Categorie archieven: Provincieraad

eetbaar groen in vier gemeenten: Herentals, Schelle, Edegem en Grobbendonk

Onze provincie startte in het plattelandsproject Voedsel+Dorp samen met Velt vzw en RURANT vzw projecten rond eetbaar groen op in Herentals, Schelle, Edegem en Grobbendonk.
In Schelle is men al gestart met een plantactie terwijl in Edegem de gekozen site nog niet operatief is omdat er op het voormalig rugbyterrein (Mitterlije) nog steeds verontreinigde grond ligt.
gestelde vragen:
1) Kunt u me een stand van zaken bezorgen van het project Voedsel+Dorp in deze vier gemeenten.
2) Hebben deze gemeenten een bijdrage betaald om deel te nemen aan dit project en hoeveel provinciale subsidies ontvangen zij? Ontvangt de provincie op haar beurt hiervoor subsidies van Europa?
3) Heeft dit project een einddatum en zijn er financiële gevolgen als deze datum niet gehaald wordt?

Hierbij de antwoorden van gedeputeerde Kathleen Helsen.
In antwoord op uw schriftelijke vraag van 17 februari kunnen wij u het volgende laten weten.

Lokale besturen hebben niet altijd de mankracht noch de kennis om met een lokale, kleinschalige vorm van voedselproductie aan de slag te gaan, laat staan op een participatieve manier. Omdat verschillende gemeenten aangaven dat hun inwoners hiervoor interesse tonen, werd nagedacht over een manier om hier aan te kunnen samenwerken.

Zo ontstond het project VOEDSEL+DORP. We gaan in 4 gemeenten, in samenwerking met externe organisaties, participatief aan de slag met de
keuzewijzer Eetbaar Groen welke ontwikkeld werd door Universiteit Antwerpen in samenwerking met de provincie. We willen in elk van de gemeenten 1 stadslandbouwproject opstarten en realiseren. Deze pilootprojecten zullen inspiratie bieden aan andere gemeenten die er in de toekomst zelf mee aan de slag willen gaan. Op basis van opgedane ervaringen zal dienst Landbouw, samen met andere interne diensten, de keuzewijzer optimaliseren.

We gaan in de 4 gemeenten op een participatieve manier aan de slag, in die zin zijn de projecten te vergelijken. Toch zijn er ook heel wat variabele factoren die maken dat het proces in elke gemeente anders verloopt. Zo was er in de gemeenten Schelle en Herentals reeds een haalbaarheidsstudie klaargemaakt door jobstudenten terwijl in Edegem en Grobbendonk de haalbaarheidsstudie tijdens de projectperiode uitgevoerd werd.
De projectpartners van dit project zijn: APB PSES (promotor), RURANT vzw (copromotor), Dienst Landbouw (copromotor), VELT vzw (partner), Kempens Landschap vzw (partner), Agentschap voor Natuur en Bos (partner), dienst Ruimtelijke planning (partner), dienst Duurzaam Milieu- en Natuurbeleid (partner) en de lokale besturen van Herentals, Schelle, Edegem en Grobbendonk.

Financiële aspecten
De totale projectkost bedraagt 199.833 euro. Het project werd ingediend binnen de maatregel Omgevingskwaliteit door Samenwerking van PDPO III. Projecten binnen deze maatregel worden voor 65% gefinancierd door PDPO. De middelen van het programma (PDPO) zijn afkomstig uit Europese middelen (50%),
Vlaamse middelen (25%) en provinciale middelen (25%). De overige 35% van de projectmiddelen moet worden ingebracht door de promotor, copromotoren en financiële partners.
De gemeenten zijn financiële partner in dit project en brachten elk 6.000 euro in. De overige middelen zijn afkomstig van de promotor en de copromotoren. De gemeenten ontvangen geen rechtstreekse subsidie uit het project. Binnen het project zijn middelen voorzien voor:

  • Investeringen: 13.500 euro per gemeente;
  • Begeleiding (personeelskost of externe prestaties) door RURANT of
    VELT (in totaal 131.833 euro voor de 4 gemeenten samen).
  • Werking: beperkte uitgaven voor communicatie en vergaderingen (in
    totaal 13.000 euro voor de 4 gemeenten samen).
    De uitgaven worden steeds betaald door de promotor of copromotoren. De subsidie wordt ontvangen door de promotor en zo nodig overgemaakt aan de betrokken copromotoren die kosten hebben gemaakt. Partners kunnen nooit zelf subsidie ontvangen.
    Projectuitvoering De projecten in de vier gemeenten bevinden zich allemaal in een ander stadium.
    Dat is ook logisch aangezien er heel wat variabele factoren zijn die de voortgang van zo’n project beïnvloeden. We streven ernaar om in alle gemeenten in de geest van het PDPO-project Voedsel + Dorp tot realisaties te komen.

    Edegem
    In de gemeente Edegem werden er nog geen terreinacties uitgevoerd in het kader van Voedsel + Dorp. Dit heeft vooral te maken met een historische vervuiling op het voormalige rugbyveld. Die vervuilingsproblematiek wordtaangepakt maar het is nog onduidelijk hoe het project het komende half jaar
    verder zal gaan. Daarover lopen gesprekken met de gemeente. In Edegem werden de stakeholders in de buurt van het voormalige rugbyveld betrokken, Ook tijdens het laatste overleg in oktober 2022 bleek het enthousiasme groot om iets te realiseren op het terrein.

Grobbendonk
Daar selecteerde men 2 locaties:
(1) Een voormalig voetbalterrein in Grobbendonk. Er volgt binnenkort een gesprek met geïnteresseerde vrijwillige beheerders.
(2) Een pleintje tussen de Lindelaan en Berkendreef in Bouwel, daar organiseren we een eerste plantdag op 25 februari 2023.

Herentals
In Herentals gingen we aan de slag op een braakliggend stukje grond achter een verkaveling. Daar werd een eerste plantmoment georganiseerd begin maart 2022 en een tweede moment op 4 december 2022. De voedselbosrand is hier in ontwikkeling. Momenteel begeleidt Velt een groep vrijwilligers om ervoor te zorgen dat de voedselbosrand goed start.

Schelle
In Schelle wordt er een voedselbosrand aangelegd op een perceel naast de Volkstuin Aerdborg. Hier werden al 2 plantmomenten gerealiseerd, zowel een houtkant (dat dienst doet als windscherm) als diverse fruitbomen en –struiken werden daar aangeplant.
De einddatum van het project is 30 juni 2023 en kan niet verlengd worden.

Indien het onmogelijk blijkt om alle geplande realisaties uit te voeren, dan zullen niet alle projectmiddelen besteed worden. De promotor, APB PSES, zal bij de projectdeclaratie dan aangeven welke realisaties niet gehaald zijn en deze ook motiveren. In principe kan de beheerder van het programma beslissen om middelen terug te vorderen indien onvoldoende uitvoering werd gegeven aan het project. APB PSES (de promotor) zal de middelen dan terug moeten betalen aan de beheersoverheid (Vlaamse overheid).

ondersteuning van Toerisme Provincie Antwerpen

We polsten bij Toerisme Provincie Antwerpen naar de criteria om een éénmalige subsidie te verkrijgen met de jaarlijkse lichtstoet van Wuustwezel als voorbeeld.

