Categoriearchief: Provincieraad

waterbeheersing in de bebouwde woonkernen

De recente stortregens van vrijdagavond 4 juni, rond 17.30 u zorgden in de provincie Antwerpen, maar vooral in de Kempen voor grote wateroverlast. Grote delen van Turnhout, Retie, Balen en Herentals stonden blank. Meestal was de wateroverlast te wijten aan het feit dat het debiet van de riolen te klein was om het water tijdig af te kunnen voeren, waardoor regenwater via afvoerputjes naar de riolen, kelders, huizen binnenliep en straten onder water zette.
Binnenkort krijgen we bij de aanhoudende warmte vermoedelijk alweer signalen van een tekort aan grondwater met bijhorende droogteproblematiek.

•        De hoofdreden is vooral te zoeken in de stadsinbreidingen waarbij grote oppervlakten met waterondoordringbaar beton en asfalt worden bedekt en de ermee gepaard gaande verdwijning van de vele groene ruimten in steden en gemeenten. De Vlaamse gemeenschap dringt aan op stadsinbreiding, wat inhoudt dat de open ruimten in de steden en gemeenten zoveel mogelijk dienen benut te worden voor bebouwing;

•        Een andere reden is te vinden in het verdwijnen van volwassen bomen en beplanting en het dichtleggen van kleine beekjes en historische afwateringen waardoor de waterhuishouding in de grond danig wordt verstoord.

•        Een derde reden is natuurlijk dat de groei van de bewoning niet consequent wordt gevolgd door een groei van de afvoerkanalen.

De gevolgen hiervan zijn niet te overzien. Niet enkel wordt het risico op wateroverlast sterk verhoogd, maar ook het grondwaterpeil daalt hierdoor noemenswaardig, met alle mogelijke gevolgen van dien op mens en milieu, denken we maar aan het dreigende drinkwatertekort.

In de landelijke gebieden van onze provincie kunnen we trouwens een evolutie in de goede zin vaststellen, maar in de stedelijke gebieden of gebieden met verdichte woonkernen is het probleem totaal niet onder controle.

Collega Erik de Quick stelde volgende vragen:

  • Is de deputatie zich voldoende bewust van het belang en de noodzaak om dringend werk te maken van een degelijke waterbeheersing , vooral in de verstedelijkte gebieden.?
  • Een aantal zaken worden wel opgenomen in de omgevingsvergunning, maar ik stel vast dat de uitvoering niet altijd overeenstemt met de planning en dat bijvoorbeeld de groendaken niet de waterbufferende werking hebben die wordt beoogd, dat de wadi’s onvoldoende opvangcapaciteit hebben bij stortregens en dat bestaande afvoerbeekjes (grachten en sloten en ondergrondse afwateringen) worden dichtgelegd. Heeft de deputatie in uitvoering van het Milieuhandhavingsdecreet opdracht gegeven aan de provinciale toezichthouders om een streng toezicht te houden op de onbevaarbare waterlopen van 2e en 3e categorie? Heeft de deputatie al aangedrongen bij de Vlaamse overheid tot aanpassing van de normeringen met betrekking tot waterbeheersing in de reglementering die dient gevolgd te worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning?
  • In hoeverre houdt de deputatie bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening met het belang van de groene binnengebieden en het behoud van kleine sloten en/of al of niet ondergrondse afwateringen (meestal dichtgeslibde historische sloten en afwateringen) ?
  • In hoeverre heeft de deputatie overtredingen vastgesteld en werd opgetreden bij wantoestanden?  Wanneer spreekt de deputatie van “wantoestanden”?
  • In de omgevingsanalyse van het departement leefmilieu, Beleidsmaterie Integraal Waterbeleid wordt in de rubriek “ruimte voor water” gezegd: “Ook via de watertoets en adviezen in het kader van de omgevingsvergunningen en planningsinstrumenten wordt getracht ruimte voor water te vrijwaren en/of te creëren”. Gelet op de recente overstromingen, denk de deputatie dat deze betrachting voldoende is geweest? Hoe wil de deputatie deze betrachting in verstedelijkte gebieden verwezenlijken?
  • In hoeverre houdt de deputatie, in uitvoering van het milieuhandhavingsdecreet, toezicht op de efficiënte aanleg van groendaken en waterdoorlatende bodembedekkingen bij bouwprojecten?
  • Welke maatregelen heeft de deputatie genomen om in een stedelijke context aan te sturen op ontharding van de oppervlakten en in het beogen van een zo groot mogelijke provinciale betonstop?
  • Hoe rijmt de deputatie de betrachting tot ontharding van de ruimten, met het standpunt van de Vlaamse Gemeenschap inzake stadsinbreiding?
  • Is de deputatie van plan om strenger toe te zien op de naleving van maatregelen in functie van een betere waterbeheersing.
  • Zal de deputatie in overleg gaan met de gemeenten om deze problematieken aan te kaarten en op te lossen?
  • Is de deputatie van plan om haar verantwoordelijkheid te nemen en schadeloosstellingen te voorzien?

uit het verslag provincieraad 24/06:
De heer LEMMENS antwoordt dat de belangrijkste schadeoorzaak ten gevolge van wateroverlast het gebrek aan ruimte voor water is. In extreme situaties is er in Vlaanderen op heel wat plaatsen onvoldoende ruimte beschikbaar om op korte termijn veel regen op te vangen zonder schade. Dit is onder andere te wijten aan fouten uit het verleden binnen de ruimtelijke ordening waarbij er minder zorgvuldig werd omgesprongen met het verlenen van vergunningen, bebouwing en de grote bevolkingsdichtheid in Vlaanderen. Het ruimtebeslag is ook in onze provincie behoorlijk groot. 

De provinciale toezichthouders die bij de dienst Integraal Waterbeleid zijn aangesteld, hebben geen bevoegdheden met betrekking tot de omgevingsvergunningen. Voor de handhaving op de omgevingsvergunningen is de provincie niet bevoegd, wel Vlaanderen en de gemeenten. 


