen.

Het voorliggende klimaatbeleidsplan is blijkbaar minder ambitieus :

Er gaat vooral geld naar studie, onderzoek en planning: De focus ligt op proefcentra, niet op realisatie.

In principe kan natuurlijk niemand iets tegen de 7 strategische doelstellingen van het klimaatplan 2030 hebben.

Voorwaarde is wel zoals eerder gezegd dat we in een wereld blijven, die leefbaar is in alle opzichten.

Toch wil ik enkele opmerkingen en vragen aangaande dit plan op een rijtje zetten:

Het bevat 227 acties waarvan 155 beslist beleid. Er zijn er goede bij, er zijn er vage bij, waar ik op mijn honger blijf hoe ze uitgewerkt gaan worden en wel concreet resultaat gaan brengen.

Wat ik niet terugvind is wat elk van die actie kost/gaat kosten, inclusief mankracht. In die zin ben ik benieuwd naar de resultaten van de ‘Werkgroep rond Financiering’.

  1. Organisatie klimaatneutraal en klimaatveilig

Er werd blijkbaar geen rekening gehouden met de recyclage van zonneboilers , windmolens, batterijen en zonnepanelen?

Of speelt dit niet mee in het kader van de duurzaamheid. Duurzaamheid is waarschijnlijk een van de meest misbruikte termen in onze samenleving.  Is een elektrische wagen duurzaam, wetende dat hij deels werd gebouwd op kinderarbeid, uitbuiting en roofbouw op onze grondstoffen. Wetende dat heel wat onderdelen in het buitenland worden geproduceerd en overzee moeten worden getransporteerd?

Is een windmolen duurzaam, wetende dat de afgedankte carbonwieken niet gerecycleerd kunnen worden en momenteel verdwijnen onder de aarde in de Amerikaanse woestijnen?

Is een zonnepaneel duurzaam wetende dat het niet kan gerecycleerd worden en dat hun capaciteit al na 15 jaar sterk afneemt tot de helft?

Is werken met elektriciteit duurzaam, wetende dat we onze energie moeten aankopen in het buitenland. In Duitsland dat nog met steenkool en gas elektriciteit produceert, of in Polen dat nog met bruinkool werkt, of in Frankrijk dat zijn elektriciteit uit kernenergie haalt, terwijl we hier de kernenergie afbouwen?

We gebruiken duurzame aankoopgidsen, maar voor de koffie worden nog steeds papieren zakjes met poedermelk en suiker gebruikt…. Dit heet dan duurzame en lokaal geproduceerde voeding?

We verduurzamen onze watervoorziening en -gebruik…. Maar hier in het provinciehuis komt er alleen warm water uit de kranen van de lavabo’s bij de toiletten…

  • Klimaatbewustzijn groeit bij iedereen

U beoogt een klimaatbewuste en zelfredzame samenleving

iedereen klimaat bewuster maken is een goede zaak. Alles hangt er echter van af op welke manier je dat doet en met welke argumenten. Andere meningen en zelfs dissidentie moeten ook steeds aan bod kunnen komen. Dat is het wezen van democratie.

De samenhang van klimaatbewust leven met een zelfredzame samenleving ontgaat me, aangezien we nu al een groot deel van onze energie moeten aankopen en er al verschillende jaren op rij angst is voor stormpannes en stroombeperkingen.

Gelukkig blijft de provincie via de werking van Kamp c en Hooibeekhoeve inzetten op onderzoek, begeleiding en sensibilisatie voor de , ik citeer “transitie naar een landbouwsector in harmonie met de omgeving, waarbij bijvoorbeeld alternatieve productiemethoden onderzocht worden met een betere balans tussen rendement, dierenwelzijn en impact op het milieu” zoals gedeputeerde Lemmens het zo mooi verwoordde

De transitie in de landbouw is echter niet van die aard dat kleine landbouwbedrijven dit aankunnen.; zodat het onmogelijk wordt om onze voeding lokaal te produceren of aan te kopen.

  • We versterken de open ruimte als klimaatbuffer

U wil de open ruimte versterken als klimaatbuffer. U wil dat doen door ontharding

Maar de fiets-o-strades die de provincie aanlegt blijven nog steeds hard en niet water doorlatend.

Bovendien wil u de natte natuur herstellen door o.a. 5 overstromingsgebieden aan te leggen en door de waterkringloop te sluiten.

Maar de op de gecreëerde overstromingsgebieden worden geen water-regulerende bomen zoals wilg of populier of planten zoals riet aangeplant. Nochtans hebben deze bomen een grote water absorberende eigenschap en een grote luchtzuiverende werking, en hebben ze ene verkoelende functie op hittedagen. Het waterabsorptie vermogen van riet is algemeen bekend, maar het heeft bovendien ook een water zuiverend effect en heft een positief effect op het zuurstofgehalte in het ware en op de waterbiodiversiteit.

U werk samen met natuurpunt, dat in Turnhout een vennengebied creëerde van ca 100 ha. Maar dat vennengebied is omgebouwd tot schrale heidegrond, niet tot moerassig bosgebied.