Wuustwezel is gekend door de jaarlijkse lichtstoet die door de straten van de Kempische gemeente trekt. De kleurrijk verlichtte wagens trekken heel wat belangstelling, vooral dagtoeristen uit Vlaanderen en Nederland zakken hiervoor af naar de Kempen.
Deze activiteit is een zegen voor de toeristische ontwikkeling van de Noorderkempen. Eind vorig jaar sloeg echter het noodlot toe. Inbrekers gingen aan de haal met de kluis waarin de volledige inkomsten van de optocht werden bewaard. Intussen is er een inzamelactie gestart om de verloren inkomsten gedeeltelijk te recupereren.
De komende jaren dreigt een financieel moeilijke periode voor de Wuustwezelse lichtstoet te worden.

Welke mogelijkheden heeft deze vereniging om van een éénmalige subsidie te genieten via Toerisme Provincie Antwerpen (TPA)?
Aan welke criteria moet een aanvraag voor een toekenning van een éénmalige subsidie voldoen?
Heeft de provincie Antwerpen in het verleden de optocht van de lichtstoet in Wuustwezel financieel ondersteund
?

Als antwoord op uw schriftelijke vraag, betreffende subsidiëring van de optocht van de lichtstoet in Wuustwezel, kunnen wij u het volgende meedelen:
Toerisme Provincie Antwerpen(TPA) heeft geen mogelijkheden om deze vereniging te subsidiëren. TPA doet, vanuit haar Strategisch Plan voor Toerisme in de Kempen en de hefbomen die erin vermeld worden, aan bestemmingspromotie voor de Kempen. Samen met de vakantiemakers (gemeenten, ondernemers, partnerorganisaties, bewoners, …) werken we als 1 team aan volgende zaken:

  1. De Kempen als bestemming onvergetelijk maken, via een
    juiste marketingmix.
  2. Onze klant op 1, door de vinger aan de pols te houden.
  3. Projecten die de Kempen in al haar pracht ontwikkelen.
  4. Producten die de Kempen in de kijker zetten.
    Binnen die context investeren we onze middelen dus concreet in:
    A. marketing-initiatieven
    B. Netwerk- en inspiratie-events
    C. Co-financiering in projecten
    D. Productontwikkeling


    We reiken dus geen subsidies uit buiten de context van een project of zonder directe link naar ons strategisch plan. In het verleden werden er zogenaamde Kempen-subsidies gelanceerd telkens met een duidelijk kader. De budgetten hiervoor gereserveerd binnen onze begroting zijn op dit moment volledig besteed. Via onze KempenKommunicatie (onze eigen communicatiekanalen) promoten we events, we bekijken graag hoe we uw event in de kijker kunnen
    plaatsen.


    TPA gaf in het verleden geen subsidies aan de optocht van de lichtstoet.

Schriftelijke vraag van Jan Claessen gesteld op 16/01/2023.

Ongeregeldheden in provinciale domeinen

Op de vorige provincieraad kaartte ons raadslid Jan Claessen de toestanden aan in onze provinciale domeinen. Op de beelden die digitaal gaan zien we meestal dat het gaat om groepjes allochtone jongeren die de pret voor anderen bederven.
Deze ongeregeldheden op zomerse en zonnige dagen lijkt jaarlijkse kost te worden.
Van kleine problemen in het Molse Zilvermeer tot stevig duw en trekwerk en zelfs vechtpartijen in het Mechels provinciaal domein de Nekker. Dit hoeft nochtans niet zo te zijn.
Met harde bestraffing en strenge preventieve controles waar wij al jaren voor pleiten, kan dit soort misdrijf worden verholpen.
Jan Claessen vroeg de deputatie welke maatregelen er van toepassing zijn tegen de relschoppers.

Wat de veiligheidsproblematiek betreft die wordt aangekaart, zegt de gedeputeerde dat zij de zaken en problemen niet wil wegstoppen. Zij gaat in op de vragen inzake reservatie en ticketing. 
De drie domeinen met toegangsgeld (Zilvermeer, De Nekker, De Lilse Bergen) maken gebruik van een online ticketingsysteem. Momenteel wordt er gebruik gemaakt van zowel online reservatie als aankopen van een dagticket aan de inkom, met uitzondering van De Nekker in het hoogseizoen, waar tickets enkel online aangekocht kunnen worden. Voor bezoekers van De Nekker vanaf 12 jaar is het verplicht om vanaf 1 april tem 31 augustus de identiteitskaart bij te hebben. In principe is de capaciteit voor de drie domeinen beperkt met een daglimiet van ongeveer 7000 bezoekers voor het Zilvermeer, 7000 voor de Lilse Bergen en 5500 voor De Nekker. 
Naar aanleiding van de problemen die zich op 18 juni hebben voorgedaan in en aan De Nekker, werd er besloten om op korte termijn bijkomende maatregelen te nemen voor dit domein. Zo wordt er vanaf 22 juni enkel nog gewerkt met online reservering en betaling. Daarnaast wordt ook de maximumcapaciteit van het domein ingeperkt, rekening houdende met het aantal beschikbare bewakingsagenten. Er werd een overleg opgezet met stad en politie Mechelen en er volgt een overleg met gouverneur Berx.
Voorlopig wordt dit systeem nog niet toegepast binnen de Lilse Bergen en Zilvermeer, maar de situatie wordt nauwgezet opgevolgd. Indien nodig kunnen ook daar deze maatregelen overwogen worden. 
Tenslotte zal de provincie opnieuw aandringen bij minister Verlinden om een wettelijk kader te creëren voor het werken met zogenaamde zwarte lijsten. Dit bestaat al voor de voetbalhooligans. Momenteel zijn er te veel obstakels om in de praktijk met een dergelijke lijst te kunnen werken en vooral om er impact mee te genereren.
Mevrouw Colson verwijst naar de samenwerking met zowel publieke als private veiligheidsactoren in alle provinciale recreatiedomeinen. Alle provinciale recreatiedomeinen werken samen met de lokale overheid en politie. In principe vindt er minstens jaarlijks een overleg plaats over de aanpak van eventuele overlast in het hoogseizoen en om de voorbije situatie te evalueren. In een aantal gevallen vindt er bijkomend overleg plaats in het kader van grotere events.
Er stellen zich uitdagingen op vlak van het inzetten van bewakingsagenten van een vergunde bewakingsonderneming. De volledige bewakingssector heeft te kampen met enorme personeelstekorten. In het geval van De Nekker heeft dit probleem zich ook gemanifesteerd gedurende verschillende dagen in juni waarbij het gevraagde aantal bewakingsagenten met relevante ervaring (cfr. kennis van het domein) niet beschikbaar was. Dit was ook het geval voorbije zaterdag, met als gevolg dat het zeer moeilijk was om preventief op te treden en/of situaties te ontmijnen. De situatie met de raamcontractant wordt uiteraard nauwgezet opgevolgd door team veiligheid en bewaking van de provincie en er wordt volop gezocht naar een structurele oplossing.

Lees hier het volledige verslag van de provincieraad van juni.

de BEGO-put te Schelle

In de media vernamen we dat de nv Vekabo een aanvraag heeft ingediend om de voormalige kleiput in de Tuinlei in Schelle, op de grens met Niel op te vullen met uitgegraven grondoverschotten. 
Om meer te weten over de concrete plannen en herkomst van de te storten grond stelde ik onderstaande vragen aan de Antwerpse deputatie.

  • Welke vergunningen werden er aangevraagd en gegund?

Een eerste vergunningsprocedure m.b.t. de BEGO-put werd opgestart op 21 december 2020 en dit met betrekking tot een deponie voor nietgevaarlijke, niet-reinigbare gronden afkomstig van verwerkingsinstallaties.
Het dossier werd ingetrokken op 19 januari 2021.
Momenteel is er een nieuwe vergunningsprocedure lopende m.b.t. de BEGO-put voor het gedeeltelijk opvullen hiervan met niet-verontreinigde uitgegraven bodem.
De uiterste beslissingsdatum is 16 maart 2022.

