Alle berichten van Stefan De Winter

stand van zaken in het promoten van het Antwerpse toerisme

Op de provincieraad van 28 mei stelde ik namens onze fractie deze mondelinge vraag om te polsen naar een stand van zaken in het promoten van het binnenlandse en vooral het Antwerpse toerisme.
Mondjesmaat heropenen we delen van de economie maar voor sommige sectoren is de redding nog niet nabij.  Ook de bedrijven uit het toerisme en het entertainment gaan door een nooit geziene crisis.
Onze provincie bezit – net als heel Vlaanderen – enorm veel toeristische troeven en graag vernam ik van de deputatie welke acties er worden gedaan om ons aanbod top of mind te maken bij de vakantieganger.

Er wordt al veel gedaan.
Er is een relanceplan van Toerisme Provincie Antwerpen met 10 projecten waarin o.a. de Kempen en het Scheldeland gepromoot worden, de fiets- en wandelvakanties en het drempelvrij toerisme.
Samen met de andere Vlaamse provincies,
de Vlaamse kunststeden (waaronder Antwerpen en Mechelen),
Toerisme Vlaanderen en met de private en publieke toeristische partners zetten we ook onze schouders onder Vlaanderen Vakantieland 2.0, een gezamenlijk project voor het herstel van het binnenlands toerisme.
Graag verneem ik wat het project Vlaanderen Vakantieland 2.0 juist inhoud en welke budgetten hiervoor vrijgemaakt worden.

Het Limburgse provinciebestuur maakt 2 miljoen euro vrij om alle 40.000 logiesbedden in Limburg voor één nacht op te kopen. Die overnachtingen worden in september in promotiepakketten – één nacht boeken, één nacht gratis – op de markt gebracht om toeristen te lokken. 
Maakt het Antwerpse provinciebestuur ook geld vrij voor een gelijkaardige actie in onze provincie ?

Deze maand is er overleg geweest met de verschillende gemeentebesturen, kunt ons toelichten wat het resultaat is van dit overleg ?
Dit zijn enkele vragen om te polsen en te informeren naar een stand van zaken in het promoten van het binnenlandse toerisme en vooral van het toerisme in onze prachtige provincie.

In afwachting van het verslag van de provincieraad, hier al een korte samenvatting van het antwoord van gedeputeerde Jan De Haes :
Als streefdatum voor de relance voor het toeristisch recreatief verkeer en de heropening van de sector kijken we naar 8 juni. We willen dan een goed perspectief geven aan de toeristische sector van Vlaanderen en Brussel want het gaat toch over een 260 duizend tewerkstellingen.
Tot op heden is er nog geen formele communicatie rond dit samenwerkingsverband maar er zijn 3 grote luiken.
Ten eerste is er het bezoekersmanagement, dit gaat over protocollen voor wanneer we terug uit ons kot mogen, een informatiestroom die naar de ondernemers en bezoekers wordt opgezet. Er komt ook een grootscheepse campagne en als derde luik is er de concrete acties en maatregelen gericht op zij die minder vakantiekansen hebben.
In samenspraak met andere provincies hebben we extra 100 duizend op tafel te leggen en samen met kunststeden en Toerisme Vlaanderen gaat om 1, 7 miljoen aparte promotie.
In tegenstelling tot Limburg wij werken met 4 toeristische bestemmingen nl. Scheldeland, de Kempen en de twee kunststeden Antwerpen en Mechelen.

In onze provincie zijn het enkel gemeenten die middelen bijleggen aan de budgetten van TPA.
Honderdduizend euro voor Scheldeland en Vijfhonderd duizend aan de Kempen. (100d komt bij in de pot die Oost-Vlaanderen geeft aan de promotie van Scheldeland)
Onze provincie heeft een eigen relanceplan en op 3 juni is er een met de sector groot overleg.
Er zijn 2 sessies met de gemeentebesturen geweest.
Nieuwe vakantiegids voor de Kempen staat nu online.
In Scheldeland was er ook overleg en ook daar is het relance plan voorgesteld.
Ook daar zal extra online webinar georganiseerd worden met specifieke acties om toeristen van de zomer te verwelkomen.
We hebben geen kristallen bol hoe de vakantiebeleving zal afspelen maar we rekenen erop dat er meer beleving dicht bij huis zal zijn en we gaan er van uit als we die beleving kwalitatief goed kunnen invullen en overtuigd dat we van de nood een deugd kunnen maken.

webpagina’s :
Toerisme Provincie Antwerpen
Toerisme Scheldeland
Toerisme De Kempen
Vlaanderen Vakantieland 2.0

Mondmaskers

Tijdens de coronacrisis heeft de overheid de bevolking in de steek gelaten. Mondmaskers zijn een belangrijk beschermingsmiddel dat het risico op de overdracht van het coronavirus significant vermindert. Vanaf maandag 4 mei, zijn mondmaskers verplicht op het openbaar vervoer en op school. Vanaf dinsdag 5 mei worden mondmaskers verkocht in supermarkten voor € 1 per stuk.

De grote voorraad mondmaskers die de overheid in haar bezit had, is door diezelfde overheid vernietigd, onder andere om in de magazijnen en loodsen plaats te maken voor de opvang van asielzoekers. De voorraden mondmaskers die er in België nog zijn, zijn grotendeels in handen van bedrijven, maar daar heeft de overheid afgelopen maanden zelfs nog een deel van laten uitvoeren naar landen buiten de Europese Unie.

De overheid heeft ook systematisch gelogen over het nut van mondmaskers. Eerst hadden ze totaal gene nut: het dragen van mondmaskers werd zelfs gevaarlijk genoemd en mensen die ervoor pleitten werden geridiculiseerd; vervolgens werden mondmaskers plots nuttig en werden ze door diezelfde overheid zelfs aanbevolen; en vanaf nu zijn mondmaskers dus op bepaalde plaatsen verplicht, op straffe van een boete van € 250.