  • Stads-en dorpskernen klimaatneutraal en klimaatveilig

U wil een een fijnmazig groenblauw netwerk uitbouwen, maar de deputatie levert nog altijd omgevingsvergunningen af waarbij oude waterafvoerbeekjes, die intussen deels zijn verzand en dichtgegroeid, volledig worden dichtgelegd en overbouwd…

De meeste beken in dorpen en steden zijn gewone riolen geworden…

De beekherstelprojecten werken blijkbaar enkel in rurale gebieden en niet in dorps- en stadkernen…

U wil de ongewenste bebouwing en het oneigenlijk gebruik van bebouwing in de open ruimte verminderen , maar enkel in agrarische context.

De deputatie slaagt er blijkbaar niet in om in een dorps-of stadcontext een onderscheid te maken tussen verharde en onverharde open ruimte en staat in het kader van stadsinbreiding ook het bebouwen van de bestaande groene open ruimten in de steden toe, zodat zowel de verharding als de opwarming toeneemt in de steden.

  • Energie is maximaal lokaal en hernieuwbaar

U wil de samenwerking organiseren rond hernieuwbare energie op de bedrijventerreinen, maar staat toe dat dag en nacht grote energie- opslorpende lichtreclames worden gebruikt.

  • Onze mobiliteit is gezond en met minder CO2 uitstoot

Het heeft weinig nut om hier de vervuilende wagens te bannen als ze in Azië en Afrika gewoon blijven rondrijden. Waarom voorzien de provincie niet in een premie voor sloop van oude wagens, zodat ze niet terug in omloop kunnen worden gebracht. Het effect hiervan zou dubbel zijn: u bevordert de recyclage van gebruikte  grondstoffen en vermindert effectief de uitstoot van broeikasgassen op wereldvlak. Provincie tevreden, burger tevreden, Europa tevreden.

  • Onze economie is klimaatneutraal en klimaatveilig georganiseerd

U wil korte ketenproductie stimuleren en lokale producten promoten, maar , maar gaat in de landbouw dan wel experimenteren met sorghum, een Afrikaanse graansoort.

Op het eerste zicht een lovend initiatief, maar wordt ook rekening gehouden met de mogelijke neveneffecten? We voerden aardappelen in en tegelijk ontdekten we de bestrijding van de coloradokever, we hebben onze tuinen vol geplant met buxus en worden nu overstelpt door buxusmotten, …

Tot slot kunnen we stellen dat dit klimaatplan weinig ambitieuze resultaatsverbintenissen inhoudt en nog heel wat lacunes bevat.

In de inleiding schetst u de Europese , federale en Vlaamse context, en even terecht stelt u dat de Europese tussentijdse doelstellingen werden aangescherpt. Tenslotte moet een klimaatplan binnen onze provinciale bevoegdheden, competenties liggen en betaalbaar en duurzaam zijn. Maar dit alles mag geen drempel zijn om op korte termijn effectieve en voor de hand liggende acties door te voeren.

En vandaar een milde onthouding.

tussenkomst gebracht door Erik De Quick op de provincieraad van 25/11/2021

windturbines KMO-zone Duwijck Lier

Ecopower (in samenwerking met de POM Antwerpen) heeft een vergunningsaanvraag ingediend om in de KMO-zone Duwijck te Lier 2 windturbines te plaatsen. Het betreft OMV_2021124163  –  vergunningsaanvraag 2021/410

Het Buurtgenootschap Duwijck kwam hiertegen in het verzet en heeft met een schrijven van 20/8/2021 een gesprek aangevraagd met dhr De Strycker, Algemeen Directeur van de POM.  

Tijdens de gemeenteraad van oktober maakte de betrokken schepen van Lier bekend dat ze negatief advies zullen geven. De schepen geeft bovendien een alternatieve locatie voor de windturbines.

Zie ook GvA artikel :
“Stad geeft negatief advies voor bouw van twee windturbines:
https://www.gva.be/cnt/dmf20211026_92405005
 
Het buurtgenootschap heeft ook een voorstel gedaan voor een duurzaam verantwoord alternatief voor de POM gronden tussen industriezone Duwijck en Paaiestraat, Dries, Duwijckstraat.

Ik citeer:
Deze zou een mooie uitbreiding vormen van het bestaande provinciaal Natuurreservaat  Plaslaar (waterbekken)  met daarbij complementaire aansluiting bij de bestaande groenbuffer van industriegebied Duwijck. 
Tevens, en bovendien zou dit een complementaire, nuttige bescherming vormen voor het agrarisch gebied naast het Natuurreservaat Plaslaar dat beschreven wordt als  “biologisch zeer waardevol mesofiel hooiland en als complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen” (cfk. Uitgebreide Natuurtoets , Antea Group juli 2021).

Eind oktober heeft het Buurtgenootschap het voorstel tot uitbreiding van bestaand Natuurreservaat Plaslaar op de agrarische gronden voorgesteld aan de POM : Dhr P. De Strycker en Penneman.