  • Hoe garandeert de provincie de leefbaarheid en de verkeersveiligheid van de omgeving?

In elke vergunningsaanvraag wordt de impact op de omgeving, en daarbij ook het aspect mobiliteit, bekeken.
Vermits er nog geen vergunning verleend werd en de procedure nog loopt, dient deze procedure nog afgewacht te worden. Hierbij kan al wel meegedeeld worden dat de aanvraag stelt dat het transport van de gronden gebeurt in overeenstemming met het intergemeentelijk mobiliteitsplan Rupelstreek en Aartselaar.

  • Wat is de herkomst van de te storten grond?

Er werd een vergunning aangevraagd voor een opvulling met nietverontreinigde uitgegraven bodem.
De kenmerken en traceerbaarheidsregeling is geregeld in de bodemwetgeving (VLAREBO). Zo moet de herkomst en samenstelling van de grond altijd gekend zijn. Dit aspect is geregeld in de wetgeving (VLAREBO) en maakt geen deel uit van de omgevingsvergunning. De handhaving op de te volgen regelgeving vanuit de VLAREBO, alsook de handhaving op het naleven van de omgevingsvergunning is een bevoegdheid voor Vlaanderen: Departement Omgeving – Afdeling Handhaving.
Het toezicht hiervan valt dus niet onder de provinciale
bevoegdheden.

Lees hier de vraag om uitleg van Bart Claes aan Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, over de bescherming van de natuur in oude kleiputten met opvulverplichting.

Vlaamse regiovorming en de betrokkenheid van de provincie

tussenkomst van Bruno Valkeniers voor gedeputeerde Luk Lemmens op de provincieraad van 07/12/2021.

De laatste maanden is het naar de provincieraad toe oorverdovend stil over de grootse plannen van de Viceminister-president van de Vlaamse regering en minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen Bart Somers over de Vlaamse regiovorming. Nu normaal zegt men dat geen nieuws goed nieuws is. Maar dat is natuurlijk betrekkelijk, zeker als het van Bart Somers moet komen…
Wat we wel vernemen via het Vlaams parlement is dat de regio’s wel degelijk opgericht zijn, maar blijkbaar nog zonder bevoegdheden, zonder middelen.
En dat in de loop van 2022 er verder zal aan gewerkt worden en het overleg, met wie dan ook, zal verder gezet worden.
Vandaar volgende vragen:
– Heeft de deputatie nog iets gehoord over de plannen van de minister?
– Zijn er verdere gesprekken geweest of gepland?
– Wat is volgens u de stand van zaken van de Vlaamse regiovorming?
– Hoe ziet u dit dossier verder evolueren deze legislatuur?
– Vreest u enige interferentie van de toekomstige regio’s naar de provincie?


Het antwoord was kort:
De deputatie heeft niets meer gehoord en er zijn geen gesprekken geweest en er staan er geen gepland.
VVSG krijgt extra middelen voor Labo Regiovorming om tot samenwerkingsverbanden te komen binnen de 17 referentieregio’s die gedefinieerd zijn.
Er is niets gekend en waarschijnlijk zullen hierin pas na 2024 grote knopen worden doorgehakt.

TUSSENKOMST BRUNO VALKENIERS BIJ HET MEERJARENPLAN EN HET BUDGET 2022

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de voorzitter,
Mevrouw de ondervoorzitter,
Dames en Heren gedeputeerden,
Collega raadsleden en medewerkers van deze … Corona,

‘Hén oîda hòti oudèn oîda’ … neen dit is geen Chinees, maar een oud-Griekse uitspraak, een one-liner zou men vandaag zeggen, toegeschreven aan de grote filosoof Socrates. In het Nederlands: ‘Ik weet dat ik niets weet’. Gepopulariseerd door de grote Franse acteur en zanger uit de vorige eeuw, Jean Gabin: ‘Maintenant je sais, je sais qu’on ne sait jamais’.

En dat brengt ons direct bij de kern van de zaak en in de wereld waarin wij leven: bij de Covid-19 pandemie die nog steeds en meer dan ooit ons leven, onze houding, onze verhoudingen, ons welbevinden en ons economisch gebeuren beheerst. Meer dan 1,5 jaar heeft men ons de wortel voor de neus gehouden dat het rijk der vrijheid zou terug komen bij een vaccinatiegraad van 70%. En Vlaanderen, ikzelf inclusief, liet zich overtuigd en massaal vaccineren, tot 92%!

Maar helaas, hoe meer de niet verkozen virologen en ministers in de media kwamen, des te meer ze met hun jo-jo beleid van maatregelen en het monddood maken van dissidente stemmen, bewezen dat ze ‘wisten, dat ze niets wisten’ of toch niet veel. Want vandaag is het Covid-19 virus, van oorsprong een Chinees ofte politiek correct een Alfa virus, via een Zuid-Afrikaanse, Britse, Braziliaanse, Indische en nu opnieuw een Zuid- Afrikaanse variant – ofte met dank aan het oud-Grieks alfabet een Omikronvariant – sterker dan ooit in ons midden.

En nu na bijna 2 jaar komt men af met de waarschuwing, hou u vast aan uw bretellen, dat: ‘de geschiedenis ons leert dat een epidemie overwinnen jaren duurt’.

Ziezo pak vast. En nu is het aan ons dames en heren gedeputeerden en raadsleden. Begin in zo een onwetendheid, in zo een periode van ‘ik weet dat ik niets weet’ maar eens voor de 2de keer al een Meer Jaren Plan en budget op te stellen, aan te passen of goed te keuren!

En toch… in al die onzekerheid, in al die onwetendheid ligt hier voor ons toch een enigszins verdienstelijke poging, waar zelfs het Rekenhof het houdt bij een kort goedkeurend doordrukje van hun opmerkingen van vorig jaar. Ook zij weten het duidelijk niet.

Waar het bedrag van de gemiste ontvangsten vorig jaar zo een 6, 4 miljoen Euro bedroeg, ziet het er naar uit dat het dit jaar, ondanks of dankzij het beperkte rijk der vrijheid, minstens 3,2 miljoen Euro zal zijn. Op het eerste gezicht een halvering, maar het jaar is nog niet om en van de 4de Corona golf die momenteel hevig woekert, weten we dat ‘we er nog weinig of niets van weten…’.

En dan spreken we nog niet over Omikron en het komende jaar 2022, want dat is helemaal koffiedik kijken blijkbaar. Om in Griekenland te blijven, men hoeft het Orakel van Delphi niet in te schakelen om te zien dat er van een eenduidig inzicht in het Covid-19 virus mr. Lemmens, net als van het rijk der vrijheid voorlopig niet veel sprake is.

Voorlopig blijft dus ondanks serieuze afnames het voorziene beschikbaar budgettair resultaat jaarlijks gelijk aan of groter dan

nul. En ook de autofinancieringsmarge zou einde 2025 gelijk aan of groter dan nul zijn.

Maar net zoals de voorbije jaren is en blijft het structurele zwakke punt, het financiële risico zoals jullie het zelf noemen,  dat de provincie voor bijna 2/3den van de inkomsten afhangt van de hogere overheden, de E.U. en Vlaanderen. En heel eerlijk zoals die bezig zijn vandaag geven ze minstens de indruk dat zij het helemaal niet weten…

Maar die inkomsten die zijn wel ‘essentieel voor het bewaren van het financieel evenwicht.’

En die inkomsten zijn wel essentieel voor het uitvoeren van het voorziene beleid waar u mr. Lemmens in uw rede, mede in naam van de collega’s gedeputeerden dieper op ingaat. En ik licht er slechts een paar uit, kwestie van binnen de tijd te blijven.

