Tagarchief: Agressie tegenover hulpverleners brandweer ambulancier schriftelijke vraag Jan Claessen Cathy Bercx meting 2018 2019 2020 politie geweld

agressie tegenover hulpverleners in antwerpen

Agressie tegen ambulanciers en verplegend personeel is een vaak voorkomend probleem in onze samenleving. Ook de provincie Antwerpen blijft niet gespaard van agressie tegenover hulpverleners en in het bijzonder ambulanciers. De provincie Antwerpen, bij uitvoering van de gouverneur, startte destijds een proefproject om agressie tegen hulpverleners in kaart te brengen. Met het in kaart brengen van de verschillende vormen van agressie kunnen we zien hoe we dit geweld kunnen verminderen en voorkomen. Meestal is het de patiënt die gewelddadig wordt, vaak onder invloed van alcohol of drugs.

Collega Jan Claessen stelde volgende vragen aan de gouverneur Cathy Berx :

1) Welke stappen om geweld tegen ambulanciers te verminderen werden sindsdien genomen?
Na de eerste meting in 2010 werden een aantal afspraken gemaakt. Die afspraken zijn na de tweede meting in 2019 herhaald. In de basisopleiding is in 6 extra opleidingsuren voorzien over agressie. Het thema agressie is ook in de permanente vorming opgenomen. Deze extra opleidingsuren staan los van de 120 uur verplichte opleiding, waarvan het pakket vastgelegd werd door FOD Volksgezondheid. Het zijn dus extra uren die buiten dit pakket vallen. Er zijn afspraken gemaakt met de politiediensten en het Parket. Deze afspraken houden in dat ‘agressie tegenover hulpverleners’ als extra aandachtspunt moet opgenomen worden in het PV en dat de Parketten deze gevallen met extra aandacht bekijken. Met de politiediensten zijn er ook afspraken dat gevallen van agressie tegenover medische hulpverleners en/of brandweer de hoogste prioriteit hebben. In veel gevallen leidt gebrek aan kennis en/of onbegrip voor dan wel verwerping van de geldende regels en/of procedures die de hulpdiensten (moeten) hanteren tot agressie. Voor ambulances bijvoorbeeld is de belangrijkste regel dat de patiënt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gevoerd, wat niet noodzakelijk overeenstemt met het ziekenhuis dat de patiënt verkiest. Op deze oorzaak van geweld kan en moet nog sterker worden ingezet met eenvoudige communicatie. Veel mensen hebben nood aan zeer eenvoudige informatie. Op dit moment afficheren ziekenhuizen hun werkwijze om de patiënten te informeren, bijvoorbeeld over de triage en het daaraan gekoppelde wachten. Het is van het grootste belang dat het verwachtingspatroon van de patiënt zo goed als mogelijk overeenstemt met de werkelijkheid. Dat kan er bijdragen dat het onbegrip en bijgevolg ook de agressie afneemt. Dit vergt een volgehouden communicatie-inspanning, maar ook klare taal over wat niet getolereerd wordt.

2) Graag de cijfergegevens betreffende de verschillende vormen van agressie tegen ambulanciers e.a. hulpverleners voor het jaar 2017, 2018, 2019 en 2020.
Tussen maart-april 2018 en juli 2019 is er een meting gedaan van het aantal meldingen van agressie tegen medische hulpverleners. In totaal waren er in deze periode 140 gevallen van geweld. Verdeeld over de verschillende vormen van geweld geeft dit:
o Fysiek geweld: 20 (14,29%)
o Materiële agressie: 3 (2,14%)
o Materiële en fysieke agressie: 1 (0,71%)
o Verbale agressie: 64 (45,71%)
o Verbale en fysieke agressie: 40 (28,57%)
o Verbale en materiële agressie: 5 (3,57%)
o Verbale, materiële en fysieke agressie: 7 (5%)
De agressor is vooral de patiënt zelf (67%) of familie (12,86%). In 40% van de gevallen is de patiënt onder invloed (in bijna 4 op 5 gevallen van alcohol en 1 op 4 van drugs).
In 36,7% is men het oneens met de medische beslissing of oneens met de regels, of kennen patiënt of familie de regels niet of onvoldoende. Psychiatrische patiënten maken een beperkte groep (8,5%) uit.
De medische hulpverleners krijgen allen een opleiding agressiebeheersing. In 57 gevallen moest bijstand van politie worden ingeroepen. In 3 gevallen was er nood aan de inzet van interne security. Dat komt overeen met 43% van de meldingen. Dit betekent dat in 2/5 van de gevallen externe hulp nodig is om de agressor tot bedaren te brengen. Nultolerantie voor agressie tegenover hulpverleners moet altijd en overal de duidelijke en door iedereen te delen lijn zijn.
Dat wil echter niet zeggen dat elke agressor automatisch moet vervolgd worden. Ook als het PV niet leidt tot een vervolging, moet dit worden onderbouwd en gemeld. Het is immers mogelijk dat de patiënt bijvoorbeeld in een behandeltraject zit voor een psychiatrische aandoening. Ten aanzien van brandweer ligt het aantal geregistreerde meldingen van agressie lager, al is er allicht sprake van onderrapportering. Brandweerzone Antwerpen bezorgde volgende cijfers :

In Hulpverleningszone Rivierenland werden 3 gevallen gemeld door
ambulanciers, alle 3 verbale agressie (1 in 2020, 2 in 2019). Er werden geen gevallen gemeld door brandweerlui.
Ook in Brandweerzone Kempen kwamen de meldingen in de periode 2018-2020 van ambulanciers: 4 meldingen van verbale agressie en 5 meldingen van fysieke agressie.
Voor politiediensten hebben we ons gebaseerd op het aantal PV’s met
opzettelijke slagen en/of verwondingen aan politieambtenaren.


3) Is de webstek en meldpunt tegen geweld nog operationeel? Zo neen, waarom niet?
De webstek en het meldpunt zijn vooral momentopnames. Het meldpunt wordt normaliter 2x/jaar onder de aandacht gebracht van de verschillende disciplines op de Provinciale Veiligheidscel. Door de corona-pandemie verdwenen deze taken helaas naar de achtergrond. Op dit moment ontbreken de financiering, en de personeelsomkadering om het meldpunt ten volle te benutten en de meldingen correct op te volgen. Van in het begin van de pandemie is wel veel aandacht besteed aan zogenaamde spuwincidenten. Die worden systematisch opgevolgd én gevolgd door een dagvaarding bij de strafrechter. De webstek was vooral bedoeld om te kunnen nagaan of zich nieuwe trends voordoen. Voor de Dringende Geneeskundige Hulp zijn er geen veranderingen in de trends zichtbaar, dus blijft de aanpak gelijk. Wel wordt blijvend in gezet op bijkomende aandacht voor communicatie over de regels en werkwijze van de hulpverlening.