Hierover stelde Bruno Valkeniers graag volgende vragen:
Hoe reageert de POM op het verzet van het buurtcomité op de bouw van die windturbines?
– Gaat de POM die KMO zone verder uitbreiden?
– Of volgen ze het voorstel van het buurtcomité tot uitbreiding van het bestaand Natuurreservaat Plaslaar?
– Wat is het standpunt van de Deputatie in deze?


In antwoord op uw schriftelijke vraag i.v.m. windturbines KMO-zone Lier,
kunnen wij u het volgende meedelen :
In 2018 sloot de POM Antwerpen een overeenkomst betreffende een recht van opstal voor de bouw en exploitatie van windturbines te Lier met Ecopower. Deze overeenkomst is op 15 maart 2021 vernieuwd. POM Antwerpen heeft in het gebied waarnaar het buurtgenootschap verwijst, enkele percelen.
Voor zover POM Antwerpen weet, diende Ecopower een omgevingsvergunning in. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek heeft het buurtcomité zijn bezwaren geuit. POM Antwerpen gaat ervan uit dat Ecopower, als specialist in windmolens, alle wettelijke verplichtingen heeft nageleefd.
POM Antwerpen heeft inderdaad kennis genomen van het standpunt van het buurtcomité. Gezien voormelde overeenkomst heeft POM Antwerpen daar geen rechtstreekse invloed op.
Gaat de POM die KMO zone verder uitbreiden ?
De gehele zone, ook de enkele percelen van POM Antwerpen, liggen in Herbevestigd Agrarisch Gebied, zodat een ontwikkeling van een KMO-zone op dit moment niet mogelijk is.
Of volgt POM het voorstel van het buurtcomité tot uitbreiding van het
bestaand Natuurreservaat Plaslaar ?
POM Antwerpen heeft als eerste opdracht het duurzaam ontwikkelen van ruimte voor ondernemen. Indien zij de uitdrukkelijke opdracht krijgt van een lokale of bovenlokale overheid, onderzoekt POM Antwerpen dergelijke concrete vragen steeds. Echter, deze specifieke vraag van het buurtcomité behoort niet tot de kernexpertise van de POM Antwerpen. De bestemming van gronden is in de eerste plaats de bevoegdheid van diezelfde lokale en bovenlokale overheden.
Wat is het standpunt van de Deputatie in deze?
De windturbines waarvan sprake vallen onder een “klasse 1 vergunning”.
Dit betekent dat het de deputatie toekomt om te oordelen over de vergunning in eerste administratief aanleg. De procedure voor dit windturbineproject is opgestart op 6 september 2021 en is nog lopende.

11 juliviering

Het is een traditie dat onze partij op 11 juli Vlamingen die hun leeuwenvlag uithangen, beloont met een kleine attentie.
Ook dit jaar jaar heeft onze afdeling in Edegem de straten doorkruist en een gepast geschenkje aangeboden aan de trotse Vlamingen die hun vlag hebben uitgehangen.

De vrijwilligers van dienst: Wim, Maria, Anita, Erland en Stefan

waterbeheersing in de bebouwde woonkernen

De recente stortregens van vrijdagavond 4 juni, rond 17.30 u zorgden in de provincie Antwerpen, maar vooral in de Kempen voor grote wateroverlast. Grote delen van Turnhout, Retie, Balen en Herentals stonden blank. Meestal was de wateroverlast te wijten aan het feit dat het debiet van de riolen te klein was om het water tijdig af te kunnen voeren, waardoor regenwater via afvoerputjes naar de riolen, kelders, huizen binnenliep en straten onder water zette.
Binnenkort krijgen we bij de aanhoudende warmte vermoedelijk alweer signalen van een tekort aan grondwater met bijhorende droogteproblematiek.

•        De hoofdreden is vooral te zoeken in de stadsinbreidingen waarbij grote oppervlakten met waterondoordringbaar beton en asfalt worden bedekt en de ermee gepaard gaande verdwijning van de vele groene ruimten in steden en gemeenten. De Vlaamse gemeenschap dringt aan op stadsinbreiding, wat inhoudt dat de open ruimten in de steden en gemeenten zoveel mogelijk dienen benut te worden voor bebouwing;

•        Een andere reden is te vinden in het verdwijnen van volwassen bomen en beplanting en het dichtleggen van kleine beekjes en historische afwateringen waardoor de waterhuishouding in de grond danig wordt verstoord.

•        Een derde reden is natuurlijk dat de groei van de bewoning niet consequent wordt gevolgd door een groei van de afvoerkanalen.

De gevolgen hiervan zijn niet te overzien. Niet enkel wordt het risico op wateroverlast sterk verhoogd, maar ook het grondwaterpeil daalt hierdoor noemenswaardig, met alle mogelijke gevolgen van dien op mens en milieu, denken we maar aan het dreigende drinkwatertekort.

In de landelijke gebieden van onze provincie kunnen we trouwens een evolutie in de goede zin vaststellen, maar in de stedelijke gebieden of gebieden met verdichte woonkernen is het probleem totaal niet onder controle.