Een beleid waar terecht veel nadruk gelegd wordt op het nieuw Klimaatplan dat hier tijdens de vorige provincieraad uitvoerig besproken werd. Ik ga de tussenkomst van collega De Quick niet herhalen, maar mij beperken tot enkele belangrijke bedenkingen:

  • een klimaatplan dat, wat ons betreft, niet los kan gezien worden van de zorg voor het milieu, onze moeder aarde.
  • evenwicht tussen economie en ecologie is, zoals u zelf zegt, inderdaad essentieel.
  • voor ons is het ook belangrijk dat alle alternatieven bestudeerd worden met een open geest.
  • en we kijken benieuwd uit naar de resultaten van de werkgroep financiering over de kost, inclusief mankracht.

Essentieel is dat de vervuiler, groot of klein, betaalt. Dat geldt voor de 3M’s van deze wereld maar ook voor wie op onze groen en recreatie domeinen niet te sensibiliseren is rond afval en sluikstort.

Hier kan ‘ik weet niets’ geen alibi zijn.

Sensibiliseren, bewust maken … brengt ons bij het onderwijs, terecht één van de paradepaarden van de provincie. Nergens anders dan in het onderwijs, kan de oneliner van Socrates ‘te weten dat men niets weet’ aanleiding geven tot de erkenning van de noodzaak tot levenslang leren.

Samen met de inzet op duaal leren en duaal lesgeven – waar Vlaanderen heel wat in te halen heeft in vergelijking met de ons omringende landen – met het volwassenen onderwijs moet het levenslang leren een attitude worden. Een attitude uitgedragen door en gepromoot door de provincie.

Niemand zal het belang en de opportuniteiten van de digisprong en edusprong ontkennen op voorwaarde dat het voor de zwaksten en ouderen in onze maatschappij geen sprong in het ijle wordt en zij als enige overblijven met de wetenschap dat ze niets weten.

De Zomerscholen hebben daar gelukkig voor het 2de jaar merkwaardig goed werk geleverd en de hoop is dat ze, zolang als nodig, een blijver worden. De evaluatie in de Commissie was verhelderend en bemoedigend. Hoewel blijkbaar het rapport en de cijfers van de echte resultaten van die Zomerscholen, om één of andere reden, bij de Vlaamse overheid blijven plakken. Spijtig want ‘meten is weten’ en dat is geen oneliner van Socrates.

Nog zo een dada van de provincie en van mezelf als nieuwbakken Corona fietser: het fietsbeleid…. Opnieuw zal daar in het komende jaar zo een 17,5 miljoen Euro geïnvesteerd of gesubsidieerd worden in fietsostrades en het aanpassen van lokale wegen tot vlotte en veilige fietsverbindingen.

Vlot en veilig, een noodzaak en een goede zaak ware het niet dat het gedrag van, ik zal mild zijn, een minderheid van fietsers ronduit gevaarlijk is. Gevaarlijk voor henzelf, voor de voetgangers én voor het autoverkeer.

Soms lijkt het wel dat ze totaal geen weet hebben of willen hebben van de wegcode. Misschien moet de provincie samen met de vele investeringen en communicatie rond het fietsbeleid ook eens een campagne uitwerken om fietsers ook op hun verantwoordelijkheid te wijzen.

Om af te sluiten graag een aspect dat te maken heeft met het belangrijkste werkmiddel van de provincie: het personeel, de medewerkers. Daarvoor blijkt telewerk, collega’s, nog zo een mogelijke blijver te worden.

Hopelijk niet als verplichting ten gevolge van een aanhoudende pandemie, maar geregeld in samenspraak met de individuele werknemers kan het voor werkgever en werknemer een reële meerwaarde betekenen.

Wat echter goed is voor de éne is daarom niet goed voor de andere. En als de twee Covid-19 jaren één ding bewezen hebben, dan is het dat ‘ondoordacht’ thuis zitten, sorry zetten van werknemers soms de geestelijke en zelfs de lichamelijke gezondheid niet ten goede komt.

Dat weten we ondertussen wel, hou daar rekening mee.

Mevrouw de Gouverneur,
Dames en Heren,

Socrates ‘wist dat hij niets wist’ – wat op zich natuurlijk al een paradox is, maar dat is een andere discussie – maar wat wel bewees dat hij een wijs man was. Iemand die het levenslang leren – zou men vandaag zeggen – het zoeken duidelijk onder de knie had. Iemand die zichzelf en de wereld continu in vraag stelde.

En dat is de rol die het Vlaams Belang in het komende jaar zal spelen, het in vraag stellen van de onwetendheden, de onbekenden die de zwakke schakel zijn in dit MJP en de kredieten. En om die reden zullen wij dit niet goedkeuren maar ons onthouden.

Mijnheer de griffier, onze dank gaat uit naar u en heel uw team van medewerkers om onder de geschetste omstandigheden een degelijk werkstuk af te leveren. Ik kan mij inbeelden dat de onwetendheid het er niet makkelijker op maakte.

Laat ons hopen dat het komende jaar milder zal zijn voor geest en lichaam.En dat iedereen gezond mag blijven van lijf en leden. Dat is onze wens voor het nieuwe jaar!

Dat en de wijsheid van Socrates wens ik ons allen toe. En niet zijn einde. Laat de gifbeker maar aan ons voorbijgaan. De Covid-19 pandemie en de maatregelen zijn al erg genoeg!

Bruno Valkeniers
07/12/2021

PROVINCIAAL KLIMAATPLAN 2030

Europa zou tegen 2050 klimaatneutraal moeten zijn, dat staat in de greendeal. Maar de VS, Azië, Rusland en China doen liefst niet teveel toezeggingen… De afgevaardigden van de meest vervuilende landen stuurden trouwens hun kat naar de klimaatconferentie te Glasgow.

Los van het feit dat de EU slechts verantwoordelijk is voor 6,6 % van de wereldwijde uitstoot, wat minder is dan wat India op zijn eentje uitstoot en in het niet zinkt naast China dat 29 % uitstoot, wil ik het hier niet hebben over het nut van klimaatplannen of mij niet mengen in al of niet wetenschappelijke discussies over mogelijke invloeden en procenten, maar mij integendeel wel richten op de inhoud van dit provinciale klimaatplan.

Dat het klimaat een natuurlijke golfbeweging kent van opwarming en afkoeling en dat wij, naast de invloed van de zon, de oceanen , de verschuiving van de tektonische platen en de kanteling van de aarde en de wijziging van het magnetische noorden op aarde, slechts voor een heel klein deel verantwoordelijk zijn voor deze klimatologische wijzigingen, betekent niet dat wij niets moeten doen. Integendeel.

We moeten al het mogelijke doen om sober om te gaan met onze aarde en vooral met haar, al dan niet fossiele , grondstoffen. We moeten al het mogelijke doen om te kunnen leven in een gezond milieu en om onze kinderen en kleinkinderen een veilige en gezonde toekomst te kunnen bezorgen.

Maar we moeten er ook voor zorgen dat onze wereld, Europa, Vlaanderen en zeker onze provincie, leefbaar blijven. Leefbaar, niet alleen op milieugebied, maar minstens ook op sociaal en economisch vlak (level playing fields). Onze inspanningen voor het klimaat moeten bijgevolg milieuvriendelijk en duurzaam zijn. We mogen ons niet laten verleiden om van dit welvarend Europa een economisch ontwikkelingsgebied te maken. Want ook dat bepaalt de leefbaarheid van ons volk.