Tegelijkertijd hebben mensen het door de coronacrisis steeds moeilijker om rond te komen. Supermarkten zijn duurder geworden en de inkomens van heel wat mensen zijn significant tot zeer sterk gedaald. De armoede neemt daardoor elke dag toe. Wie elke dag het openbaar vervoer neemt en kinderen heeft, is de komende weken en wellicht maanden al snel minstens € 50 tot wel € 100 per maand kwijt aan mondmaskers.

Dit is totaal onrechtvaardig en schandalig! De overheid zou, zéker wanneer ze mondmaskers aanbeveelt en zelfs verplicht stelt, alle burgers gratis mondmaskers moeten bezorgen. Daar hebben we immers jaren meer dan genoeg belastingen betaald. Vlaams Belang voegt daarom de daad bij het woord en deelde gratis mondmaskers uit aan de bevolking.

Ook het Vlaams Belang Edegem heeft vorig weekend al haar leden voorzien van mondmaskers.

Het omstreden kunstwerk in het Rivierenhof

Het groendomein Rivierenhof telt heel wat openlucht kunstvoorwerpen verspreid doorheen het park. Van stalen dierenconstructies tot het borstbeeld van toenmalig provinciegriffier Jozef Schobbens.
Een nieuw levensecht kunstwerk heeft echter voor heel wat ophef gezorgd onder de parkbezoekers. Niet alleen op de klassieke media, maar ook op de sociale media was over het luguber werk heel wat commotie. Het kunstwerk ‘een kinderlichaam’ gewikkeld in doorzichtige plastiekfolie met afgehakt hoofd gebonden op een straatbank. Het luguber aandoend werk was voor veel parkbezoekers waaronder veel kinderen schokkend. Het werk lag dan ook in het centrum van het park, in de nabijheid van de recent vernieuwde speeltuin. Veel Deurnenaren hadden moeite met het gruwelijk beeld , omdat het deed denken aan de vondst van een babylijkje in het park van enige jaren terug . Het babylijkje werd toen teruggevonden door een wandelaar eveneens in een dichtgebonden plastiek zak.
Het getuigt van weinig smaak als een naakt onthoofd kinderlichaam als trekpleister moet fungeren in een openbaar domein van de provincie. Het nieuw kunstwerk werd na zoveel heisa onmiddellijk verwijderd.

Door de coronacrisis werd de fysieke provincieraad van maart in het provinciehuis afgelast en werd de interpellatie van Jan Claessen in april behandeld.

link: https://www.gva.be/cnt/dmf20200221_04859796/kunstwerk-uit-rivierenhof-verwijderd-na-commotie-een-fake-lijk-is-toch-geen-kunst

Wie van de deputatie was op de hoogte van de plaatsing van dit zgn kunstwerk?
Welke meerwaarde zag de deputatie in het plaatsen van zulk gruwelijk werk?
Waarom heeft de deputatie niet de link gelegd met de werkelijke vondst van het babylijkje?
Wat is de totale kostprijs voor het plaatsen van de 35 nieuwe kunstwerken?

antwoord op de zitting van 23/04 door Jan De Haes :
De deputatie geeft telkens goedkeuring aan een jaarprogramma.
Hiermee werd impliciet ineens de goedkeuring gegeven voor alle werken van Koen Nelissen en dus ook aan het kunstwerk dat een in plastiekfolie verpakt onthoofd lijk op een bank uitbeeldde. Noch kunstenaar, noch de directie had de bedoeling om te shockeren en het beeld werd weggehaald. De kunstenaar maakte het werk om de onverschilligheid aan te klagen. Hij had zijn inspiratie gehaald bij een gebeurtenis waarbij een man ineengezakt op de straat lag en de voorbijgangers er achteloos voorbijliepen. Aangezien de vondst van een babylijkje dateert van 2008, werd er geen link gelegd naar deze trieste gebeurtenis. De deputatie betreurt dat alle aandacht uitging naar dat ene kunstwerk want over de andere werken waren er wel positieve reacties.  De kunstenaar wordt niet betaald voor de tentoonstelling, maar hij krijgt wel hulp bij het plaatsen om te vermijden dat er schade berokkent wordt aan de werken en mag gratis gebruik maken van kunstgallerij van Rivierenhof.

onderhoud en keuringen van speeltuigen

In Edegem is er een speeltuin (Meihof) waar er al meer dan een jaar geen onderhoud of keuring meer geweest is aan de speeltuigen.
Aangezien er in onze vele provinciale groendomeinen en parken ook speeltuinen en toestellen staan, stelde ik vanuit onze fractie volgende vragen :

  1. Hoe controleert de provincie het nazicht, het onderhoud en de keuringen van de speeltoestellen in de provinciale groendomeinen, parken en scholen ?
    Deze controle is wettelijk geregeld (Cfr KB 28/3/2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen en KB 28/3/2001 betreffende de uitbating van speelterreinen). Nieuw geplaatste speeltoestellen worden door de plaatser gekeurd. Daarna zorgt het domein voor een jaarlijkse keuring door een externe erkende controleur. Daarnaast is er nog regelmatig nazicht en onderhoud.
    De controle verschilt een beetje van (type) speeltuin tot speeltuin, en is in hoogseizoen frequenter dan in laagseizoen, maar algemeen gesteld omvat deze minimaal: – het regelmatig nazicht (dagelijks – wekelijks), dit door eigen personeel – het onderhoud (maandelijks – tweemaandelijks), dit door eigen personeel of derde – periodieke controles (jaarlijks) door een erkende externe keurder.
    Na bepaalde calamiteiten oa stormweer wordt er een extra controle ingelast.