Bij het aansnijden van groene binnengebieden en aanvragen in de buurt van waterlopen houdt de deputatie rekening met verschillende aspecten van ontharding en vergroening bij het verlenen van de omgevingsvergunning. De marge van de besluitvorming is ook hier gebonden aan het geldend juridisch kader. Zo gelden er voor elk perceel diverse voorschriften waarmee de deputatie rekening moet houden. Die zitten verankerd in diverse kaders. Sommige voorschriften houden in dat een binnengebied kan worden verhard. Andere voorschriften spreken zich ook uit over de waterhuishouding, bijvoorbeeld de Vlaamse verordening rond hemelwater. Daarnaast wordt elke aanvraag getoetst aan de criteria van de goede ruimtelijke ordening, maar dit criterium kan enkel toegepast worden voor zover het juridisch kader dit toelaat. Dit kan verschillen van perceel tot perceel. Binnen dit criterium houdt de deputatie steeds rekening met vergroening en verbetering van de waterhuishouding.

Tenslotte wordt elke aanvraag onderworpen aan een ”watertoets”. In de meeste gevallen krijgt de deputatie hierbij adviezen van waterbeheerders. Die adviezen zijn zeer divers en kunnen inhouden dat het project meer afstand moet bewaren ten opzichte van een waterloop, dat een gedempte waterloop opnieuw moet worden opengelegd of dat het project best wordt gecombineerd met het verleggen of herprofileren van een waterloop zodat er meer ruimte voor water ontstaat. Via de watertoets en de adviesverlening wordt aanzienlijk bijgestuurd op vergunningen en planningsinstrumenten. Per dossier trachten we steeds zoveel mogelijk te streven naar ontharding en infiltratie op het eigen terrein. Overbodige verhardingen worden regelmatig uit vergunningen geschrapt. De adviezen inzake water komen echter maar aan bod bij nieuwe initiatieven of aanvragen en hebben dus maar betrekking op een zeer beperkt aandeel van het verstedelijkt gebied. 

De deputatie werkt op dit ogenblik aan het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen. In dit kader zullen uitgangspunten worden opgenomen die verharding tegengaan en klemtonen leggen op vergroening en ruimte voor water. Hierover zullen we in het najaar de provincieraad verder informeren. Bij de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen is zuinig ruimtegebruik steeds het uitgangspunt. De ambitie is dan ook om zoveel mogelijk in te zetten op onthardingsmaatregelen en infiltratie van hemelwater. Binnen de nieuwe provinciale droogtestrategie zijn er verschillende krachtlijnen die op deze problematiek focussen. Hiermee zal de provincie zeker een bijdrage kunnen leveren in de aanpak van deze problematiek.

Stadsinbreiding en open ruimte creëren zijn niet noodzakelijk elkaars tegengestelden. Als sectoren samenwerken, komt men dikwijls tot betere en efficiëntere oplossingen. De deputatie wil op zulke besluitvorming graag inzetten. Groenblauwe dooradering is de term die we gebruiken om verdichting en het creëren van open ruimte te laten samengaan. In stedelijke context wordt bij adviesvragen of overleggen vaak gewezen op het belang hiervan. Het gaat vaak om kleinschalige, lokale ingrepen die effect creëren zoals het openleggen van een beek bij een groot bouwproject in de kern of het verhinderen van verharde voortuinen in voorschriften. Elke kleine ingreep heeft zijn meerwaarde en kan positief werken in het creëren van groene ruimte en een verbeterd klimaat voor mens, dier en plant. Maar het is bijna altijd een gemeentelijke planningsbevoegdheid. We kunnen hierin onze rol spelen als deputatie, maar de marge van sturing is beperkt. 

Alle andere vragen peilen naar de intenties van de deputatie en zijn derhalve onontvankelijk volgens het huishoudelijk reglement.

De heer DE QUICK dankt de gedeputeerde voor het uitgebreide antwoord, maar mist nog één element waar naar zijn mening de deputatie een rol kan spelen. Een aantal van de recente overstromingen vonden plaats in de laag gelegen verstedelijkte gebieden. Nergens in de vergunningverlening wordt rekening gehouden met de hoogte van de gebieden of de oorspronkelijke moerassige toestand.

De heer LEMMENS antwoordt dat in de vergunningverlening rekening wordt gehouden met vele adviezen, waaronder ook adviezen rond waterbeheersing van onder andere de  Vlaamse Milieumaatschappij of de waterbeheerders Water-Link en PIDPA.

cijfers betreffende twijfelaars/weigeraars van vaccinatie tegen corona

uit het antwoord van gouverneur Cathy Berx op een schriftelijke vraag van ons provincieraadslid Jan Claessen.