Onze oprechte inspanningen mogen zeker niet leiden tot onze economische ondergang en tot economisch voordeel van diegenen die op de klimaatconferentie afwezig bleven…

Laat ons dus rustig , maar vooral realistisch dit provinciaal klimaatplan aan een nader onderzoek onderwerpen.

Ik lees in dit plan heel mooie woorden en ik wil hier vooral het schrijfteam, de ad hoc experts en de stuurgroep danken voor het uitmuntende en gedegen werk dat werd geleverd bij het opstellen van dit plan, dat bol staat van wetenschappelijk onderbouwde cijfergegevens en bijna de vorm krijgt van een wetenschappelijke studie, met en volgbare en begrijpelijke logica. – Het Klimaatplan is trouwens duidelijk niet alleen een Klimaatplan, maar ook een Milieuplan. Maar dat is goed want beiden zijn verweven. Proficiat hiervoor. 

Maar het gaat hier niet om een wetenschappelijke studie maar om een politiek gestuurd project. Het blijft een plan van de politieke meerderheid waarin weinig potten worden gebroken.

In het huidige klimaatplan 2020, dat in 2014 werd goedgekeurd werden 3 hoofddoelen gedefinieerd:

  • In 2020 is de provincie als organisatie klimaatneutraal
  • In 2020 zijn minstens 20 % van de gemeenten klimaatneutraal
  • Burgers worden gestimuleerd om effectief een reductie in de broeikasgasuitstoot te realiseren.

Niettegenstaande alle geleverde inspanningen werd geen van deze drie doelstellingen gehaald. Uw plan was blijkbaar toen al onrealistisch en onhaalbaar. Iets te ambitieus dus.

U wilde de broeikasgasuitstoot verminderen door:

  • Energie te besparen
  • Zelf groene energie op te wekken of aan te kopen
  • Compenseren door bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen op een andere locatie te betalen.

Het grote voordeel is dat een aantal zaken werden bestudeerd en gemeten. Er kwam een broeikasgasinventaris, een duurzaamheidsscreening, een participatietraject voor klimaatbeleid en een catalogus klimaatmaatregelen.

Resultaat: de broeikasgasuitstoot werd met 15,9 % verminderd. Slechts 3 gemeenten zijn klimaatneutraal en 43 % van de lokale besturen zijn nog bezig met de opvolging van de uitstoot…bij enkele gemeenten is de uitstoot gestegen en bij enkele is de uitstoot gezakt tussen 2 en 66 %. Maar geen nood de resterende uitstoot kan worden gecompenseerd in het zuiden….

En deze compensatie kost de burger veel geld en valt natuurlijk niet te controleren, er is  hier dus geen enkele resultaatsverbintenis. Of gaat de deputatie een jaarlijkse delegatie sturen naar Peru om daar te gaan opmeten welke bijkomende oppervlakte met bomen werd beplant?

Ok dat we de resterende uitstoot van de provincie compenseren. Maar niet in het buitenland, maar in eigen land. Beter controleerbaar en we zijn al te veel verstedelijkt. Hier compenseren kan dit verbeteren

De meest meetbare en zichtbare resultaten vinden we in de aanleg van fiets-o-strades en de resultaten van de dienst integraal waterbeleid m.b.t. de aanleg van overstromingsgebieden en herstel van de natuurlijke beddingen van waterlopen, en in de aan de gang zijnde energietransitie in onze provinciale domeinen.

Het voorliggende klimaatbeleidsplan is blijkbaar minder ambitieus :

Er gaat vooral geld naar studie, onderzoek en planning: De focus ligt op proefcentra, niet op realisatie.

In principe kan natuurlijk niemand iets tegen de 7 strategische doelstellingen van het klimaatplan 2030 hebben.

Voorwaarde is wel zoals eerder gezegd dat we in een wereld blijven, die leefbaar is in alle opzichten.

Toch wil ik enkele opmerkingen en vragen aangaande dit plan op een rijtje zetten:

Het bevat 227 acties waarvan 155 beslist beleid. Er zijn er goede bij, er zijn er vage bij, waar ik op mijn honger blijf hoe ze uitgewerkt gaan worden en wel concreet resultaat gaan brengen.

Wat ik niet terugvind is wat elk van die actie kost/gaat kosten, inclusief mankracht. In die zin ben ik benieuwd naar de resultaten van de ‘Werkgroep rond Financiering’.

  1. Organisatie klimaatneutraal en klimaatveilig

Er werd blijkbaar geen rekening gehouden met de recyclage van zonneboilers , windmolens, batterijen en zonnepanelen?

Of speelt dit niet mee in het kader van de duurzaamheid. Duurzaamheid is waarschijnlijk een van de meest misbruikte termen in onze samenleving.  Is een elektrische wagen duurzaam, wetende dat hij deels werd gebouwd op kinderarbeid, uitbuiting en roofbouw op onze grondstoffen. Wetende dat heel wat onderdelen in het buitenland worden geproduceerd en overzee moeten worden getransporteerd?

Is een windmolen duurzaam, wetende dat de afgedankte carbonwieken niet gerecycleerd kunnen worden en momenteel verdwijnen onder de aarde in de Amerikaanse woestijnen?

Is een zonnepaneel duurzaam wetende dat het niet kan gerecycleerd worden en dat hun capaciteit al na 15 jaar sterk afneemt tot de helft?

Is werken met elektriciteit duurzaam, wetende dat we onze energie moeten aankopen in het buitenland. In Duitsland dat nog met steenkool en gas elektriciteit produceert, of in Polen dat nog met bruinkool werkt, of in Frankrijk dat zijn elektriciteit uit kernenergie haalt, terwijl we hier de kernenergie afbouwen?

We gebruiken duurzame aankoopgidsen, maar voor de koffie worden nog steeds papieren zakjes met poedermelk en suiker gebruikt…. Dit heet dan duurzame en lokaal geproduceerde voeding?

We verduurzamen onze watervoorziening en -gebruik…. Maar hier in het provinciehuis komt er alleen warm water uit de kranen van de lavabo’s bij de toiletten…

  • Klimaatbewustzijn groeit bij iedereen

U beoogt een klimaatbewuste en zelfredzame samenleving

iedereen klimaat bewuster maken is een goede zaak. Alles hangt er echter van af op welke manier je dat doet en met welke argumenten. Andere meningen en zelfs dissidentie moeten ook steeds aan bod kunnen komen. Dat is het wezen van democratie.

De samenhang van klimaatbewust leven met een zelfredzame samenleving ontgaat me, aangezien we nu al een groot deel van onze energie moeten aankopen en er al verschillende jaren op rij angst is voor stormpannes en stroombeperkingen.

Gelukkig blijft de provincie via de werking van Kamp c en Hooibeekhoeve inzetten op onderzoek, begeleiding en sensibilisatie voor de , ik citeer “transitie naar een landbouwsector in harmonie met de omgeving, waarbij bijvoorbeeld alternatieve productiemethoden onderzocht worden met een betere balans tussen rendement, dierenwelzijn en impact op het milieu” zoals gedeputeerde Lemmens het zo mooi verwoordde

De transitie in de landbouw is echter niet van die aard dat kleine landbouwbedrijven dit aankunnen.; zodat het onmogelijk wordt om onze voeding lokaal te produceren of aan te kopen.

  • We versterken de open ruimte als klimaatbuffer

U wil de open ruimte versterken als klimaatbuffer. U wil dat doen door ontharding

Maar de fiets-o-strades die de provincie aanlegt blijven nog steeds hard en niet water doorlatend.

Bovendien wil u de natte natuur herstellen door o.a. 5 overstromingsgebieden aan te leggen en door de waterkringloop te sluiten.