Collega Erik de Quick stelde volgende vragen:

  • Is de deputatie zich voldoende bewust van het belang en de noodzaak om dringend werk te maken van een degelijke waterbeheersing , vooral in de verstedelijkte gebieden.?
  • Een aantal zaken worden wel opgenomen in de omgevingsvergunning, maar ik stel vast dat de uitvoering niet altijd overeenstemt met de planning en dat bijvoorbeeld de groendaken niet de waterbufferende werking hebben die wordt beoogd, dat de wadi’s onvoldoende opvangcapaciteit hebben bij stortregens en dat bestaande afvoerbeekjes (grachten en sloten en ondergrondse afwateringen) worden dichtgelegd. Heeft de deputatie in uitvoering van het Milieuhandhavingsdecreet opdracht gegeven aan de provinciale toezichthouders om een streng toezicht te houden op de onbevaarbare waterlopen van 2e en 3e categorie? Heeft de deputatie al aangedrongen bij de Vlaamse overheid tot aanpassing van de normeringen met betrekking tot waterbeheersing in de reglementering die dient gevolgd te worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning?
  • In hoeverre houdt de deputatie bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening met het belang van de groene binnengebieden en het behoud van kleine sloten en/of al of niet ondergrondse afwateringen (meestal dichtgeslibde historische sloten en afwateringen) ?
  • In hoeverre heeft de deputatie overtredingen vastgesteld en werd opgetreden bij wantoestanden?  Wanneer spreekt de deputatie van “wantoestanden”?
  • In de omgevingsanalyse van het departement leefmilieu, Beleidsmaterie Integraal Waterbeleid wordt in de rubriek “ruimte voor water” gezegd: “Ook via de watertoets en adviezen in het kader van de omgevingsvergunningen en planningsinstrumenten wordt getracht ruimte voor water te vrijwaren en/of te creëren”. Gelet op de recente overstromingen, denk de deputatie dat deze betrachting voldoende is geweest? Hoe wil de deputatie deze betrachting in verstedelijkte gebieden verwezenlijken?
  • In hoeverre houdt de deputatie, in uitvoering van het milieuhandhavingsdecreet, toezicht op de efficiënte aanleg van groendaken en waterdoorlatende bodembedekkingen bij bouwprojecten?
  • Welke maatregelen heeft de deputatie genomen om in een stedelijke context aan te sturen op ontharding van de oppervlakten en in het beogen van een zo groot mogelijke provinciale betonstop?
  • Hoe rijmt de deputatie de betrachting tot ontharding van de ruimten, met het standpunt van de Vlaamse Gemeenschap inzake stadsinbreiding?
  • Is de deputatie van plan om strenger toe te zien op de naleving van maatregelen in functie van een betere waterbeheersing.
  • Zal de deputatie in overleg gaan met de gemeenten om deze problematieken aan te kaarten en op te lossen?
  • Is de deputatie van plan om haar verantwoordelijkheid te nemen en schadeloosstellingen te voorzien?

uit het verslag provincieraad 24/06:
De heer LEMMENS antwoordt dat de belangrijkste schadeoorzaak ten gevolge van wateroverlast het gebrek aan ruimte voor water is. In extreme situaties is er in Vlaanderen op heel wat plaatsen onvoldoende ruimte beschikbaar om op korte termijn veel regen op te vangen zonder schade. Dit is onder andere te wijten aan fouten uit het verleden binnen de ruimtelijke ordening waarbij er minder zorgvuldig werd omgesprongen met het verlenen van vergunningen, bebouwing en de grote bevolkingsdichtheid in Vlaanderen. Het ruimtebeslag is ook in onze provincie behoorlijk groot. 

De provinciale toezichthouders die bij de dienst Integraal Waterbeleid zijn aangesteld, hebben geen bevoegdheden met betrekking tot de omgevingsvergunningen. Voor de handhaving op de omgevingsvergunningen is de provincie niet bevoegd, wel Vlaanderen en de gemeenten. 


Bij het aansnijden van groene binnengebieden en aanvragen in de buurt van waterlopen houdt de deputatie rekening met verschillende aspecten van ontharding en vergroening bij het verlenen van de omgevingsvergunning. De marge van de besluitvorming is ook hier gebonden aan het geldend juridisch kader. Zo gelden er voor elk perceel diverse voorschriften waarmee de deputatie rekening moet houden. Die zitten verankerd in diverse kaders. Sommige voorschriften houden in dat een binnengebied kan worden verhard. Andere voorschriften spreken zich ook uit over de waterhuishouding, bijvoorbeeld de Vlaamse verordening rond hemelwater. Daarnaast wordt elke aanvraag getoetst aan de criteria van de goede ruimtelijke ordening, maar dit criterium kan enkel toegepast worden voor zover het juridisch kader dit toelaat. Dit kan verschillen van perceel tot perceel. Binnen dit criterium houdt de deputatie steeds rekening met vergroening en verbetering van de waterhuishouding.