1) Hoeveel inwoners van de provincie Antwerpen hebben – van diegene die daar al wel de kans toe hadden – hun vaccin geweigerd?
Mensen kunnen op verschillende manieren een vaccinatie weigeren. Dit kan actief door een weigering te melden in het antwoord op de uitnodiging, of passief door niet op de uitnodiging in te gaan.
Dit betekent niet dat alle personen die niet opdagen (no-shows) weigeringen zijn. Er zijn bijvoorbeeld mensen die er bewust voor kiezen om hun vaccinatie uit te stellen omdat het initiële vaccinatiemoment niet past. Er kunnen ook manipulatiefouten zijn van mensen die digitaal minder bedreven zijn.
In bijlage vindt u een overzicht per vaccinatiecentrum.
Ik licht even toe:
• # Niet-geactiveerde personen (enkel 18+):
dit zijn personen die nog geen uitnodiging ontvingen en dus ook nog niet
konden weigeren.
• # Geactiveerde personen (enkel 18+):
een geactiveerd persoon is iemand die op korte termijn zal worden
uitgenodigd of reeds uitgenodigd werd voor vaccinatie. Dit is de grote
meerderheid van de Antwerpenaren.
• # Gedeactiveerde personen:
hier zien we 3 subcategoriën :
1) personen die wegens medische redenen (tijdelijk) niet in
aanmerking komen voor vaccinatie [Door huisarts]. Dit zijn
bijvoorbeeld mensen die een intensieve medische behandeling
ondergaan met als gevolg dat ze erg zwak zouden reagerenop een
vaccin, en bij wie die behandeling op korte termijn afloopt. Dit zijn
geen weigeringen.
2) personen die reeds elders gevaccineerd zijn [Reeds gevaccineerd].
Dit zijn geen weigeringen
3) personen die actief aangeven dat ze geen vaccinatie wensen
[Weigering]: dit zijn echte weigeringen, al kunnen er ook
manipulatiefouten bij zijn die nog moeten worden rechtgezet. U ziet
dat deze groep overal onder de 5% blijft, en doorgaans maar 1 à 2%
betreft.
• Tweedekansers volgens eerste of tweede dosis:
dit zijn no-shows en personen die hun vaccinatie annuleren zonder
expliciete weigering. Zij worden al ingeboekt om later opnieuw uitgenodigd te kunnen worden. Mogelijk omvat deze groep verborgen weigeringen. Ook voor deze groep is het aandeel minder dan 5% voor elk van beide dosissen.
Dus zelfs als iedere no-show een weigering zou zijn, is dit slechts een
beperkt percentage.
Noot: De cijfers voor Baldemore zijn onbetrouwbaar en daarom
verwijderd; voor Park Spoor Oost zijn geen cijfers beschikbaar
aangezien ze geen gebruikmaken van Doclr voor hun operationele
werking. Alle cijfers komen rechtstreeks uit het dashboard dat de
centra zelf ook ter beschikking hebben.

2) Wat geven weigeraars van het vaccin als motivering aan?
Er wordt geen reden van weigering gevraagd, hierover zijn er dus geen gegevens beschikbaar.

3) Wordt het Astrazeneca-vaccin meer geweigerd dan pfizer, J & J en/of Moderna? Zo ja, wordt voor inwoners die Astrazeneca weigeren een alternatief vaccin aangeboden?
Hierover zijn er geen gegevens beschikbaar. Het is niet altijd mogelijk om te weten welk vaccin iemand aangeboden kreeg.
* Voor centra met een prebooking-systeem kan het Agentschap in Doclr
nakijken welk vaccin werd opgegeven in het gereserveerde tijdslot.
* Voor centra zonder prebooking bestaat deze optie niet. De burger plant zelf zijn afspraak in en kan dan zien welk vaccin er ter beschikking is. Deze info krijgt het Agentschap niet door.
Het Agentschap Zorg & Gezondheid heeft dus geen info over een weigering per vaccin. Alleszins wordt er geen ander vaccin aangeboden aan wie een AstraZeneca-vaccin weigert.

Weigeraars zullen wel de kans krijgen om zich op eigen initiatief opnieuw in te schrijven.
Als een aanbod geweigerd werd, mag het Agentschap deze mensen immers niet meer actief benaderen.

agressie tegenover hulpverleners in antwerpen

Agressie tegen ambulanciers en verplegend personeel is een vaak voorkomend probleem in onze samenleving. Ook de provincie Antwerpen blijft niet gespaard van agressie tegenover hulpverleners en in het bijzonder ambulanciers. De provincie Antwerpen, bij uitvoering van de gouverneur, startte destijds een proefproject om agressie tegen hulpverleners in kaart te brengen. Met het in kaart brengen van de verschillende vormen van agressie kunnen we zien hoe we dit geweld kunnen verminderen en voorkomen. Meestal is het de patiënt die gewelddadig wordt, vaak onder invloed van alcohol of drugs.

Collega Jan Claessen stelde volgende vragen aan de gouverneur Cathy Berx :

1) Welke stappen om geweld tegen ambulanciers te verminderen werden sindsdien genomen?
Na de eerste meting in 2010 werden een aantal afspraken gemaakt. Die afspraken zijn na de tweede meting in 2019 herhaald. In de basisopleiding is in 6 extra opleidingsuren voorzien over agressie. Het thema agressie is ook in de permanente vorming opgenomen. Deze extra opleidingsuren staan los van de 120 uur verplichte opleiding, waarvan het pakket vastgelegd werd door FOD Volksgezondheid. Het zijn dus extra uren die buiten dit pakket vallen. Er zijn afspraken gemaakt met de politiediensten en het Parket. Deze afspraken houden in dat ‘agressie tegenover hulpverleners’ als extra aandachtspunt moet opgenomen worden in het PV en dat de Parketten deze gevallen met extra aandacht bekijken. Met de politiediensten zijn er ook afspraken dat gevallen van agressie tegenover medische hulpverleners en/of brandweer de hoogste prioriteit hebben. In veel gevallen leidt gebrek aan kennis en/of onbegrip voor dan wel verwerping van de geldende regels en/of procedures die de hulpdiensten (moeten) hanteren tot agressie. Voor ambulances bijvoorbeeld is de belangrijkste regel dat de patiënt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gevoerd, wat niet noodzakelijk overeenstemt met het ziekenhuis dat de patiënt verkiest. Op deze oorzaak van geweld kan en moet nog sterker worden ingezet met eenvoudige communicatie. Veel mensen hebben nood aan zeer eenvoudige informatie. Op dit moment afficheren ziekenhuizen hun werkwijze om de patiënten te informeren, bijvoorbeeld over de triage en het daaraan gekoppelde wachten. Het is van het grootste belang dat het verwachtingspatroon van de patiënt zo goed als mogelijk overeenstemt met de werkelijkheid. Dat kan er bijdragen dat het onbegrip en bijgevolg ook de agressie afneemt. Dit vergt een volgehouden communicatie-inspanning, maar ook klare taal over wat niet getolereerd wordt.