Maar de op de gecreëerde overstromingsgebieden worden geen water-regulerende bomen zoals wilg of populier of planten zoals riet aangeplant. Nochtans hebben deze bomen een grote water absorberende eigenschap en een grote luchtzuiverende werking, en hebben ze ene verkoelende functie op hittedagen. Het waterabsorptie vermogen van riet is algemeen bekend, maar het heeft bovendien ook een water zuiverend effect en heft een positief effect op het zuurstofgehalte in het ware en op de waterbiodiversiteit.

U werk samen met natuurpunt, dat in Turnhout een vennengebied creëerde van ca 100 ha. Maar dat vennengebied is omgebouwd tot schrale heidegrond, niet tot moerassig bosgebied.

  • Stads-en dorpskernen klimaatneutraal en klimaatveilig

U wil een een fijnmazig groenblauw netwerk uitbouwen, maar de deputatie levert nog altijd omgevingsvergunningen af waarbij oude waterafvoerbeekjes, die intussen deels zijn verzand en dichtgegroeid, volledig worden dichtgelegd en overbouwd…

De meeste beken in dorpen en steden zijn gewone riolen geworden…

De beekherstelprojecten werken blijkbaar enkel in rurale gebieden en niet in dorps- en stadkernen…

U wil de ongewenste bebouwing en het oneigenlijk gebruik van bebouwing in de open ruimte verminderen , maar enkel in agrarische context.

De deputatie slaagt er blijkbaar niet in om in een dorps-of stadcontext een onderscheid te maken tussen verharde en onverharde open ruimte en staat in het kader van stadsinbreiding ook het bebouwen van de bestaande groene open ruimten in de steden toe, zodat zowel de verharding als de opwarming toeneemt in de steden.

  • Energie is maximaal lokaal en hernieuwbaar

U wil de samenwerking organiseren rond hernieuwbare energie op de bedrijventerreinen, maar staat toe dat dag en nacht grote energie- opslorpende lichtreclames worden gebruikt.

  • Onze mobiliteit is gezond en met minder CO2 uitstoot

Het heeft weinig nut om hier de vervuilende wagens te bannen als ze in Azië en Afrika gewoon blijven rondrijden. Waarom voorzien de provincie niet in een premie voor sloop van oude wagens, zodat ze niet terug in omloop kunnen worden gebracht. Het effect hiervan zou dubbel zijn: u bevordert de recyclage van gebruikte  grondstoffen en vermindert effectief de uitstoot van broeikasgassen op wereldvlak. Provincie tevreden, burger tevreden, Europa tevreden.

  • Onze economie is klimaatneutraal en klimaatveilig georganiseerd

U wil korte ketenproductie stimuleren en lokale producten promoten, maar , maar gaat in de landbouw dan wel experimenteren met sorghum, een Afrikaanse graansoort.

Op het eerste zicht een lovend initiatief, maar wordt ook rekening gehouden met de mogelijke neveneffecten? We voerden aardappelen in en tegelijk ontdekten we de bestrijding van de coloradokever, we hebben onze tuinen vol geplant met buxus en worden nu overstelpt door buxusmotten, …

Tot slot kunnen we stellen dat dit klimaatplan weinig ambitieuze resultaatsverbintenissen inhoudt en nog heel wat lacunes bevat.

In de inleiding schetst u de Europese , federale en Vlaamse context, en even terecht stelt u dat de Europese tussentijdse doelstellingen werden aangescherpt. Tenslotte moet een klimaatplan binnen onze provinciale bevoegdheden, competenties liggen en betaalbaar en duurzaam zijn. Maar dit alles mag geen drempel zijn om op korte termijn effectieve en voor de hand liggende acties door te voeren.

En vandaar een milde onthouding.

tussenkomst gebracht door Erik De Quick op de provincieraad van 25/11/2021

windturbines KMO-zone Duwijck Lier

Ecopower (in samenwerking met de POM Antwerpen) heeft een vergunningsaanvraag ingediend om in de KMO-zone Duwijck te Lier 2 windturbines te plaatsen. Het betreft OMV_2021124163  –  vergunningsaanvraag 2021/410

Het Buurtgenootschap Duwijck kwam hiertegen in het verzet en heeft met een schrijven van 20/8/2021 een gesprek aangevraagd met dhr De Strycker, Algemeen Directeur van de POM.  

Tijdens de gemeenteraad van oktober maakte de betrokken schepen van Lier bekend dat ze negatief advies zullen geven. De schepen geeft bovendien een alternatieve locatie voor de windturbines.

Zie ook GvA artikel :
“Stad geeft negatief advies voor bouw van twee windturbines:
https://www.gva.be/cnt/dmf20211026_92405005
 
Het buurtgenootschap heeft ook een voorstel gedaan voor een duurzaam verantwoord alternatief voor de POM gronden tussen industriezone Duwijck en Paaiestraat, Dries, Duwijckstraat.

Ik citeer:
Deze zou een mooie uitbreiding vormen van het bestaande provinciaal Natuurreservaat  Plaslaar (waterbekken)  met daarbij complementaire aansluiting bij de bestaande groenbuffer van industriegebied Duwijck. 
Tevens, en bovendien zou dit een complementaire, nuttige bescherming vormen voor het agrarisch gebied naast het Natuurreservaat Plaslaar dat beschreven wordt als  “biologisch zeer waardevol mesofiel hooiland en als complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen” (cfk. Uitgebreide Natuurtoets , Antea Group juli 2021).

Eind oktober heeft het Buurtgenootschap het voorstel tot uitbreiding van bestaand Natuurreservaat Plaslaar op de agrarische gronden voorgesteld aan de POM : Dhr P. De Strycker en Penneman.

Hierover stelde Bruno Valkeniers graag volgende vragen:
Hoe reageert de POM op het verzet van het buurtcomité op de bouw van die windturbines?
– Gaat de POM die KMO zone verder uitbreiden?
– Of volgen ze het voorstel van het buurtcomité tot uitbreiding van het bestaand Natuurreservaat Plaslaar?
– Wat is het standpunt van de Deputatie in deze?


In antwoord op uw schriftelijke vraag i.v.m. windturbines KMO-zone Lier,
kunnen wij u het volgende meedelen :
In 2018 sloot de POM Antwerpen een overeenkomst betreffende een recht van opstal voor de bouw en exploitatie van windturbines te Lier met Ecopower. Deze overeenkomst is op 15 maart 2021 vernieuwd. POM Antwerpen heeft in het gebied waarnaar het buurtgenootschap verwijst, enkele percelen.
Voor zover POM Antwerpen weet, diende Ecopower een omgevingsvergunning in. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek heeft het buurtcomité zijn bezwaren geuit. POM Antwerpen gaat ervan uit dat Ecopower, als specialist in windmolens, alle wettelijke verplichtingen heeft nageleefd.
POM Antwerpen heeft inderdaad kennis genomen van het standpunt van het buurtcomité. Gezien voormelde overeenkomst heeft POM Antwerpen daar geen rechtstreekse invloed op.
Gaat de POM die KMO zone verder uitbreiden ?
De gehele zone, ook de enkele percelen van POM Antwerpen, liggen in Herbevestigd Agrarisch Gebied, zodat een ontwikkeling van een KMO-zone op dit moment niet mogelijk is.
Of volgt POM het voorstel van het buurtcomité tot uitbreiding van het
bestaand Natuurreservaat Plaslaar ?
POM Antwerpen heeft als eerste opdracht het duurzaam ontwikkelen van ruimte voor ondernemen. Indien zij de uitdrukkelijke opdracht krijgt van een lokale of bovenlokale overheid, onderzoekt POM Antwerpen dergelijke concrete vragen steeds. Echter, deze specifieke vraag van het buurtcomité behoort niet tot de kernexpertise van de POM Antwerpen. De bestemming van gronden is in de eerste plaats de bevoegdheid van diezelfde lokale en bovenlokale overheden.
Wat is het standpunt van de Deputatie in deze?
De windturbines waarvan sprake vallen onder een “klasse 1 vergunning”.
Dit betekent dat het de deputatie toekomt om te oordelen over de vergunning in eerste administratief aanleg. De procedure voor dit windturbineproject is opgestart op 6 september 2021 en is nog lopende.