Tenslotte wordt elke aanvraag onderworpen aan een ”watertoets”. In de meeste gevallen krijgt de deputatie hierbij adviezen van waterbeheerders. Die adviezen zijn zeer divers en kunnen inhouden dat het project meer afstand moet bewaren ten opzichte van een waterloop, dat een gedempte waterloop opnieuw moet worden opengelegd of dat het project best wordt gecombineerd met het verleggen of herprofileren van een waterloop zodat er meer ruimte voor water ontstaat. Via de watertoets en de adviesverlening wordt aanzienlijk bijgestuurd op vergunningen en planningsinstrumenten. Per dossier trachten we steeds zoveel mogelijk te streven naar ontharding en infiltratie op het eigen terrein. Overbodige verhardingen worden regelmatig uit vergunningen geschrapt. De adviezen inzake water komen echter maar aan bod bij nieuwe initiatieven of aanvragen en hebben dus maar betrekking op een zeer beperkt aandeel van het verstedelijkt gebied. 

De deputatie werkt op dit ogenblik aan het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen. In dit kader zullen uitgangspunten worden opgenomen die verharding tegengaan en klemtonen leggen op vergroening en ruimte voor water. Hierover zullen we in het najaar de provincieraad verder informeren. Bij de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen is zuinig ruimtegebruik steeds het uitgangspunt. De ambitie is dan ook om zoveel mogelijk in te zetten op onthardingsmaatregelen en infiltratie van hemelwater. Binnen de nieuwe provinciale droogtestrategie zijn er verschillende krachtlijnen die op deze problematiek focussen. Hiermee zal de provincie zeker een bijdrage kunnen leveren in de aanpak van deze problematiek.

Stadsinbreiding en open ruimte creëren zijn niet noodzakelijk elkaars tegengestelden. Als sectoren samenwerken, komt men dikwijls tot betere en efficiëntere oplossingen. De deputatie wil op zulke besluitvorming graag inzetten. Groenblauwe dooradering is de term die we gebruiken om verdichting en het creëren van open ruimte te laten samengaan. In stedelijke context wordt bij adviesvragen of overleggen vaak gewezen op het belang hiervan. Het gaat vaak om kleinschalige, lokale ingrepen die effect creëren zoals het openleggen van een beek bij een groot bouwproject in de kern of het verhinderen van verharde voortuinen in voorschriften. Elke kleine ingreep heeft zijn meerwaarde en kan positief werken in het creëren van groene ruimte en een verbeterd klimaat voor mens, dier en plant. Maar het is bijna altijd een gemeentelijke planningsbevoegdheid. We kunnen hierin onze rol spelen als deputatie, maar de marge van sturing is beperkt. 

Alle andere vragen peilen naar de intenties van de deputatie en zijn derhalve onontvankelijk volgens het huishoudelijk reglement.

De heer DE QUICK dankt de gedeputeerde voor het uitgebreide antwoord, maar mist nog één element waar naar zijn mening de deputatie een rol kan spelen. Een aantal van de recente overstromingen vonden plaats in de laag gelegen verstedelijkte gebieden. Nergens in de vergunningverlening wordt rekening gehouden met de hoogte van de gebieden of de oorspronkelijke moerassige toestand.

De heer LEMMENS antwoordt dat in de vergunningverlening rekening wordt gehouden met vele adviezen, waaronder ook adviezen rond waterbeheersing van onder andere de  Vlaamse Milieumaatschappij of de waterbeheerders Water-Link en PIDPA.

cijfers betreffende twijfelaars/weigeraars van vaccinatie tegen corona

uit het antwoord van gouverneur Cathy Berx op een schriftelijke vraag van ons provincieraadslid Jan Claessen.

1) Hoeveel inwoners van de provincie Antwerpen hebben – van diegene die daar al wel de kans toe hadden – hun vaccin geweigerd?
Mensen kunnen op verschillende manieren een vaccinatie weigeren. Dit kan actief door een weigering te melden in het antwoord op de uitnodiging, of passief door niet op de uitnodiging in te gaan.
Dit betekent niet dat alle personen die niet opdagen (no-shows) weigeringen zijn. Er zijn bijvoorbeeld mensen die er bewust voor kiezen om hun vaccinatie uit te stellen omdat het initiële vaccinatiemoment niet past. Er kunnen ook manipulatiefouten zijn van mensen die digitaal minder bedreven zijn.
In bijlage vindt u een overzicht per vaccinatiecentrum.
Ik licht even toe:
• # Niet-geactiveerde personen (enkel 18+):
dit zijn personen die nog geen uitnodiging ontvingen en dus ook nog niet
konden weigeren.
• # Geactiveerde personen (enkel 18+):
een geactiveerd persoon is iemand die op korte termijn zal worden
uitgenodigd of reeds uitgenodigd werd voor vaccinatie. Dit is de grote
meerderheid van de Antwerpenaren.
• # Gedeactiveerde personen:
hier zien we 3 subcategoriën :
1) personen die wegens medische redenen (tijdelijk) niet in
aanmerking komen voor vaccinatie [Door huisarts]. Dit zijn
bijvoorbeeld mensen die een intensieve medische behandeling
ondergaan met als gevolg dat ze erg zwak zouden reagerenop een
vaccin, en bij wie die behandeling op korte termijn afloopt. Dit zijn
geen weigeringen.
2) personen die reeds elders gevaccineerd zijn [Reeds gevaccineerd].
Dit zijn geen weigeringen
3) personen die actief aangeven dat ze geen vaccinatie wensen
[Weigering]: dit zijn echte weigeringen, al kunnen er ook
manipulatiefouten bij zijn die nog moeten worden rechtgezet. U ziet
dat deze groep overal onder de 5% blijft, en doorgaans maar 1 à 2%
betreft.
• Tweedekansers volgens eerste of tweede dosis:
dit zijn no-shows en personen die hun vaccinatie annuleren zonder
expliciete weigering. Zij worden al ingeboekt om later opnieuw uitgenodigd te kunnen worden. Mogelijk omvat deze groep verborgen weigeringen. Ook voor deze groep is het aandeel minder dan 5% voor elk van beide dosissen.
Dus zelfs als iedere no-show een weigering zou zijn, is dit slechts een
beperkt percentage.
Noot: De cijfers voor Baldemore zijn onbetrouwbaar en daarom
verwijderd; voor Park Spoor Oost zijn geen cijfers beschikbaar
aangezien ze geen gebruikmaken van Doclr voor hun operationele
werking. Alle cijfers komen rechtstreeks uit het dashboard dat de
centra zelf ook ter beschikking hebben.