2) Graag de cijfergegevens betreffende de verschillende vormen van agressie tegen ambulanciers e.a. hulpverleners voor het jaar 2017, 2018, 2019 en 2020.
Tussen maart-april 2018 en juli 2019 is er een meting gedaan van het aantal meldingen van agressie tegen medische hulpverleners. In totaal waren er in deze periode 140 gevallen van geweld. Verdeeld over de verschillende vormen van geweld geeft dit:
o Fysiek geweld: 20 (14,29%)
o Materiële agressie: 3 (2,14%)
o Materiële en fysieke agressie: 1 (0,71%)
o Verbale agressie: 64 (45,71%)
o Verbale en fysieke agressie: 40 (28,57%)
o Verbale en materiële agressie: 5 (3,57%)
o Verbale, materiële en fysieke agressie: 7 (5%)
De agressor is vooral de patiënt zelf (67%) of familie (12,86%). In 40% van de gevallen is de patiënt onder invloed (in bijna 4 op 5 gevallen van alcohol en 1 op 4 van drugs).
In 36,7% is men het oneens met de medische beslissing of oneens met de regels, of kennen patiënt of familie de regels niet of onvoldoende. Psychiatrische patiënten maken een beperkte groep (8,5%) uit.
De medische hulpverleners krijgen allen een opleiding agressiebeheersing. In 57 gevallen moest bijstand van politie worden ingeroepen. In 3 gevallen was er nood aan de inzet van interne security. Dat komt overeen met 43% van de meldingen. Dit betekent dat in 2/5 van de gevallen externe hulp nodig is om de agressor tot bedaren te brengen. Nultolerantie voor agressie tegenover hulpverleners moet altijd en overal de duidelijke en door iedereen te delen lijn zijn.
Dat wil echter niet zeggen dat elke agressor automatisch moet vervolgd worden. Ook als het PV niet leidt tot een vervolging, moet dit worden onderbouwd en gemeld. Het is immers mogelijk dat de patiënt bijvoorbeeld in een behandeltraject zit voor een psychiatrische aandoening. Ten aanzien van brandweer ligt het aantal geregistreerde meldingen van agressie lager, al is er allicht sprake van onderrapportering. Brandweerzone Antwerpen bezorgde volgende cijfers :

In Hulpverleningszone Rivierenland werden 3 gevallen gemeld door
ambulanciers, alle 3 verbale agressie (1 in 2020, 2 in 2019). Er werden geen gevallen gemeld door brandweerlui.
Ook in Brandweerzone Kempen kwamen de meldingen in de periode 2018-2020 van ambulanciers: 4 meldingen van verbale agressie en 5 meldingen van fysieke agressie.
Voor politiediensten hebben we ons gebaseerd op het aantal PV’s met
opzettelijke slagen en/of verwondingen aan politieambtenaren.


3) Is de webstek en meldpunt tegen geweld nog operationeel? Zo neen, waarom niet?
De webstek en het meldpunt zijn vooral momentopnames. Het meldpunt wordt normaliter 2x/jaar onder de aandacht gebracht van de verschillende disciplines op de Provinciale Veiligheidscel. Door de corona-pandemie verdwenen deze taken helaas naar de achtergrond. Op dit moment ontbreken de financiering, en de personeelsomkadering om het meldpunt ten volle te benutten en de meldingen correct op te volgen. Van in het begin van de pandemie is wel veel aandacht besteed aan zogenaamde spuwincidenten. Die worden systematisch opgevolgd én gevolgd door een dagvaarding bij de strafrechter. De webstek was vooral bedoeld om te kunnen nagaan of zich nieuwe trends voordoen. Voor de Dringende Geneeskundige Hulp zijn er geen veranderingen in de trends zichtbaar, dus blijft de aanpak gelijk. Wel wordt blijvend in gezet op bijkomende aandacht voor communicatie over de regels en werkwijze van de hulpverlening.

De Fietsostrade F1 in Hove

Het drukke fietsverkeer op de F1 zorgt in Hove voor onveilige situaties.
Er is geen duidelijke oversteek op de Kapelstraat, in de Kasteelstraat wordt de fietsostrade gedeeld met voetgangers en wagens van de bewoners en de kruising met de Donderbrug in de Beekhoekstraat zorgt al langer voor problemen.
Als er een huisvuilophaling is in de Kasteelstraat (zie foto), dan rijdt de vuilniskar achteruit op de fietsostrade. Een gevaarlijke handeling waarbij de vrachtwagen telkens de ganse fietsostrade verspert.


Welke oplossingen voorziet het provinciebestuur om bovenstaande situaties veiliger te maken?

verdwijning tram 7 – provinciebestuur neemt geen standpunt in

Volgens de nieuwsuitzending van 21/12 op ATV neemt het protest tegen het mogelijk verdwijnen van tram 7 in Mortsel terug toe.
Gedeputeerde Lemmens zei op de provincieraad van februari 2020 dat er momenteel geen definitieve plannen zijn en dat de discussie gevoerd dient te worden in de vervoerregioraad waarin hij is afgevaardigd vanuit de provincieraad.
In de raad werd ook gezegd dat de bekommernis in de vervoerregioraad zou overgemaakt worden.


conclusie:
Het provinciebestuur neemt als bovenlokaal niveau geen standpunt in. Het zijn de lokale besturen zelf die een advies of bezwaar dienen voor te leggen. Toch had de provincie volgens ons beter kunnen doen door tezamen met de betrokken gemeentes wel een advies over te maken.  Al was het maar om wat meer druk te zetten om lijn 7 te behouden en de inwoners van de betrokken gemeentes moreel te ondersteunen in hun verzet tegen de onverantwoorde wijzigingen die De Lijn eigengereid wil doorvoeren.
Uit de verslagen van de vervoerregioraad kunnen we niets opmaken want het laatste verslag dateert van 9 oktober 2019.
Volgens dat laatste verslag was er toen niemand van de provinciale afvaardiging aanwezig. Wat is het nut van een provincieafgevaardigde in de vervoerregioraad als er niemand aanwezig is tijdens de besprekingen en dus logischerwijze ook geen vragen gesteld kunnen worden noch adviezen verstrekt worden?
Dus hoe meer er gezegd wordt dat er nog niets beslist is, hoe meer gevaar er is dat het allang wel beslist is.