  2. Is er een centraal register waarin alle nazichten, onderhouden en keuringen worden bijgehouden van de toestellen waarvoor de provincie verantwoordelijk is ?
    Ja, zowel de wettelijke jaarlijkse controle als de tussentijdse controle worden geregistreerd in de keuringskalender, welke opgenomen is in het ISO14001 systeem.
  3. Is er een registratie van de klachten en ongevallen en indien ja, hoeveel klachten en ongevallen waren er in 2019 ?
    Ja, deze worden ook bijgehouden in het ISO14001 systeem. In 2019 werden geen klachten en 1 ongeval gemeld.
  4. Zijn ongevallen verzekerd door de provincie ? Of is een toestel bespelen altijd volledig op eigen risico ?
    De uitbater van het speelterrein is verantwoordelijk voor de veiligheid en het onderhoud van de installaties en het terrein. Als ouder of begeleider blijft men natuurlijk wel verantwoordelijk voor het gedrag van zijn kinderen. De gebruikers, de speelterreinsector en de overheid hebben elk hun rol te spelen in de veiligheid van de speelterreinen in België, zonder echter het speelplezier van de kinderen uit het oog te verliezen. Moderne materialen en een doordachte inplanting van de speeltoestellen maken het immers mogelijk veilige en attractieve speelomgevingen te creëren. Het is uiteraard niet mogelijk ervoor te zorgen dat er geen enkel ongeval meer gebeurt op onze speelterreinen. Dat zou er alleen op wijzen dat er bijna niet meer echt gespeeld wordt. Spelen is immers een leerproces met vallen en opstaan.
  5. Het slechte weer, de rukwinden en de stormen van de afgelopen weken zullen veel speeltuigen geen goed gedaan hebben. Zal er nu de paasvakantie in aantocht is, er een extra controle gebeuren of alles in orde is ?
    De normale procedure wordt gevolgd. Hierin zit een extra controle na bepaalde calamiteiten oa stormweer vervat, alsook een extra controle voor de (paas)vakantie. Gezien de Coronacrisisperiode waarin we ons momenteel bevinden, is het mogelijk dat de controles enigszins verschuiven in de tijd.

de betalingstermijn van de provinciale belastingen is 4 maanden

Naast een gezondheidscrisis veroorzaakt de coronacrisis een economische ramp zonder weerga. Aangezien vele bedrijven en gezinnen het momenteel extra moeilijk hebben om rond te komen, zal de betalingstermijn voor de provinciebelasting verlengd worden.

Op 21 maart stelden we volgende vraag :

antwoorden van 02/04 :
Met welke maatregelen ondersteunt de provincie de getroffen gezinnen en bedrijven?
Zowel de federale als de Vlaamse regering hebben naar aanleiding van het coronavirus, steunmaatregelen getroffen om voornamelijk bedrijven, maar ook gezinnen te ondersteunen in deze moeilijke periode.
Zo werden aangifteperioden van diverse belastingen verlengd, werd er een automatisch betalingsuitstel van 2 maanden toegekend voor personenbelasting, vennootschapsbelasting, btw en bedrijfsvoorheffing, geldt er vrijstelling van nalatigheidsinteresten en/ of kwijtschelding van boetes etc.
Ook de provincie Antwerpen int belastingen, met name de algemene provinciebelasting en de provinciebelasting op de bedrijven en zij staat inderdaad op het punt om de aanslagbiljetten van de algemene provinciebelasting te verzenden.

Begin maart, en dus voor de echte uitbraak van het coronavirus in ons land, werd het eerste kohier algemene provinciebelasting reeds uitvoerbaar verklaard. Overeenkomstig het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen dienen de aanslagbiljetten zonder verwijl te worden verzonden.
Overeenkomstig artikel 4 §3, 3e lid, 2° en §6 van het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en het artikel 413 van het wetboek inkomstenbelasting 1992 waarnaar het decreet van 30 mei 2008 verwijst in artikel 11, wordt een betaaltermijn van 2 maanden opgelegd die vermeld moet worden op de aanslagbiljetten.

Bij weten van de deputatie is er (nog) geen (Federale of Vlaamse) regelgeving bestaande die van deze betaaltermijn van 2 maanden voor lokale belastingen afwijkt omwille van het coronavirus.
Om volledig in lijn te blijven met wat juridisch correct is, werd beslist om op de aanslagbiljetten zelf de verzendingstermijn van 2 maanden te behouden. De deputatie lijkt hierover immers geen zeggenschap te hebben.
De provincie Antwerpen stelt sowieso automatisch de financieel meest kwetsbare groepen binnen de samenleving vrij van belasting, met name de rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming en de rechthebbenden op maatschappelijke integratie (leefloners).
In deze tijden wil de deputatie echter voorkomen dat alle gezinnen getroffen door de coronacrisis in zware financiële moeilijkheden komen.
Om deze reden besliste de deputatie in navolging van de andere overheden om flexibel met deze betaaltermijn om te gaan door de belasting vier maanden niet actief in te vorderen. Wie één van de komende dagen zijn aanslagbiljet in de bus krijgt, moet zijn belasting dus niet binnen de twee maanden maar binnen de vier maanden betalen.
Als het bijkomend uitstel niet afdoende is, kunnen belastingplichtigen afspraken maken met de belastingdienst over een afbetalingsplan.
De deputatie besliste om deze boodschap via allerlei kanalen aan de belastingplichtigen over te brengen en om te trachten hier zoveel als mogelijk ruchtbaarheid aan te geven, met name via onder meer een persbericht en de provinciale website.

Voor de bedrijven loopt de aangiftetermijn nog tot en met 20 april. De aanslagbiljetten provinciebelasting op de bedrijven zullen zeker niet voor begin juni opgestuurd worden. Het provinciebestuur onderzoekt, wanneer zij zicht heeft op de duurtijd van de crisis en financiële gevolgen op de economie en het bestuur zelf, of nog eventuele bijkomende maatregelen om de zelfstandigen en bedrijven te steunen, vereist zijn wat de provinciebelasting betreft.
Naast de maatregelen met betrekking tot de belastingen, heeft de deputatie ook reeds andere steunmaatregelen onderzocht voor gezinnen en bedrijven en zij heeft er ook al enkele effectief genomen, zoals de beslissing om alle horecaconcessies die wij momenteel als bestuur en/of als verzelfstandigde entiteit lopen hebben één maand compensatie te verlenen, af te trekken van de concessievergoedingen.
Daarnaast ondersteunt de cel detailhandel gemeenten in het motiveren van het openhouden van ambulante voedingshandel in dorpen en wijken waar er onvoldoende voedingswinkels zijn. Dit is niet alleen nuttig voor de voedselvoorziening ten aanzien van gezinnen, maar ook voor de ambulante handelaars.
De deputatie volgt de situatie op de voet en tracht om weloverwogen beslissingen te nemen in het ondersteunen van gezinnen en bedrijven tijdens deze coronacrisis.