waterbeheersing in de bebouwde woonkernen

De recente stortregens van vrijdagavond 4 juni, rond 17.30 u zorgden in de provincie Antwerpen, maar vooral in de Kempen voor grote wateroverlast. Grote delen van Turnhout, Retie, Balen en Herentals stonden blank. Meestal was de wateroverlast te wijten aan het feit dat het debiet van de riolen te klein was om het water tijdig af te kunnen voeren, waardoor regenwater via afvoerputjes naar de riolen, kelders, huizen binnenliep en straten onder water zette.
Binnenkort krijgen we bij de aanhoudende warmte vermoedelijk alweer signalen van een tekort aan grondwater met bijhorende droogteproblematiek.

•        De hoofdreden is vooral te zoeken in de stadsinbreidingen waarbij grote oppervlakten met waterondoordringbaar beton en asfalt worden bedekt en de ermee gepaard gaande verdwijning van de vele groene ruimten in steden en gemeenten. De Vlaamse gemeenschap dringt aan op stadsinbreiding, wat inhoudt dat de open ruimten in de steden en gemeenten zoveel mogelijk dienen benut te worden voor bebouwing;

•        Een andere reden is te vinden in het verdwijnen van volwassen bomen en beplanting en het dichtleggen van kleine beekjes en historische afwateringen waardoor de waterhuishouding in de grond danig wordt verstoord.

•        Een derde reden is natuurlijk dat de groei van de bewoning niet consequent wordt gevolgd door een groei van de afvoerkanalen.

De gevolgen hiervan zijn niet te overzien. Niet enkel wordt het risico op wateroverlast sterk verhoogd, maar ook het grondwaterpeil daalt hierdoor noemenswaardig, met alle mogelijke gevolgen van dien op mens en milieu, denken we maar aan het dreigende drinkwatertekort.

In de landelijke gebieden van onze provincie kunnen we trouwens een evolutie in de goede zin vaststellen, maar in de stedelijke gebieden of gebieden met verdichte woonkernen is het probleem totaal niet onder controle.

Collega Erik de Quick stelde volgende vragen:

  • Is de deputatie zich voldoende bewust van het belang en de noodzaak om dringend werk te maken van een degelijke waterbeheersing , vooral in de verstedelijkte gebieden.?
  • Een aantal zaken worden wel opgenomen in de omgevingsvergunning, maar ik stel vast dat de uitvoering niet altijd overeenstemt met de planning en dat bijvoorbeeld de groendaken niet de waterbufferende werking hebben die wordt beoogd, dat de wadi’s onvoldoende opvangcapaciteit hebben bij stortregens en dat bestaande afvoerbeekjes (grachten en sloten en ondergrondse afwateringen) worden dichtgelegd. Heeft de deputatie in uitvoering van het Milieuhandhavingsdecreet opdracht gegeven aan de provinciale toezichthouders om een streng toezicht te houden op de onbevaarbare waterlopen van 2e en 3e categorie? Heeft de deputatie al aangedrongen bij de Vlaamse overheid tot aanpassing van de normeringen met betrekking tot waterbeheersing in de reglementering die dient gevolgd te worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning?
  • In hoeverre houdt de deputatie bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening met het belang van de groene binnengebieden en het behoud van kleine sloten en/of al of niet ondergrondse afwateringen (meestal dichtgeslibde historische sloten en afwateringen) ?
  • In hoeverre heeft de deputatie overtredingen vastgesteld en werd opgetreden bij wantoestanden?  Wanneer spreekt de deputatie van “wantoestanden”?
  • In de omgevingsanalyse van het departement leefmilieu, Beleidsmaterie Integraal Waterbeleid wordt in de rubriek “ruimte voor water” gezegd: “Ook via de watertoets en adviezen in het kader van de omgevingsvergunningen en planningsinstrumenten wordt getracht ruimte voor water te vrijwaren en/of te creëren”. Gelet op de recente overstromingen, denk de deputatie dat deze betrachting voldoende is geweest? Hoe wil de deputatie deze betrachting in verstedelijkte gebieden verwezenlijken?
  • In hoeverre houdt de deputatie, in uitvoering van het milieuhandhavingsdecreet, toezicht op de efficiënte aanleg van groendaken en waterdoorlatende bodembedekkingen bij bouwprojecten?
  • Welke maatregelen heeft de deputatie genomen om in een stedelijke context aan te sturen op ontharding van de oppervlakten en in het beogen van een zo groot mogelijke provinciale betonstop?
  • Hoe rijmt de deputatie de betrachting tot ontharding van de ruimten, met het standpunt van de Vlaamse Gemeenschap inzake stadsinbreiding?
  • Is de deputatie van plan om strenger toe te zien op de naleving van maatregelen in functie van een betere waterbeheersing.
  • Zal de deputatie in overleg gaan met de gemeenten om deze problematieken aan te kaarten en op te lossen?
  • Is de deputatie van plan om haar verantwoordelijkheid te nemen en schadeloosstellingen te voorzien?

uit het verslag provincieraad 24/06:
De heer LEMMENS antwoordt dat de belangrijkste schadeoorzaak ten gevolge van wateroverlast het gebrek aan ruimte voor water is. In extreme situaties is er in Vlaanderen op heel wat plaatsen onvoldoende ruimte beschikbaar om op korte termijn veel regen op te vangen zonder schade. Dit is onder andere te wijten aan fouten uit het verleden binnen de ruimtelijke ordening waarbij er minder zorgvuldig werd omgesprongen met het verlenen van vergunningen, bebouwing en de grote bevolkingsdichtheid in Vlaanderen. Het ruimtebeslag is ook in onze provincie behoorlijk groot. 

De provinciale toezichthouders die bij de dienst Integraal Waterbeleid zijn aangesteld, hebben geen bevoegdheden met betrekking tot de omgevingsvergunningen. Voor de handhaving op de omgevingsvergunningen is de provincie niet bevoegd, wel Vlaanderen en de gemeenten. 


Bij het aansnijden van groene binnengebieden en aanvragen in de buurt van waterlopen houdt de deputatie rekening met verschillende aspecten van ontharding en vergroening bij het verlenen van de omgevingsvergunning. De marge van de besluitvorming is ook hier gebonden aan het geldend juridisch kader. Zo gelden er voor elk perceel diverse voorschriften waarmee de deputatie rekening moet houden. Die zitten verankerd in diverse kaders. Sommige voorschriften houden in dat een binnengebied kan worden verhard. Andere voorschriften spreken zich ook uit over de waterhuishouding, bijvoorbeeld de Vlaamse verordening rond hemelwater. Daarnaast wordt elke aanvraag getoetst aan de criteria van de goede ruimtelijke ordening, maar dit criterium kan enkel toegepast worden voor zover het juridisch kader dit toelaat. Dit kan verschillen van perceel tot perceel. Binnen dit criterium houdt de deputatie steeds rekening met vergroening en verbetering van de waterhuishouding.