tram 7 op het gemeenteplein

erediensten: rapportering en opvolging

uit het verslag van de provincieraad, zitting 9 december 2020:
De heer DE WINTER zegt dat hij met zijn tussenkomst de discussie niet wil aangaan of alle geloofsovertuigingen al dan niet gesubsidieerd hoeven te worden, maar om duidelijkheid krijgen over de verplichtingen van onze provincie tegenover de erkende erediensten.
Samengevat heeft de provincie de verplichting om de tekorten bij te passen van de exploitatie, investeringstoelages uit te betalen, eventueel een secretariaatsvergoeding en een woonstvergoeding aan de geloofsbedienaar. Maar toch even ter herinnering dat bijvoorbeeld moskeeën meer zijn dan gebedshuizen maar ook gemeenschapshuizen, scholen, …
Ook heeft de provincie de verplichting om de meerjarenplannen goed te keuren en advies te geven over de jaarrekeningen en de erkenning.
Daarnaast oefent de provincie een algemeen administratief toezicht uit en vindt er minstens twee maal per jaar overleg plaats met de desbetreffende eredienst.
Wat gebeurt er indien de provincie merkt dat er zaken niet in orde zijn? Inhoudelijke dossiers bespreken we best op de raadscommissie maar in één van de budgetten 2020 en meerjarenplannen 2020-2025 staat er bijvoorbeeld te lezen: de brandblussers in onze kerk hebben ook hun tweejaarlijkse keuring nodig (eigenlijk had dit in 2019 moeten
gebeuren, maar we hebben het uitgesteld vanwege de financiële beperkingen).
Wat doet de provincie met deze informatie?
Worden tekortkomingen steeds doorgegeven aan een boven of onderliggend niveau?
Worden de tekorten van de exploitatie zomaar bijgepast?

Wat is de rol van de gouverneur in de rapportering en opvolging van dossiers over erediensten?
In 2021 gaat Vlaanderen opnieuw lokale geloofsgemeenschappen erkennen wat wil zeggen dat voor onze provincie er islamitische, protestantse en orthodoxe geloofsgemeenschappen zullen bijkomen. Nieuwe erkenningen gaan ongetwijfeld zwaar wegen op het provinciale budget.
Heeft de deputatie zicht op het aantal dossiers die klaar liggen om erkend te worden?
Voorzien we niet best de stijging van de uitgaven aan de erediensten nu al in het meerjarenbudget?

De heer LEMMENS zegt dat wat de brandbeveiliging betreft het eredienstendecreet van 7 mei 2004 zeer duidelijk is:
de verantwoordelijkheid ligt bij het desbetreffende kerkbestuur.
Niemand, noch de financierende overheid, noch de diensten van het administratief toezicht, noch de stadsdiensten, kunnen zich in de plaats stellen van of optreden namens de desbetreffende kerkfabriek of comité. Maar, het spreekt voor zich dat we zulke zaken bespreken op het halfjaarlijks overleg tussen provincie en kerkbestuur, waarbij we het kerkbestuur wijzen op zijn verantwoordelijkheid.

Er is niet ‘zomaar’ een bijpassing, maar de mogelijkheden zijn wel beperkt. Zo heeft de provincie enkel inspraak bij de goedkeuring van de meerjarenplanning. Dan kijkt onze administratie na of de kerkbesturen geen kosten opnemen waarvoor de provincie geen verplichting tot tussenkomst heeft. Enkel uitgaven in functie van de eredienst zelf worden aanvaard, geen kosten voor bijvoorbeeld de organisatie van sociale of culturele activiteiten. Ook worden er afspraken gemaakt qua timing van bepaalde aankopen of werken.
Als de budgetten binnen het goedgekeurde meerjarenplan van de eredienst vallen, is er juridisch geen verdere inspraak meer mogelijk.

De rol van de gouverneur is dubbel. Enerzijds is de gouverneur voorzitter van de deputatie, anderzijds is zij commissaris van zowel de federale als gewestregering. In die zin is ze betrokken bij zowel het administratief toezicht als het eventuele beroep tegen beslissingen van de provincieraad.

In totaal zijn er 58 dossiers voor erkenning ingediend voor 1 juli 2019, waarvan 20 uit de provincie Antwerpen: 18 voor de islamitische en 2 voor de orthodoxe eredienst. In het voorontwerp van decreet inzake de erkenningen, dat de Vlaamse regering onlangs goedkeurde, zouden deze wel nog een procedure moeten doorlopen die minimaal 1 en maximaal 2 jaar en 1 maand in beslag zal nemen. Het is ook niet zeker of al deze lokale geloofsgemeenschappen zich willen inschrijven in de nieuwe verstrengde regels en ook effectief een hernieuwde aanvraag gaan indienen. Het nieuwe decreet zou in werking treden op 1 september 2021. De budgettaire impact voor de provincie is er ten vroegste vanaf budget 2023. Die impact zal hoe dan ook aanzienlijk zijn.
Als alle 20 dossiers hernieuwd en erkend worden, spreken we over een bijkomende jaarlijkse kost van om en bij de 700.000 EUR.
Dit lijkt ons, aldus de heer Lemmens, onrealistisch, zowel qua budget als qua timing. Een dergelijk bedrag ophoesten, midden de legislatuur. Het spreekt voor zich dat we hierover in gesprek gaan met de Vlaamse regering. Vanuit de VVP is hiervoor initiatief genomen.

De heer DE WINTER bedankt de gedeputeerde voor zijn gedetailleerd antwoord.