Kan de betalingstermijn van de provinciale belastingen ook verlengd worden met twee maanden?
Zoals reeds uiteengezet, lijkt de deputatie hiertoe voorlopig juridisch geen zeggenschap in te hebben gelet op de bestaande regelgeving.
Zij zal echter dus wel, wat de algemene provinciebelasting betreft, flexibel omgaan met de betalingstermijn door gedurende 4 maanden geen verdere stappen in de inning te ondernemen en zij brengt de belastingplichtigen hiervan op de hoogte via diverse kanalen.
Voor de bedrijven wordt dit later door de deputatie verder bekeken.

Wapenvergunningen

Begin 2018 werd voor de aanvraag van wapenvergunningen een nieuw dossierbehandelingssysteem in dienst genomen. Het was midden 2018 niet mogelijk om gedetailleerde cijfers aan te leveren.
Sinds de aangepaste en verstrengde wapenwet is de provinciale wapendienst- onder de vleugels van de gouverneur- bevoegd voor het uitreiken van die vergunningen. Weliswaar moet de lokale korpschef van de stad of gemeente ook gunstig advies geven.

Hierbij de antwoorden van de gouverneur Cathy Berx op de vragen die Jan Claessen stelde :

In 2018 werden 1444 vergunningen uitgereikt model 4, in 2019 werden er 2194 vergunningen op model 4 afgeleverd.
In 2018 werden 5 aanvragen en in 2019 werden 25 aanvragen niet ingewilligd of geweigerd.
Intrekkingen en schorsingen gebeuren niet op het niveau van wapens maar op het niveau van personen. Een intrekking of schorsing van het recht op wapens voorhanden te houden is algemeen en kan zowel het inleveren van modellen 4 als 9 tot gevolg hebben. We spreken dus over personen.
In 2018 werd het recht om wapens voorhanden te houden bij 31 personen ingetrokken en in 2019 bij 84 personen.
In 2018 werd bij 9 personen het recht geschorst en in 2019 bij 19 personen.
Intrekkingen, schorsingen of weigeringen die naar aanleiding van een beroepsprocedure bij de FOD justitie worden teniet gedaan en waarbij de vergunningen alsnog worden afgeleverd, worden niet meegerekend in bovenstaande cijfers.

De geregistreerde wapens bij jagers en sportschutters via model 9 :
In 2018 werden er 2246 wapens geregistreerd via model 9. In 2019 werden er 2988 modellen 9 geregistreerd. Een model 9 is een registratie van een overdracht van wapens tussen jagers en/of sportschutters nadat deze wapens werden overgedragen. Het is dus geen aanvraagprocedure. Allen werden bijgevolg weerhouden. Indien we na controle tot de vaststelling komen dat een bepaald soort wapen niet mag overgedragen worden via model 9 zal dit dossier omgevormd worden naar een aanvraag model 4.
Hoeveel dossiers werden omgevormd via model 9 naar een aanvraag model 4 ? We kunnen hiervan geen cijfers bezorgen, maar dit is een kleine minderheid. Meestal zijn wapenbezitters goed op de hoogte van welke wapens via model 9 kunnen geregistreerd worden en welke via model 4 moeten aangevraagd worden.

Zoals u kan zien is er in 2019 een toename van het aantal vergunningen en registraties, dit heeft grotendeels te maken met het feit dat we in 2018 een nieuw dossierbehandelingsprogramma kregen en we gedurende maanden niet vlot konden werken. De achterstand die we hierdoor opliepen, werd in 2019 weggewerkt.

het stadsrandbos in de zuidrand

Op de grens van Kontich en Edegem, in de Edegemse beekvallei, werden op zondag 24 november 15000 boompjes en struiken aangeplant voor een nieuw klimaatbos van 6 ha. Een realisatie van het eerste stadsrandbos in de Zuidrand van Antwerpen met dank aan de provincie Antwerpen, Natuurpunt en de gemeente Edegem. Enkele dagen na de persmededeling verscheen er een artikel in HLN van de Kontichse burgemeester dat op de plaats van het bos een verbindingsweg komt.

Bron : https://www.hln.be/in-de-buurt/kontich/burgemeester-kontich-noordelijke-verbindingsweg-komtdoor-het-stadsrandbos~a9255b5f/

Naar aanleiding van dit artikel stelde ik volgende vragen aan het provinciebestuur :

  1. Is de provincie ervan op de hoogte dat er op de plek van het nieuwe klimaatbos van 6ha een verbindingsweg komt of kan komen ?
    De provincie is er via bilateraal overleg met de gemeente Kontich binnen het gebiedsprogramma Zuidrand van op de hoogte dat het Kontichse gemeentebestuur de realisatie van deze verbindingsweg in haar bestuursakkoord heeft opgenomen. Het volledige traject van de gewenste verbindingsweg ziet er zo uit:



    In het gebiedsprogramma Zuidrand coördineert de provincie (tot op heden en ook tijdens deze legislatuur) de realisatie van een open ruimte programma, samen met en ter ondersteuning van haar partners, de gemeenten, de Vlaamse overheid, provinciale diensten, verenigingen, landbouwers en geëngageerde burgers. Het resultaat is te zien in het gebied onder de vorm van gerealiseerde trage wegen, natuurinrichtingsprojecten, bebossingsprojecten, wandel- en fietskaarten, een toeristisch streekproject, gevrijwaarde open ruimte in de Boshoek dat ook toegankelijk werd gemaakt, speelgroenplekjes, de oprichting van de Streekvereniging Zuidrand en van de Intergemeentelijk Onroerend Erfgoeddienst Zuidrand.
  2. Hoe is deze grond ingekleurd ?
    De ruimtelijke bestemmingen zijn hoofzakelijk groen- en landbouwgebied. Het gebied heeft als overdruk een tracé voor de aanleg van pijpleidingen.
  3. Wie is eigenaar van deze grond(en) ?
    Deze zone heeft verschillende eigenaars: Infrabel, private eigenaars, Natuurpunt
  4. Kadert deze aanplanting in het project van ‘Jane Goodall Instituut Belgium’ die 1.200.000 bomen wil planten ?
    Neen, deze bebossing kadert in de Campagne ‘Bos voor Iedereen’ van Natuurpunt.