2) Wat geven weigeraars van het vaccin als motivering aan?
Er wordt geen reden van weigering gevraagd, hierover zijn er dus geen gegevens beschikbaar.

3) Wordt het Astrazeneca-vaccin meer geweigerd dan pfizer, J & J en/of Moderna? Zo ja, wordt voor inwoners die Astrazeneca weigeren een alternatief vaccin aangeboden?
Hierover zijn er geen gegevens beschikbaar. Het is niet altijd mogelijk om te weten welk vaccin iemand aangeboden kreeg.
* Voor centra met een prebooking-systeem kan het Agentschap in Doclr
nakijken welk vaccin werd opgegeven in het gereserveerde tijdslot.
* Voor centra zonder prebooking bestaat deze optie niet. De burger plant zelf zijn afspraak in en kan dan zien welk vaccin er ter beschikking is. Deze info krijgt het Agentschap niet door.
Het Agentschap Zorg & Gezondheid heeft dus geen info over een weigering per vaccin. Alleszins wordt er geen ander vaccin aangeboden aan wie een AstraZeneca-vaccin weigert.

Weigeraars zullen wel de kans krijgen om zich op eigen initiatief opnieuw in te schrijven.
Als een aanbod geweigerd werd, mag het Agentschap deze mensen immers niet meer actief benaderen.

agressie tegenover hulpverleners in antwerpen

Agressie tegen ambulanciers en verplegend personeel is een vaak voorkomend probleem in onze samenleving. Ook de provincie Antwerpen blijft niet gespaard van agressie tegenover hulpverleners en in het bijzonder ambulanciers. De provincie Antwerpen, bij uitvoering van de gouverneur, startte destijds een proefproject om agressie tegen hulpverleners in kaart te brengen. Met het in kaart brengen van de verschillende vormen van agressie kunnen we zien hoe we dit geweld kunnen verminderen en voorkomen. Meestal is het de patiënt die gewelddadig wordt, vaak onder invloed van alcohol of drugs.

Collega Jan Claessen stelde volgende vragen aan de gouverneur Cathy Berx :

1) Welke stappen om geweld tegen ambulanciers te verminderen werden sindsdien genomen?
Na de eerste meting in 2010 werden een aantal afspraken gemaakt. Die afspraken zijn na de tweede meting in 2019 herhaald. In de basisopleiding is in 6 extra opleidingsuren voorzien over agressie. Het thema agressie is ook in de permanente vorming opgenomen. Deze extra opleidingsuren staan los van de 120 uur verplichte opleiding, waarvan het pakket vastgelegd werd door FOD Volksgezondheid. Het zijn dus extra uren die buiten dit pakket vallen. Er zijn afspraken gemaakt met de politiediensten en het Parket. Deze afspraken houden in dat ‘agressie tegenover hulpverleners’ als extra aandachtspunt moet opgenomen worden in het PV en dat de Parketten deze gevallen met extra aandacht bekijken. Met de politiediensten zijn er ook afspraken dat gevallen van agressie tegenover medische hulpverleners en/of brandweer de hoogste prioriteit hebben. In veel gevallen leidt gebrek aan kennis en/of onbegrip voor dan wel verwerping van de geldende regels en/of procedures die de hulpdiensten (moeten) hanteren tot agressie. Voor ambulances bijvoorbeeld is de belangrijkste regel dat de patiënt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gevoerd, wat niet noodzakelijk overeenstemt met het ziekenhuis dat de patiënt verkiest. Op deze oorzaak van geweld kan en moet nog sterker worden ingezet met eenvoudige communicatie. Veel mensen hebben nood aan zeer eenvoudige informatie. Op dit moment afficheren ziekenhuizen hun werkwijze om de patiënten te informeren, bijvoorbeeld over de triage en het daaraan gekoppelde wachten. Het is van het grootste belang dat het verwachtingspatroon van de patiënt zo goed als mogelijk overeenstemt met de werkelijkheid. Dat kan er bijdragen dat het onbegrip en bijgevolg ook de agressie afneemt. Dit vergt een volgehouden communicatie-inspanning, maar ook klare taal over wat niet getolereerd wordt.