ICT: DIGITALISERING

tussenkomst op de provincieraad van december 2020

Het Corona virus heeft ons leven totaal ontregeld en de digitalisering in een razend tempo versneld.
Ook IT-ers zijn helden in deze coronatijden.
Doordat face to face contact wegviel, zorgen zij er voor – ook in het provinciehuis – dat medewerkers van thuis uit hun job verder naar perfectie kunnen uitvoeren en wij zowel digitaal als hybride de belangen van de provincie kunnen volgen.
Naast hybride communicatievormen focussen we ons in 2021 op digitalisering.
In een grote organisatie zoals de provincie kunnen er efficiëntiewinsten gemaakt worden door de wildgroei aan systemen in kaart te brengen en hierin strategie en architectuur te scheppen.
Voor de commissies en de provincieraad vergaderen we bijvoorbeeld via Skype, vele extern verzelfstandigde agentschappen gebruiken Teams en opleidingen en workshops gebeuren via Zoom.
Sommige van onze verzelfstandigde entiteiten beschikken over eigen ICT-oplossingen zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem terwijl andere EVA’s hierin nog dienen te investeren.  
In hoeverre worden alle verschillende technologieën die gebruikt worden binnen de ganse organisatie geharmoniseerd?
Gaat de provincie zich aansluiten bij ebox, het platform waarmee overheidsberichten digitaal kunnen verzonden worden aan burgers?
De Antwerpse provincieraad kan thuis gevolgd worden via livestreaming.
Zullen de openbare commissies in 2021 ook digitaal uitgezonden worden?
Bij de aanpassing meerjarenplan 2020-2025 – vaststelling van de kredieten 2021 wordt er voor de dienst ICT Infrastructuur en operations geen budget voorzien. 
We hebben € 304.893 in 2020, € 0 in 2021 en € 225.00 in 2022.
Kunt u ons meedelen wat hiervan de reden is?

De heer CALUWÉ zegt dat er sterk ingezet wordt op het harmoniseren op verschillende niveaus van de verschillende technologieën die gebruikt worden. Zo wordt er bekeken of er nieuwe functionaliteiten geïntroduceerd kunnen worden ter vervanging of afbouw van 39
andere elementen. Zo is Skype for business geïntroduceerd om de klassieke telefonie te vervanging. De citrix-thuiswerkomgeving wordt vervangen en geïntegreerd in de VPNomgeving. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen komen, wordt bekeken of die uitgerold kunnen worden in het kader van reeds geïntroduceerde technologie. Wat betreft Skype,
Teams en Zoom, worden de drie systemen voor specifieke redenen naast elkaar gebruikt.
De licenties worden beheerd door het departement ICT.
De provincie zal vanaf 1 januari aansluiten bij eBox om de belastingsbiljetten te verzenden.
Enkel de burgers met een actieve eBox zullen het biljet op digitale wijze
ontvangen, maar zo zal de provincie naar schatting toch 120.000 brieven minder moeten versturen.
De provincieraadscommissies zullen niet digitaal uitgezonden worden. De opnames voor uitzending kunnen enkel in de provincieraadszaal gemaakt worden. Aangezien de provincieraadscommissies gelijktijdig doorgaan en het niet mogelijk is om meerdere vergadering gelijktijdig op te nemen, is er geen mogelijkheid om de raadscommissies digitaal uit te zenden.
Het krediet voor de dienst ICT infrastructuur en operations zit in de globale lijn verweven. De lijn waarvan sprake is een specifieke lijn voor roerende investeringen en die nood is er niet in het komende jaar.
In de periode 2022-2025 wordt dat wel voorzien.
De middelen worden dan voorzien voor twee grote investeringen in het datacentrum van de provincie: het vervangen van de centrale opslagsystemen en de netwerkcomponenten.

de faraomier

Door het milder wordend klimaat duiken bepaalde exotische insectensoorten meer en meer op in onze contreien.
De aanwezigheid van de faraomier werd reeds meermaals in het district Deurne vastgesteld.
Eens ze een woning binnen zijn, verschuilen ze zich meestal in warme keukens.
Faraomieren zijn verspreiders en dragers van ziektekiemen en dus een gevaar voor de volksgezondheid.
De faraomier zou een moeilijk te bestrijden insectensoort zijn.
In Frankrijk heeft men m.b.t. dit probleem reeds verregaande maatregelen moeten nemen. Zo zouden we ons ook kunnen verwachten aan langdurige plagen van deze mieren.

Collega Jan Claessen stelde hierover volgende vragen:
1) Hoe ernstig wordt dit probleem beleidsmatig ingeschat?
Er is contact opgenomen met dhr. Wouter Dekoninck, entomoloog en
mierendeskundige van het Koninklijk Belgisch Instituut voor
Natuurwetenschappen. Naar zijn inschatting is er geen extra verhoogde
aanwezigheid van faraomieren vastgesteld de laatste jaren; wat een lokale aanwezigheid of uitbreiding niet uitsluit.


2) Zijn er in de provincie Antwerpen meerdere klachten betreffende de opkomst van de faraomier?
Naast deze melding in uw vraag zijn er via de regiowerking van het
departement Leefmilieu momenteel geen andere meldingen
binnengekomen. De laatste meldingen dateren van 2002 (Borgerhout) en 2005 (Putte).


3) Werden er reeds concrete initiatieven genomen om een opmars te stuiten?
Door de provincie zijn hier geen initiatieven genomen. Initiatieven door
andere overheden of actoren zijn ons ook niet bekend.


4) Kunnen burgers contact opnemen met de provincie om de faraomier te helpen bestrijden?
Burgers kunnen niet rechtstreeks maar via hun gemeente bij de
regiowerking terecht voor een correcte determinatie van de mieren (of
andere insecten) die men eventueel aantreft in en rond het huis en een
beheeradvies op maat. Voor meldingen in de stad Antwerpen verwijzen we voor beheeradvies door naar deze website:
https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/dieren/dierenoverlast/voorkom-enbestrijd-mieren-en-kakkerlakken
De provincie doet zelf geen concrete bestrijding.