het inbedden van toegankelijkheid van gebouwen in omgevingsvergunningen

tussenkomst van raadslid Erik De Quick:
In de implementatie van het bestuursakkoord van het meerjarenplan meldt u:
Uitbouw van een divers, duurzaam en kwaliteitsvol woonaanbod dat beantwoordt aan veranderende woonbehoeftes:
– innoveren: anders denken en doen (geWOONtebrekers)
nieuwe woonvormen
Verregaande verduurzaming van bouw- en renovatieprocessen met extra aandacht voor circulair bouwen zoals KAMP C
Ik kan niet zeggen dat dit geen goede initiatieven zijn, maar spijtig genoeg gaat dit niet ver genoeg en wordt hier gekozen voor de minst voor-de-hand-liggende oplossingen.
Kwaliteitsvol woonaanbod dat beantwoord aan de veranderende woonbehoeftes heeft ook, en zelf heel veel te maken met de veroudering van onze bevolking en met de eraan gekoppelde stijging van het aantal mensen met een beperking. Bovendien is er een tendens om de thuiszorg uit te breiden en beter te faciliteren.
Nochtans zijn de meeste openbare gebouwen nog steeds ontoegankelijk voor mensen met een beperking. Zo konden we in Het Laatste nieuws .d.d 9 november 2019 lezen dat er eigenlijk geen enkel openbaar gebouw echt toegankelijk is. Het artikel was gebaseerd op een studie uitgevoerd in opdracht van het departement Omgeving van de Vlaamse Overheid en de vzw toegankelijk Vlaanderen. Van de 148 openbare gebouwen onderzocht, geen enkel in orde; zelfs nieuwe gebouwen niet voor iedereen toegankelijk.. Ook dit gebouw is voor rolstoel patiënten enkel toegankelijk als ze hulp krijgen….en dan nog loodst men ze binnen via een of andere zijingang, …of is het de goedereningang? Ik denk niet dat dit de manier is waarop mensen met een beperking willen behandeld en moeten behandel worden. Nochtans bestaan er eenvoudige oplossingen…maar u zou , zoals u zelf stelt anders moeten denken en doen….
Vragen:

  • waarom wordt in de omgevingsvergunningen, niet automatisch voorzien dat alle deuren minstens 1 meter breed moeten zijn en dat elk gebouw zonder drempels moet zijn? Dat brengt totaal geen meerkost mee , maar zou er wel voor zorgen dat elk nieuwbouw of gerenoveerd gebouw op vrij korte termijn toegankelijk wordt voor mensen met een beperking en minder mobielen.
  • Waarom wordt hier niet strenger op gecontroleerd in de uitvoeringsfase?
  • Waarom wordt niet eenvoudiger ingespeeld op de veranderende woonbehoeften t.g.v. de vergrijzing?

De heer LEMMENS stelt dat bij het beoordelen van een omgevingsvergunning de deputatie zich dient te houden aan het decretaal kader dat wordt aangereikt door Vlaanderen. Wat betreft toegankelijkheid geldt sinds 1 maart 2010 de gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor toegankelijkheid, al is deze enkel van toepassing gebouwen die publiek toegankelijk zijn. De controle in de uitvoeringsfase is een kwestie van stedenbouwkundige handhaving waar de provincie geen handhavingsbevoegdheid heeft gekregen. Daarnaast is het als vergunningverlenende overheid niet evident om strenger te oordelen dan de verordening die in heel Vlaanderen geldt. Als er veranderende behoeftes zijn, is het aan Vlaanderen om de wetgevende kaders aan te passen. Niet-publieke gebouwen vallen niet onder het toepassingsgebied van de verordening toegankelijkheid. De heer Lemmens zegt wel dat de administratie erover waakt dat een ontwerp van een gebouw steeds voldoende is afgestemd op haar functie, maar ook hier kunnen wij als vergunningverlenende overheid enkel voorwaarden opleggen die precies en redelijk zijn in verhouding tot het vergunde project.

tussenkomst van onze fractiewoordvoerder bruno valkeniers

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de voorzitter,
Dames en heren gedeputeerden,
Collega raadsleden,

‘To be or not to be, that is the question’.

Even dacht ik er aan mijn tussenkomst als Vlaams Belang fractie leider op deze bespreking van het provinciale meerjarenplan 2020 – 2025 en budgetjaar 2020 de titel mee te geven van de bekende monoloog van Shakespeares Hamlet.

Ofte vertaald naar het Nederlands en naar de context die ons aanbelangt is dat: ‘het provinciaal niveau blijft er of blijft er niet, dat is de vraag.’ Of liever… dat was de vraag tot eind september.

U weet dat mijn partij het Vlaams Belang een voorstander is van het afschaffen van de provincies en het provinciaal niveau en van een degelijke overheveling van bevoegdheden, gelden, goederen en vooral personeel naar hetzij het gemeentelijk, hetzij het Vlaamse niveau, al naargelang waar het het beste thuis hoort.

In principe is, was – of is nog steeds, dat is niet duidelijk – dat ook in mindere of meerdere mate het standpunt van de meeste politieke partijen in Vlaanderen. De voorbije jaren zagen we al een gedeeltelijke ontmanteling, een stripping van een aantal provinciale bevoegdheden. Zodat de provincie van vandaag – en begrijp mij niet verkeerd, ik zeg dit zonder enige ironie of leedvermaak – nog maar een schim is van wat het was toen ik hier zo een 12 jaar geleden ook kort verbleef.