2) Graag de cijfergegevens betreffende de verschillende vormen van agressie tegen ambulanciers e.a. hulpverleners voor het jaar 2017, 2018, 2019 en 2020.
Tussen maart-april 2018 en juli 2019 is er een meting gedaan van het aantal meldingen van agressie tegen medische hulpverleners. In totaal waren er in deze periode 140 gevallen van geweld. Verdeeld over de verschillende vormen van geweld geeft dit:
o Fysiek geweld: 20 (14,29%)
o Materiële agressie: 3 (2,14%)
o Materiële en fysieke agressie: 1 (0,71%)
o Verbale agressie: 64 (45,71%)
o Verbale en fysieke agressie: 40 (28,57%)
o Verbale en materiële agressie: 5 (3,57%)
o Verbale, materiële en fysieke agressie: 7 (5%)
De agressor is vooral de patiënt zelf (67%) of familie (12,86%). In 40% van de gevallen is de patiënt onder invloed (in bijna 4 op 5 gevallen van alcohol en 1 op 4 van drugs).
In 36,7% is men het oneens met de medische beslissing of oneens met de regels, of kennen patiënt of familie de regels niet of onvoldoende. Psychiatrische patiënten maken een beperkte groep (8,5%) uit.
De medische hulpverleners krijgen allen een opleiding agressiebeheersing. In 57 gevallen moest bijstand van politie worden ingeroepen. In 3 gevallen was er nood aan de inzet van interne security. Dat komt overeen met 43% van de meldingen. Dit betekent dat in 2/5 van de gevallen externe hulp nodig is om de agressor tot bedaren te brengen. Nultolerantie voor agressie tegenover hulpverleners moet altijd en overal de duidelijke en door iedereen te delen lijn zijn.
Dat wil echter niet zeggen dat elke agressor automatisch moet vervolgd worden. Ook als het PV niet leidt tot een vervolging, moet dit worden onderbouwd en gemeld. Het is immers mogelijk dat de patiënt bijvoorbeeld in een behandeltraject zit voor een psychiatrische aandoening. Ten aanzien van brandweer ligt het aantal geregistreerde meldingen van agressie lager, al is er allicht sprake van onderrapportering. Brandweerzone Antwerpen bezorgde volgende cijfers :

In Hulpverleningszone Rivierenland werden 3 gevallen gemeld door
ambulanciers, alle 3 verbale agressie (1 in 2020, 2 in 2019). Er werden geen gevallen gemeld door brandweerlui.
Ook in Brandweerzone Kempen kwamen de meldingen in de periode 2018-2020 van ambulanciers: 4 meldingen van verbale agressie en 5 meldingen van fysieke agressie.
Voor politiediensten hebben we ons gebaseerd op het aantal PV’s met
opzettelijke slagen en/of verwondingen aan politieambtenaren.


3) Is de webstek en meldpunt tegen geweld nog operationeel? Zo neen, waarom niet?
De webstek en het meldpunt zijn vooral momentopnames. Het meldpunt wordt normaliter 2x/jaar onder de aandacht gebracht van de verschillende disciplines op de Provinciale Veiligheidscel. Door de corona-pandemie verdwenen deze taken helaas naar de achtergrond. Op dit moment ontbreken de financiering, en de personeelsomkadering om het meldpunt ten volle te benutten en de meldingen correct op te volgen. Van in het begin van de pandemie is wel veel aandacht besteed aan zogenaamde spuwincidenten. Die worden systematisch opgevolgd én gevolgd door een dagvaarding bij de strafrechter. De webstek was vooral bedoeld om te kunnen nagaan of zich nieuwe trends voordoen. Voor de Dringende Geneeskundige Hulp zijn er geen veranderingen in de trends zichtbaar, dus blijft de aanpak gelijk. Wel wordt blijvend in gezet op bijkomende aandacht voor communicatie over de regels en werkwijze van de hulpverlening.

Woordje van de voorzitter

Allereerst wil ik U van harte nog veel goede moed wensen in deze coronatijden. We kijken reikhalzend uit naar Min. Vandenbrouckes ‘Rijk der vrijheid’. Het is te zeggen, we kijken niet uit naar zijn socialistische, door de overheid gecontroleerde rijk, maar gewoon het einde van de vrijheidsbeperkende maatregelen. Onze maatschappij heeft nood aan een lokale kleinhandel die terug normaal kan werken, scholen waar kinderen hun leerachterstand kunnen inhalen en horeca die ons terug mogen ontvangen voor die levensnoodzakelijke, échte sociale contacten.