MONOMORIUM PHARAONIS
Deze van oorsprong tropisch en subtropisch soort is bijna overal te wereld te vinden en kan in gebouwen een ware pest zijn.
In Europa is haar verspreiding buiten gebouwen beperkt tot de meest
zuidelijke en tijdens de winter warme regio’s.
Temperaturen tegen het vriespunt of lager worden niet getolereerd.
In verwarmde gebouwen zijn deze kosmopolieten bij ons reeds goed
ingeburgerd. In klinieken kan de Faraomier ernstige schade aanrichten. Geen enkel gaatje of spleetje is voor de werksters te klein. Ze worden aangetrokken tot etensresten, zoetigheden en dode insecten.
De bestrijding is moeilijk en kan lang aanslepen. Bij ons zorgt antropogeen transport ervoor dat telkens nieuwe niches worden ingenomen. Waar de soort zich in haar sas voelt, kunnen
grote, volkrijke kolonies zich heel snel uitbreiden.

tussenkomst Bruno Valkeniers bij het meerjarenplan en het budget 2021

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de voorzitter,
Mevrouw de ondervoorzitter,
Dames en Heren gedeputeerden,
Collega raadsleden en medewerkers van deze … Corona,

‘Elk nadeel heb zijn voordeel.’

Bij mijn eerste toespraak bij de budget – en MJP besprekingen vorig jaar was dé vraag voor de provincie: ‘to be or not to be’. U zal zich dat herinneren. Intussen, de verkiezingen lang vergeten en de verschillende kibbelkabinetten geïnstalleerd zijnde, is het antwoord, vandaag alleszins: ‘to be’.

Mag ik, mogen wij ervan uit gaan dat de rust nu weergekeerd is voor de provincie? En dat het door de Vlaamse regering goedgekeurde voorstel van minister Bart Somers over regiovorming binnen of over de provincies – waarvan sommige voorgestelde regio’s vooralsnog heel wat knip en plakwerk vertonen – hier geen roet in het eten gooit of een stoemelingse voorafname wordt van een nieuwe invraagstelling van de
provincie?

Mr. de gedeputeerde Lemmens, het minste dat je inderdaad kan zeggen is dat het beleidsjaar 2020 tumultueus verlopen is. Afkomstig uit China, het land van de grote roerganger en afgod van het Westen Xi Jinping, heeft onze doorgedraaide, geglobaliseerde wereld het COVID-19 virus naar onze contreien overgebracht. Het bewijst alleen maar dat het niet
alleen 3 wijzen zijn die uit het Oosten komen en dat een glazen bol ook bij het management van een provincie een welgekomen iets zou zijn.

Maar om het met de wijze woorden van de geboren optimist én grootste voetbalfilosoof uit onze noordelijke Nederlanden Johan Cruijf te zeggen: ‘elk nadeel heb zijn voordeel’.

Zo goed als heel 2020 worden we nu al bestookt met één van de grootste gezondheids- en dus ook sociale-, economische en culturele crisissen sinds WO II. De cijfers die we hier regelmatig krijgen van mevrouw de gouverneur zijn alleszins hallucinant.
Sinds de 2de, of is het voor Antwerpen al de 3de, golf kent iedereen in zijn kennissenkring wel iemand die geïnfecteerd werd door de pandemie. Of erger. We kunnen alleen maar werken, hopen en wat mij betreft bidden dat we er in 2021 zo snel mogelijk van af geraken.

Maar elk nadeel heb inderdaad zijn voordeel. Het nadeel van COVID-19 heeft als voordeel dat de provincie Antwerpen én haar instellingen zich op een gedegen manier profileren en waar mogelijk leemten opvullen van de kibbelende federale en regionale overheden en de al even kibbelende of zelfs opdringerige medische specialisten.

Onze dank daarvoor.
Ook dank aan de griffier en alle medewerkers van de provincie die van hier uit of van thuis of vanwaar ook hun job verder naar perfectie hebben uitgevoerd. Ook in het bijzonder aan de ICT afdeling, die er voor gezorgd heeft dat de digitale of hybride vergaderingen, hoewel minder leuk, toch … zeker zo goed verliepen als de reële vergaderingen.
Ik zal een Paljas drinken op jullie aller welzijn, maar helaas niet in een café of restaurant. Die moeten nog steeds dicht blijven, al dan niet als schokeffect.
Het Vlaams Belang heeft vorig jaar het MJP en budget niet goedgekeurd maar zich om de toen gegeven redenen onthouden. Ook dit jaar geeft het rapport van het Rekenhof ons helaas weinig munitie om de cijfers af te keuren. Als Vlaams nationalistische oppositiepartij zou ik bijna zeggen: weeral een belgische instelling waar ge niet kunt op rekenen…dat Rekenhof.


En toch zal u begrijpen dat onze houding in deze niet gewijzigd is. Maar … ‘elk nadeel heb zijn voordeel’. Een onthouding is een weergave van het voordeel van de twijfel.

Twijfel met hoeveel de 6,4 miljoen Euro geleden schade als gevolg van de Coronacrisis zal toenemen in de 2de of de 3de golf en over de jaarwende heen? Twijfel over hoeveel meer gemiste ontvangsten erbij zullen komen en hoeveel meer goed bestede hulpmaatregelen de provincie zal moeten nemen? Hoe dan ook is dit ten dele een gevolg van soms disproportionele of zelfs domme maatregelen opgelegd door de andere overheden. Laat mij het noemen deels in rook opgegaan geld… Waar en
wanneer en van wie hebben we dat nog gehoord: in rook opgegaan geld…?

Wij hopen uit de grond van ons hart mr. de gedeputeerde Caluwé dat de 5 oplossingen die u vooropstelt om de crisis te lijf te gaan zullen volstaan. En dat zonder: ‘read my lips: no new taxes!’ Maar ook hier hebben we onze ernstige twijfels.

En jawel volgens de huidige cijfers blijft het voorziene beschikbaar budgettair resultaat jaarlijks gelijk aan of groter dan nul. En ook de autofinancieringsmarge zou einde 2025 gelijk aan of groter dan nul zijn.

Maar het zwakke punt is en blijft, wat ik ook vorig jaar de achilles pees noemde, dat de provincie voor heel wat inkomsten rekent op die hogere overheden, de E.U. en Vlaanderen die zelf tot over hun oren in de Corona puree zitten.
Op dat moment zullen jullie als elke goede huisvader met een
plan B moeten afkomen.