Persoonlijk kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat die operatie al niet veel professioneler gedaan is als de verschillende regionaliseringen van de al te verdeelde bevoegdheidspaketten van het belgische niveau naar o.a Vlaanderen. Maar dat is een andere debat en trouwens niet de fout van de provincies.

En dan kwam, tijdens de zoektocht naar de nieuwe Vlaamse regering, de nota De Wever die onomwonden komaf wilde maken met het provinciaal niveau. De toestand leek hopeloos maar was duidelijk niet ernstig, want eens die nieuwe Vlaamse regering er was, besliste ze met niet al te veel overtuiging maar toch dat ze er nog wel een tijd mee wil doorgaan, met de provincies.

Was de nota De Wever dan maar om te lachen? Of was het maar een standpunt om dan snel wat pasmunt te kunnen toegeven aan de coalitie partners? Of ging het, zoals men dat in de politiek zo graag noemt, om ‘voortschrijdend inzicht’?

Of wordt de vraag ‘to be or not to be’ van de provincies, net zoals die van de senaat, eerder een soort van politiek perpetuum mobile? Wie zal het zeggen?

Kwade tongen zullen beweren dat de provincie zelf meehelpt om de eigen afschaffing voor te bereiden gelet op de doorgedreven verzelfstandiging van tal van provinciale instellingen, die steeds maar verder gaat. Ook hier heeft iedereen recht op duidelijkheid en transparantie. Hoewel ik vrees dat slechts de toekomst hier zal op antwoorden.

Hoe dan ook, voor de lopende legislatuur is de toestand nu – hopelijk – duidelijk en moeten we er op een degelijke manier mee verder en er het beste van maken.

Mijn oprechte dank gaat dan ook uit naar het personeel van de provincie, dat ze ondanks die aanhoudende tijden van onzekerheid zich blijven inzetten en ook nu weer een knap staaltje van professionaliteit geleverd hebben met de omzetting van het beleidsplan naar dit meerjarenplan 2020 – 2025 en budget 2020. En vooral met de tijdige en omstandige informatie erover, de cijfers en begeleidende nota’s.

Dank daarvoor.

Het Vlaams Belang heeft er, als grootste oppositiepartij, geen moeite mee om toe te geven dat er in het Beleidsplan van de provincie verschillende positieve elementen zitten, wat Marijke Dillen mijn voorganger trouwens reeds gezegd heeft. Zo ook in het meerjarenplan en budget. Het Rekenhof geeft ons – en als ik een slecht karakter zou hebben, zou ik zeggen helaas – geeft ons niet veel argumenten om er financieel tegen in te gaan. Alle voorwaarden van de nieuwe ‘Beleids- en beheerscyclus BBC2020’ zouden immers vervuld zijn. En eerlijk gezegd zijn bij voorbeeld de bezuinigingen die de provincie doorvoert mbt het inperken en terugname van de financiële reserves van verschillende APB’s een daad van goed bestuur. Tout semble donc pour le mieux dans le meilleur des mondes!

Maar dat zou natuurlijk al te gemakkelijk zijn. Het zijn de gedeputeerden zelf die de achilles pees van dit Meerjarenplan en budget weergeven in hun nota over de ‘financiële risico’s’. Ik citeer: ‘ de effectieve realisatie van de in het MJP opgenomen ontvangsten is essentieel voor het bewaren van het financieel evenwicht’. Einde citaat.

Maw het hele voorspelde evenwicht staat of valt met de goodwill van bestuurlijke niveau’s die je, in tegenstelling tot provincies in het algemeen, nu niet direct stabiel kunt noemen. Zoals ik zei: de achilles pees.

Een van de redenen waarom het Vlaams Belang dit meerjarenplan en budget niet zal goedkeuren ligt hierin trouwens. Wij zullen gedegen oppositie voeren, steunen wat goed is, bekritiseren wat beter kan en verwerpen wat voor ons niet aanvaardbaar is.

Die waakhond rol is de taak van de oppositie waar wij ons zullen aan kwijten.Hoewel men het in dit belgische onland niet zou zeggen, is een democratie zonder oppositie een dictatuur of in het beste geval een oligarchie. Laat het nog eens gezegd zijn – voor het geval dat jullie er zouden aan twijfelen – dat is een van de redenen waarom belgië zo snel mogelijk moet verdwijnen.

Tot slot graag nog een aantal detail elementen over een aantal beleidspunten:

De provincie zal een aantal onroerende goederen verkopen: het Coveliersgebouw. Geen probleem wat ons betreft het heeft zijn nut bewezen. Maar bij de verkoop van sociale woningen heb ik toch een aantal bedenkingen over de voorwaarden waarop dit verkocht zullen worden. En dan heb ik het niet over de prijs maar over de bestemming van de woningen en de voorwaarden die aan de bewoners in de toekomst zullen opgelegd worden. In tijden van enorme tekorten aan sociale woningen moet daar meer dan omzichtig en vooral sociaal rechtvaardig mee omgegaan worden.

Antwerpen Fietsprovincie. Voor de periode 2020 – 2025 zullen de investeringen in fietsostrades e.d. stijgen van 27 naar 46 miljoen Euro ofte ongeveer met 70% en maken die de belangrijkste investeringen uit van het MJP. Als niet fietser vind ik dit een goede zaak. Maar ik heb er twee bedenkingen bij:

– ook hier rekenen jullie er op dat Vlaanderen de helft van de uitgaven zal financieren. Ik hoop het met jullie.

– maar ik mis in heel dat plan maatregelen voor de zwakste weggebruikers, met name de stappers? Die volgens mij vandaag meer en meer gevaar lopen op de weg, ook door het toenemend fietsverkeer, ook van speciale fietsen en de inpalming van sommige voetpaden voor en door bredere fietsinfrastructuur. Denk daar ook eens aan.