Tenslotte wordt elke aanvraag onderworpen aan een ”watertoets”. In de meeste gevallen krijgt de deputatie hierbij adviezen van waterbeheerders. Die adviezen zijn zeer divers en kunnen inhouden dat het project meer afstand moet bewaren ten opzichte van een waterloop, dat een gedempte waterloop opnieuw moet worden opengelegd of dat het project best wordt gecombineerd met het verleggen of herprofileren van een waterloop zodat er meer ruimte voor water ontstaat. Via de watertoets en de adviesverlening wordt aanzienlijk bijgestuurd op vergunningen en planningsinstrumenten. Per dossier trachten we steeds zoveel mogelijk te streven naar ontharding en infiltratie op het eigen terrein. Overbodige verhardingen worden regelmatig uit vergunningen geschrapt. De adviezen inzake water komen echter maar aan bod bij nieuwe initiatieven of aanvragen en hebben dus maar betrekking op een zeer beperkt aandeel van het verstedelijkt gebied. 

De deputatie werkt op dit ogenblik aan het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen. In dit kader zullen uitgangspunten worden opgenomen die verharding tegengaan en klemtonen leggen op vergroening en ruimte voor water. Hierover zullen we in het najaar de provincieraad verder informeren. Bij de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen is zuinig ruimtegebruik steeds het uitgangspunt. De ambitie is dan ook om zoveel mogelijk in te zetten op onthardingsmaatregelen en infiltratie van hemelwater. Binnen de nieuwe provinciale droogtestrategie zijn er verschillende krachtlijnen die op deze problematiek focussen. Hiermee zal de provincie zeker een bijdrage kunnen leveren in de aanpak van deze problematiek.

Stadsinbreiding en open ruimte creëren zijn niet noodzakelijk elkaars tegengestelden. Als sectoren samenwerken, komt men dikwijls tot betere en efficiëntere oplossingen. De deputatie wil op zulke besluitvorming graag inzetten. Groenblauwe dooradering is de term die we gebruiken om verdichting en het creëren van open ruimte te laten samengaan. In stedelijke context wordt bij adviesvragen of overleggen vaak gewezen op het belang hiervan. Het gaat vaak om kleinschalige, lokale ingrepen die effect creëren zoals het openleggen van een beek bij een groot bouwproject in de kern of het verhinderen van verharde voortuinen in voorschriften. Elke kleine ingreep heeft zijn meerwaarde en kan positief werken in het creëren van groene ruimte en een verbeterd klimaat voor mens, dier en plant. Maar het is bijna altijd een gemeentelijke planningsbevoegdheid. We kunnen hierin onze rol spelen als deputatie, maar de marge van sturing is beperkt. 

Alle andere vragen peilen naar de intenties van de deputatie en zijn derhalve onontvankelijk volgens het huishoudelijk reglement.

De heer DE QUICK dankt de gedeputeerde voor het uitgebreide antwoord, maar mist nog één element waar naar zijn mening de deputatie een rol kan spelen. Een aantal van de recente overstromingen vonden plaats in de laag gelegen verstedelijkte gebieden. Nergens in de vergunningverlening wordt rekening gehouden met de hoogte van de gebieden of de oorspronkelijke moerassige toestand.

De heer LEMMENS antwoordt dat in de vergunningverlening rekening wordt gehouden met vele adviezen, waaronder ook adviezen rond waterbeheersing van onder andere de  Vlaamse Milieumaatschappij of de waterbeheerders Water-Link en PIDPA.

cijfers betreffende twijfelaars/weigeraars van vaccinatie tegen corona

uit het antwoord van gouverneur Cathy Berx op een schriftelijke vraag van ons provincieraadslid Jan Claessen.

1) Hoeveel inwoners van de provincie Antwerpen hebben – van diegene die daar al wel de kans toe hadden – hun vaccin geweigerd?
Mensen kunnen op verschillende manieren een vaccinatie weigeren. Dit kan actief door een weigering te melden in het antwoord op de uitnodiging, of passief door niet op de uitnodiging in te gaan.
Dit betekent niet dat alle personen die niet opdagen (no-shows) weigeringen zijn. Er zijn bijvoorbeeld mensen die er bewust voor kiezen om hun vaccinatie uit te stellen omdat het initiële vaccinatiemoment niet past. Er kunnen ook manipulatiefouten zijn van mensen die digitaal minder bedreven zijn.
In bijlage vindt u een overzicht per vaccinatiecentrum.
Ik licht even toe:
• # Niet-geactiveerde personen (enkel 18+):
dit zijn personen die nog geen uitnodiging ontvingen en dus ook nog niet
konden weigeren.
• # Geactiveerde personen (enkel 18+):
een geactiveerd persoon is iemand die op korte termijn zal worden
uitgenodigd of reeds uitgenodigd werd voor vaccinatie. Dit is de grote
meerderheid van de Antwerpenaren.
• # Gedeactiveerde personen:
hier zien we 3 subcategoriën :
1) personen die wegens medische redenen (tijdelijk) niet in
aanmerking komen voor vaccinatie [Door huisarts]. Dit zijn
bijvoorbeeld mensen die een intensieve medische behandeling
ondergaan met als gevolg dat ze erg zwak zouden reagerenop een
vaccin, en bij wie die behandeling op korte termijn afloopt. Dit zijn
geen weigeringen.
2) personen die reeds elders gevaccineerd zijn [Reeds gevaccineerd].
Dit zijn geen weigeringen
3) personen die actief aangeven dat ze geen vaccinatie wensen
[Weigering]: dit zijn echte weigeringen, al kunnen er ook
manipulatiefouten bij zijn die nog moeten worden rechtgezet. U ziet
dat deze groep overal onder de 5% blijft, en doorgaans maar 1 à 2%
betreft.
• Tweedekansers volgens eerste of tweede dosis:
dit zijn no-shows en personen die hun vaccinatie annuleren zonder
expliciete weigering. Zij worden al ingeboekt om later opnieuw uitgenodigd te kunnen worden. Mogelijk omvat deze groep verborgen weigeringen. Ook voor deze groep is het aandeel minder dan 5% voor elk van beide dosissen.
Dus zelfs als iedere no-show een weigering zou zijn, is dit slechts een
beperkt percentage.
Noot: De cijfers voor Baldemore zijn onbetrouwbaar en daarom
verwijderd; voor Park Spoor Oost zijn geen cijfers beschikbaar
aangezien ze geen gebruikmaken van Doclr voor hun operationele
werking. Alle cijfers komen rechtstreeks uit het dashboard dat de
centra zelf ook ter beschikking hebben.

2) Wat geven weigeraars van het vaccin als motivering aan?
Er wordt geen reden van weigering gevraagd, hierover zijn er dus geen gegevens beschikbaar.

3) Wordt het Astrazeneca-vaccin meer geweigerd dan pfizer, J & J en/of Moderna? Zo ja, wordt voor inwoners die Astrazeneca weigeren een alternatief vaccin aangeboden?
Hierover zijn er geen gegevens beschikbaar. Het is niet altijd mogelijk om te weten welk vaccin iemand aangeboden kreeg.
* Voor centra met een prebooking-systeem kan het Agentschap in Doclr
nakijken welk vaccin werd opgegeven in het gereserveerde tijdslot.
* Voor centra zonder prebooking bestaat deze optie niet. De burger plant zelf zijn afspraak in en kan dan zien welk vaccin er ter beschikking is. Deze info krijgt het Agentschap niet door.
Het Agentschap Zorg & Gezondheid heeft dus geen info over een weigering per vaccin. Alleszins wordt er geen ander vaccin aangeboden aan wie een AstraZeneca-vaccin weigert.

Weigeraars zullen wel de kans krijgen om zich op eigen initiatief opnieuw in te schrijven.
Als een aanbod geweigerd werd, mag het Agentschap deze mensen immers niet meer actief benaderen.