Vlaamse tussenkomst die o.a. dient voor de voornaamste investeringspost: de ambitieuze fietsinfrastructuur van de provincie. En jawel ‘elk nadeel heb zijn voordeel’. Geloof het of niet de Coronacrisis heeft zelfs mij net zoals zovelen op de Efiets gekregen… En toch blijf ik, als evenzeer fervent stapper, bij mijn vraag van vorig jaar om bij alle mobiliteitsplannen en werken de stappers niet te vergeten. Voor hen wordt het er helaas niet altijd veiliger op.

Dat brengt mij bij de vele plannen rond duurzame mobiliteit, ruimte, grond- en ondergrond- en groenbeleid én groengebruik als terecht grote dada’s van de provincie en ook van mevrouw de gouverneur zoals vorige vrijdag nog uit de inspirerende sessie bleek.

Goed rentmeesterschap van de wereld waarin wij en de komende generaties leven is een opdracht voor élke dag. Alle 17 Duurzame Ontwikkelings Doelstellingen zijn daar een leidraad. En iedereen zal wel uitkijken naar bij voorbeeld functioneel ecologische netwerken en andere Projecten Groen Kruis: ‘ecologische recreatieve en blauwe verbindingen, kortom een groene corridor ten oosten van Antwerpen’. Je zou bijna denken dat het een blauw groene coalitie is … Maar laat die
projecten aub alle belanghebbenden ten goede komen. Let er op dat ze niet uitmonden in een Project Grote Kuis. De mens moet ten dienste staan van de natuur, opdat de natuur ten dienste kan staan van de mens.

Mr. Lemmens het slot van uw tussenkomst in de Verenigde raadscommissie van 11 november laatst ging over personeel. Ik ga ervan uit dat iedereen akkoord is dat personeel dé ruggegraat van elk goed functionerend bedrijf is. Intern en extern personeels verloop is vandaag meer dan ooit een gegeven. Change, verandering die binnen de perken is maakt een mens en een bedrijf weerbaar. Het geeft extra uitdagingen
en houdt een bedrijf en de menselijke geest fit.

Ik hoop dus echt dat we ons geen zorgen moeten maken om de vele toppers die de provincie verlaten hebben de laatste tijd en nog zullen verlaten: ik denk aan de leidinggevenden van Vesta, De Warande, Zilvermeer, de griffie …

Dat lijkt mij een uitdaging die eens meer in detail aan de raadsleden moet toegelicht worden.

Mevrouw de Gouverneur,
Dames en Heren,

Johan Cruijff wist natuurlijk zeer goed dat ook… ‘elk voordeel zijn nadeel heb’. In een tijdsbestek van 10’ kan niet elk punt van uw MJP en Vaststelling van de kredieten 2021 uit de doeken gedaan worden.

Ik denk aan onderwijs en sociale economie die dé hoeksteen moeten worden van een maatschappij die ook de zwaksten meetrekt in een verhaal van levenslang leren en naar vermogen presteren. Of innovatie waar het de taak van de provincie kan zijn om accenten te leggen die Antwerpen en Vlaanderen nog meer op de kaart zetten.

Maar niet getreurd, met of zonder knuffelcontact zullen we elkaar de komende maanden en jaren nog meer dan genoeg zien om onze oppositie rol te spelen en kritisch het beleid te volgen, te controleren en af te keuren indien nodig of zelfs te steunen waar goed bevonden.

Zoals eerder gezegd zullen wij nu het MJP en de kredieten 2021 niet goedkeuren, maar ons onthouden. ‘Elk nadeel heb immers zijn voordeel.’

Bruno Valkeniers
8 december 2020

gevolgen voor sportpaleis

De Nederlandse evenementenhal Ahoy moet vanwege de coronacrisis 40 % van zijn vast personeel ontslaan.
Wereldwijd delen -vanwege de niet aflatende gezondheidscrisis- evenementenhallen in de klappen.
Het bestuur van de poptempel Ahoy wijst met een beschuldigde vinger naar de gebrekkige overheid.
Ahoy Rotterdam organiseert gelijkaardige evenementen en biedt sportmanifestaties aan zoals het Antwerpse Sportpaleis.
Sinds maart moest ook het Sportpaleis noodgedwongen de deuren sluiten.
Verschillende wereldsterren moesten hun optreden noodgedwongen annuleren.
Het is op (korte)termijn uitgesloten dat het Sportpaleis nog grote evenementen zal kunnen organiseren.
We beseffen allemaal dat het Sportpaleis met beperkte capaciteit niet rendabel kan zijn.
Jan Claessen stelde namens onze fractie volgende vragen :
1) Welke maatregelen heeft de provincie (ondertussen) ondernomen om het Sportpaleis te ondersteunen?
2) Heeft de nv Sportpaleis al personeel noodgedwongen moeten ontslaan?
3) Onderzoekt de Provincie om via een ventilatie zuiverende buitenlucht in de evenementenhal te kunnen blazen? Zo ja, wat is het resultaat? Zo nee, Waarom niet?

Deputatie heeft beslist het Sportpaleis in 2020 vrij te stellen van de
betaling van de canon van de erfpacht en de betaling van de
onroerende voorheffing die ook contractueel verplicht is en verbonden
aan deze erfpacht.
Wat het personeel betreft, werd in het begin van deze crisis gekozen
door de zaakvoerders om absolute prioriteit te geven aan het aan
boord houden van medewerkers. Tot nu toe zijn ze daar volledig in
geslaagd. Drie mensen zijn op eigen initiatief vertrokken.
Bij de realisatie van project 2013 (samenwerking provincie en
Sportpaleis), werd de volledige verwarmings- en
verluchtingsinstallatie vernieuwd. De provincie leverde hierbij een
wezenlijke ondersteuning.
Het debiet van deze installatie is zo gedimensioneerd om op 25
minuten tijd de volledige zaal van verse lucht kunnen voorzien.
Het is een theoretisch model, want in winterperiodes moet je die
lucht ook verwarmen. Doorgaans wordt dus een deel buitenlucht
genomen en vermengd met een deel binnenlucht, vanuit een
energetisch standpunt.
Maar het Sportpaleis is dus voorzien van een aanzienlijke
luchtverversingscapaciteit in de zalen.