Subsidies. De provincie is een gulle gever van subsidies aan allerlei projecten waarvan de ene ons al meer zint dan de andere. Ik lees dat die subsidies zonder indexering doorgetrokken worden tot 2025. Goed zo, maar het bespreken van een MJP en budget lijkt mij toch wel het ideale moment om het dossier subsidies eindelijk eens in de commissie te brengen om daar een ernstig debat over te houden. Het gaat niet op om steeds dezelfde bevoorrechten te steunen. Dat wordt een verplichting en werkt als een infuus. Waarom zou de provincie hier trouwens niet, in navolging van de politiek van haar bevoogdende Vlaamse overheid, eens een knuppel in het hoenderhok gooien en zichzelf ernstig bevragen of het nog wel moet zoals het al jaren loopt. Je zal hierin het Vlaams Belang als partner terug vinden.

Ondanks de beperktere bevoegdheden heeft de provincie toch de kans om een goed beleid over haar andere bevoegdheden zoals daar zijn milieu, natuurbeheer, waterbeheer, mobiliteit en klimaat. Waar u mevrouw de gouverneur ons vorige vrijdag nog bezielend een spiegel hebt voor gehouden.  Een dergelijk beleid stopt trouwens niet bij de provincie of landsgrenzen. Wij pleiten er dan ook voor om hier veel meer dan vandaag te kijken naar een samenwerking met de buur provincie in Nederland. Mag ik zeggen dat de provincie Limburg hier een voorbeeld en voortrekkersrol vervult.

In het tijdsbestek van 10 minuten is het niet mogelijk op ook nog in te gaan op economie, landbouw, Europa, onderwijs enz… allemaal beleidsdomeinen waar de provincie haar zeg… zegje in heeft. Mijn fractiegenoten zullen over een aantal hiervan gerichte vragen stellen de komende dagen.

En, als het God en de Vlaamse regering belieft, we zitten hier nog een tijdje samen en zal u ons daar ook stelselmatig over horen.

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de voorzitter,
Dames en heren gedeputeerden,
Collega raadsleden,

Ik besluit dat het Vlaams Belang dit MJP en budget niet zal goedkeuren maar er nauw zal op toe zien dat in de komende jaren de goede beleidspunten erin uitgevoerd wordt en dan zelfs met onze steun.

Wat de beleidspunten betreft die ons niet zinnen, daar zullen we ons met of zonder de collega’s van de oppositie hard tegen verzetten.

Indachtig dat ‘het niet nodig is te hopen om te ondernemen, noch te slagen om te volharden’. Dat heeft onze partij al meer bewezen trouwens.

Dank,

Bruno Valkeniers
10/12/19

tussenkomst van Erik De Quick in verband met de ruimtedefinitie groene binnengebieden

In het bestuursakkoord 2019-2024 staan heel mooie beloften.
Ik weet dat de legislatuur nog niet ten einde is en er dus zeker nog wat tijd rest om een aantal zaken te verwezenlijken, maar niettemin is het toch wenselijk om de begroting even te toetsen aan de planning. En er vallen mij onmiddellijk al enkele bijzonder zaken op. Zo lees ik in het bestuursakkoord bij het algemeen beleid dat u het evenwicht wil bewaken tussen stedenbouw en milieu. U schenkt hier de nodige aandacht aan het belang van groene ruimten en binnengebieden. In uw ‘goednieuwsshow’ tijdens de verenigde raadscommissie van 6 november meldt u dat u met het provinciaal ruimtelijk beleidsplan Antwerpen een scherper ruimtelijk beleid beoogt door een intensievere én kwalitatievere invulling van de bestaande ruimte. U stelt tevens dat u verdere uitwerking wil bewerkstellingen door deze abstractie visie door te vertalen naar concrete acties. Wat wordt bedoeld met de intensievere en kwalitatievere invulling van de bestaande ruimte wordt niet gedefinieerd. In nogal wat steden en gemeenten liggen er groene binnengebieden in zones die als bouwgrond zijn ingetekend. Vandaar mijn vragen:
• Hoe moeten we ons in die binnengebieden de kwalitatievere invulling voorstellen?
• Benadert u de bestaande ruimte vanuit het oogpunt “mogelijkheid tot bewoning” (- niet bebouwd gebied in een bouwzone – of “mogelijkheid tot beplanting” – niet bebouwd gebied dat groene zone kan worden?
• Zal hierbij voorrang worden verleend aan de verdere bebouwing van deze gebieden of zal er worden gekozen voor meer beplanting met luchtzuiverende bomen?
• Wordt er voorrang gegeven aan stadsuitbreiding / stadsinbreiding of aan natuuruitbreiding in deze bestaande ruimte?
• Vanaf wanneer wordt gesproken van een groen binnengebied? Wat is hiervan de minimum en maximum grootte? Wat is hiervan de concrete invulling? Gaat het om bosgebied, of gewone grasbegroeiing, om weiland, enz.?