Nieuw bestuur

Zoals U kon zien op de (overigens niet voltallige) coronaveilige groepsfoto, zijn we met Vlaams Belang reeds een jaar geleden met een nieuw bestuur van start gegaan. Een bestuur met een goede mix van oudgedienden en nieuwkomers, verschillende achtergronden, ervaringen en talenten. Ook al lijken de jaren geen vat op ons te hebben (hm), wil ik hier toch een warme oproep doen aan de échte jongeren van Edegem om zich te engageren in het Vlaams Belang. Aarzel niet ons eens te mailen via onze website of facebookpagina of gewoon aan te spreken als je iemand van ons tegen het lijf loopt.

Word lid, blijf geïnformeerd

Voor mensen die hun steentje willen bijdragen of gewoon geïnformeerd willen blijven over onze standpunten, loont het trouwens de moeite lid te worden. Voor een hoofdlid kost dit € 12,5, voor een tweede bijlid € 4, en voor een student slechts €6. Maar ik kan alles volgen via jullie Facebookpagina, hoor ik U al denken. Niet dus. Facebook verbergt almaar vaker posts van Vlaams Belang. Shadow banning heet die techniek. De ‘poster’ denkt dat zijn volgers het kunnen lezen, maar die zien niets. Niemand wordt verontrust, iedereen is tevreden en het Vlaams Belang is effectief monddood gemaakt, en dit alles zonder enige commotie.

Sociale media in Edegem

Ook om geïnformeerd te blijven over de lokale politiek hebt U op Facebook een probleem. Pagina’s als “Ge zijt van Edegem als..” blokkeren elke politieke opmerking en verwijzen naar de pagina “Edegem met een hart”, de pagina zogenaamd voor politieke discussies. Die laatste pagina zou echter beter de “Pravda van Edegem” heten. De beheerders van die pagina proberen het wel, maar kunnen niet wegsteken tot welke extreem linkse partij ze behoren en passen dezelfde sovjettechnieken toe als de toenmalige communistische partijkrant, gaande van vervalsing van discussies tot verwijdering van ongewenste elementen.

Zo deed ik toch eens de moeite om fake news van “Edegem met een hart” (de pagina van lieve mensen die het goed menen met onze gemeente) te weerleggen. Er ontspint zich een discussie, die echter binnen de kortste keren onzichtbaar wordt gemaakt voor de neutrale bezoeker. De mensen betrokken in de discussie mogen verder discussiëren, samen met de partijgetrouwe beheerders, in een afgesloten groepje. Erger nog, omdat de discussie niet kon worden gewonnen, worden ikzelf en Vlaams belang in een opmerking aangevallen, zonder dat ikzelf deze opmerking kan zien. Na het afschermen van mijn opmerking en het afschermen van de uithaal tegen mij, is het natuurlijk al te gemakkelijk om te beweren dat Vlaams Belang geen antwoord heeft of de normen van fatsoen overtreedt. Het fatsoensargument is al helemaal een gratuite bewering. Wij spelen steeds de bal, niet de man. Bovendien komen de verzuurde, persoonlijke aanvallen net van de naar eigen zeggen lieve mensen.

Stalin ware tevreden geweest over dit staaltje van manipulatie. Wanneer je deze manipulatie aankaart, rest er de hartelijke mensen enkel nog de feiten staalhard of beter gezegd ‘stalinhard’ te ontkennen. Gelukkig liegen de schermafdrukken niet over deze kinderachtige streken.

Voor alle duidelijkheid, beide pagina’s zijn een privé-initiatief en dus mogen deze mensen naar eigen goeddunken handelen. Het zou echter van een minimum aan eerlijkheid getuigen, als ze dit ook gewoon willen toegeven en openlijk hun partijvlag voeren.

Sluit je aan bij het Vlaams Belang en krijg je informatie rechtstreeks van bij ons. 

Erland Pison

Voorzitter VB Edegem

Bestuurshernieuwingen doen in Edegem een frisse wind waaien

Beste vrienden,

Vergaderen in tijden van corona is allesbehalve evident. Toch zijn we er in geslaagd om op een veilige manier de bestuurshernieuwingen in Edegem verder uit te werken. 
Het voorzitterschap van onze afdeling wordt overgedragen aan Erland Pison en het secretariaat komt in handen van Veronique Lamberts. Ikzelf zal als penningmeester de financiële administratie opvolgen en samen zijn we verantwoordelijk voor de sociale media en deze webstek. Anita Saey is organisatieverantwoordelijke en Wim & Maria Vervloesem zorgen voor de logistiek en de ledenwerving.
Het doet me enorm deugd jullie deze nieuwe bestuursploeg aan te kondigen en ik zie enorm uit naar de samenwerking.
Met dit gemotiveerd team, bruisend van ideeën, wordt het Vlaams Belang terug op de kaart gezet in Edegem en de zuidrand!
Meer nieuws volgt later.

warme groeten,

Stefan De Winter
uittredend voorzitter Vlaams Belang Edegem

trots Vlaming & Edegemnaar !