antwoord van de heer LEMMENS, gedeputeerde.
Mijnheer De Quick, ik zal eerst even op uw vragen antwoorden alvorens ik verder de complimenten van mevrouw Van Dienderen in ontvangst neem. Mijnheer De Quick, de concrete invulling van binnengebieden is een zaak van die omgevingsvergunningen, de bijhorende wetgeving en de ruimtelijke planning op gemeentelijk niveau. Het zijn zij die rond binnengebieden al of niet een vergunning moeten afleveren of de definitie geven. De zogenaamde goednieuwsshow waar u naar verwijst: ik vind dat een beetje oneerbiedig, eerlijk gezegd, voor het werk dat onze mensen daar hebben ingestoken. Ik heb gebracht waar er al 2 à 3 jaar aan gewerkt is. Men zou dat ook wel mogen appreciëren, denk ik. In die nota Ruimte in dat provinciaal beleidsplan Ruimte Antwerpen gaan we niet in op de binnengebieden op zich, maar wel op de woonkern en de rol van de kern in het groter geheel. Hoe maken we een woonkern als geheel kwalitatiever, en hoe komen we hier tot een kwalitatieve verdichting? Dat is in feite waar het over gaat. We gaan de lokale besturen voor dit aspect natuurlijk ondersteunen.
Dat is belangrijk als zij hun gemeentelijke beleidsplannen willen verfijnen. En dan gaan we er zeker ook mee werken. U vroeg ook: benadert u de bestaande ruimte vanuit het oogpunt mogelijkheid tot bewoning, of mogelijkheid tot beplanting, enz.? Wij benaderen nu de bestaande ruimte vanuit onze 4 basisprincipes. Die zijn zuinig ruimtegebruik, veerkracht, nabijheid en bereikbaarheid. U hebt het allemaal kunnen vernemen. Bij de benadering van de mogelijkheden in de kern is er dus zeker geen of-of-verhaal, maar een en-en-verhaal. De ruimte zullen we in zijn totaliteit bekijken. Het invullen van de binnengebieden moet doordacht gebeuren met het oog op de leefbaarheid voor bewoners en gebruikers. Dat invullen kan zowel met bebouwing van open ruimte, als een combinatie van beide zijn. Maar de voorwaarde moet steeds kwaliteit zijn waar we ook altijd willen op inzetten. Dat is ook een principe dat als een rode draad door onze nota Ruimte zit, van ons provinciaal beleidsplan Ruimte. U hebt dan nog vragen over de voorrang voor de verdere bebouwing van de gebieden, en luchtzuiverende bomen, enz. Beide vragen, de stadsuitbreiding, de stadsinbreiding, en de natuuruitbreiding in bestaande ruimte, zijn belangrijk. Wij gaan voor het versterken, en dat is ook een basis van onze nota Ruimte, van de open ruimte, dus ook in kernen. Maar we gaan ook voor inbreiding en verdichting in kernen die goed gelegen zijn en een hoog voorzieningsniveau hebben. Dat is ook belangrijk. Je moet die samen bekijken, open ruimte en verdichting. Als je verdichting kan realiseren, kan je ook buiten meer open ruimte garanderen. Dat is de visie die alom aanwezig is in onze nota Ruimte. Die aspecten zijn opgenomen in de conceptnota, zuinig ruimtegebruik en veerkracht, en ook samenhangend ecologisch netwerk. Dat is dus geen voorrangsdiscussie waar we het hier over hebben, maar ik denk dat algemene normen of voorrangsregels hier ook geen soelaas brengen. We moeten die zaken echt bekijken in functie van het gebied. Maar fundamenteel is: verdichten zodat je meer open ruimte kan creëren. Je zal ook moeten verdichten, maar ook open ruimte creëren in de steden, want mensen moeten zich daar goed bij voelen. Dat is geen gemakkelijke discussie, maar die moeten we in alle geval toch aangaan. Wanneer wordt er gesproken van een groen binnengebied? Ik zal u heel duidelijk zeggen dat daar geen duidelijk afgelijnde definitie is van een binnengebied. In ruimtelijke ordening gaat het vaak om het gebied gelegen binnen een bebouwd blok. Soms gaat het ook om een aaneenschakeling van verschillende tuinen. Dat kan ook een binnengebied zijn. In onze nota Ruimte wordt die term ook niet gebruikt, omdat wij natuurlijk als provincie het ruimere kader bekijken met een helikopterzicht over onze ganse provincie. Definities van een kern in een gemeente zullen meer en meer door een gemeente bepaald worden via RUP’s en dergelijke meer. Wij geven de grote lijnen mee en hopen natuurlijk dat die grote lijnen ook worden gebruikt door gemeenten in hun vergunningenbeleid.

De heer DE QUICK.- Gedeputeerde Lemmens, bedankt voor uw uitleg. Ik had dat antwoord verwacht. Het is inderdaad zo dat de gemeenten met ruimtelijke uitvoeringsplannen een aantal bepalingen opleggen, maar het stoort mij een beetje dat de provincie geen onderscheid maakt in die binnengebieden tussen de binnengebieden waar een bedrijf gestaan heeft, of die gebetonneerd zijn en de groene binnengebieden. Het gebeurt nu meer dat er stadsinbreiding gebeurt, zelfs op groene binnengebieden. En als ik dan in de toespraak van de gouverneur hoor dat gezonde lucht en fijnstof een prioriteit moet zijn, denk ik dat je beter die groene binnengebieden in de steden bewaart en behoudt en aan stadsinbreiding doet aan die gebieden die ooit bebouwd zijn geweest, of die gebetonneerd of verhard zijn, en niet in die groene binnengebieden een stukje bebouwt en dan de helft van dat groene gebied wegneemt om dan de helft te behouden als groene zone met gras. Ik denk als de provincie gaat voor duurzaam ruimtegebruik, u inderdaad, zoals u daarstraks heeft gemeld, in overleg moet gaan met die gemeenten over de ruimteinvulling, en dat u een sturende rol kan hebben in die bepaling van die groene binnengebieden en stadsinbreiding en stadsuitbreiding. Het is namelijk zo dat het niet alleen gaat om groene gebieden buiten de steden en woonkernen, maar dat het van het grootste belang is dat er ook groene gebieden blijven binnen die stads- en dorpskernen omdat die uiterst belangrijk zijn voor onze gezondheid.

De heer LEMMENS, gedeputeerde.- Het zal u misschien verbazen, maar ik ben volledig akkoord met wat u zegt. Dat is niet in tegenstrijd met onze nota Ruimte. Uiteraard moet je binnen steden en dorpen ook zien, ook al wordt er verdicht, dat je ook nog kwalitatief genoeg open ruimte hebt. Ik denk dat elke gemeente die zichzelf respecteert ook wel tracht in zijn kern de nodige ruimte te voorzien waar mensen zich goed voelen. Dat is de kwaliteit waar ik het daarjuist over had. Maar het zal natuurlijk aan de gemeenten zijn om binnen RUP’s en binnen beleidsmatig gewenste ontwikkelingen te zien of zij hun kernen op een goede manier verder ontwikkelen. En ik hoop dat ze doen met in het achterhoofd dat beleidsplan Ruimte provincie Antwerpen, waar een aantal worden aangereikt naar gemeenten om ermee om te gaan. Dat is verdichting en open ruimte, maar kwalitatief ruimtegebruik. Dat is enorm belangrijk in deze.