Tagarchief: waterbeheersing in de bebouwde kernen stadsinbreiding verharding Stefan De Winter Vlaams Belang Erik De Quick Kempen provincie Antwerpen groendater droogte droogteproblematiek regenwater afwatering

waterbeheersing in de bebouwde woonkernen

De recente stortregens van vrijdagavond 4 juni, rond 17.30 u zorgden in de provincie Antwerpen, maar vooral in de Kempen voor grote wateroverlast. Grote delen van Turnhout, Retie, Balen en Herentals stonden blank. Meestal was de wateroverlast te wijten aan het feit dat het debiet van de riolen te klein was om het water tijdig af te kunnen voeren, waardoor regenwater via afvoerputjes naar de riolen, kelders, huizen binnenliep en straten onder water zette.
Binnenkort krijgen we bij de aanhoudende warmte vermoedelijk alweer signalen van een tekort aan grondwater met bijhorende droogteproblematiek.

•        De hoofdreden is vooral te zoeken in de stadsinbreidingen waarbij grote oppervlakten met waterondoordringbaar beton en asfalt worden bedekt en de ermee gepaard gaande verdwijning van de vele groene ruimten in steden en gemeenten. De Vlaamse gemeenschap dringt aan op stadsinbreiding, wat inhoudt dat de open ruimten in de steden en gemeenten zoveel mogelijk dienen benut te worden voor bebouwing;

•        Een andere reden is te vinden in het verdwijnen van volwassen bomen en beplanting en het dichtleggen van kleine beekjes en historische afwateringen waardoor de waterhuishouding in de grond danig wordt verstoord.

•        Een derde reden is natuurlijk dat de groei van de bewoning niet consequent wordt gevolgd door een groei van de afvoerkanalen.

De gevolgen hiervan zijn niet te overzien. Niet enkel wordt het risico op wateroverlast sterk verhoogd, maar ook het grondwaterpeil daalt hierdoor noemenswaardig, met alle mogelijke gevolgen van dien op mens en milieu, denken we maar aan het dreigende drinkwatertekort.

In de landelijke gebieden van onze provincie kunnen we trouwens een evolutie in de goede zin vaststellen, maar in de stedelijke gebieden of gebieden met verdichte woonkernen is het probleem totaal niet onder controle.

Collega Erik de Quick stelde volgende vragen:

  • Is de deputatie zich voldoende bewust van het belang en de noodzaak om dringend werk te maken van een degelijke waterbeheersing , vooral in de verstedelijkte gebieden.?
  • Een aantal zaken worden wel opgenomen in de omgevingsvergunning, maar ik stel vast dat de uitvoering niet altijd overeenstemt met de planning en dat bijvoorbeeld de groendaken niet de waterbufferende werking hebben die wordt beoogd, dat de wadi’s onvoldoende opvangcapaciteit hebben bij stortregens en dat bestaande afvoerbeekjes (grachten en sloten en ondergrondse afwateringen) worden dichtgelegd. Heeft de deputatie in uitvoering van het Milieuhandhavingsdecreet opdracht gegeven aan de provinciale toezichthouders om een streng toezicht te houden op de onbevaarbare waterlopen van 2e en 3e categorie? Heeft de deputatie al aangedrongen bij de Vlaamse overheid tot aanpassing van de normeringen met betrekking tot waterbeheersing in de reglementering die dient gevolgd te worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning?
  • In hoeverre houdt de deputatie bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening met het belang van de groene binnengebieden en het behoud van kleine sloten en/of al of niet ondergrondse afwateringen (meestal dichtgeslibde historische sloten en afwateringen) ?
  • In hoeverre heeft de deputatie overtredingen vastgesteld en werd opgetreden bij wantoestanden?  Wanneer spreekt de deputatie van “wantoestanden”?
  • In de omgevingsanalyse van het departement leefmilieu, Beleidsmaterie Integraal Waterbeleid wordt in de rubriek “ruimte voor water” gezegd: “Ook via de watertoets en adviezen in het kader van de omgevingsvergunningen en planningsinstrumenten wordt getracht ruimte voor water te vrijwaren en/of te creëren”. Gelet op de recente overstromingen, denk de deputatie dat deze betrachting voldoende is geweest? Hoe wil de deputatie deze betrachting in verstedelijkte gebieden verwezenlijken?
  • In hoeverre houdt de deputatie, in uitvoering van het milieuhandhavingsdecreet, toezicht op de efficiënte aanleg van groendaken en waterdoorlatende bodembedekkingen bij bouwprojecten?
  • Welke maatregelen heeft de deputatie genomen om in een stedelijke context aan te sturen op ontharding van de oppervlakten en in het beogen van een zo groot mogelijke provinciale betonstop?
  • Hoe rijmt de deputatie de betrachting tot ontharding van de ruimten, met het standpunt van de Vlaamse Gemeenschap inzake stadsinbreiding?
  • Is de deputatie van plan om strenger toe te zien op de naleving van maatregelen in functie van een betere waterbeheersing.
  • Zal de deputatie in overleg gaan met de gemeenten om deze problematieken aan te kaarten en op te lossen?
  • Is de deputatie van plan om haar verantwoordelijkheid te nemen en schadeloosstellingen te voorzien?

uit het verslag provincieraad 24/06:
De heer LEMMENS antwoordt dat de belangrijkste schadeoorzaak ten gevolge van wateroverlast het gebrek aan ruimte voor water is. In extreme situaties is er in Vlaanderen op heel wat plaatsen onvoldoende ruimte beschikbaar om op korte termijn veel regen op te vangen zonder schade. Dit is onder andere te wijten aan fouten uit het verleden binnen de ruimtelijke ordening waarbij er minder zorgvuldig werd omgesprongen met het verlenen van vergunningen, bebouwing en de grote bevolkingsdichtheid in Vlaanderen. Het ruimtebeslag is ook in onze provincie behoorlijk groot. 

De provinciale toezichthouders die bij de dienst Integraal Waterbeleid zijn aangesteld, hebben geen bevoegdheden met betrekking tot de omgevingsvergunningen. Voor de handhaving op de omgevingsvergunningen is de provincie niet bevoegd, wel Vlaanderen en de gemeenten. 


Bij het aansnijden van groene binnengebieden en aanvragen in de buurt van waterlopen houdt de deputatie rekening met verschillende aspecten van ontharding en vergroening bij het verlenen van de omgevingsvergunning. De marge van de besluitvorming is ook hier gebonden aan het geldend juridisch kader. Zo gelden er voor elk perceel diverse voorschriften waarmee de deputatie rekening moet houden. Die zitten verankerd in diverse kaders. Sommige voorschriften houden in dat een binnengebied kan worden verhard. Andere voorschriften spreken zich ook uit over de waterhuishouding, bijvoorbeeld de Vlaamse verordening rond hemelwater. Daarnaast wordt elke aanvraag getoetst aan de criteria van de goede ruimtelijke ordening, maar dit criterium kan enkel toegepast worden voor zover het juridisch kader dit toelaat. Dit kan verschillen van perceel tot perceel. Binnen dit criterium houdt de deputatie steeds rekening met vergroening en verbetering van de waterhuishouding.

Tenslotte wordt elke aanvraag onderworpen aan een ”watertoets”. In de meeste gevallen krijgt de deputatie hierbij adviezen van waterbeheerders. Die adviezen zijn zeer divers en kunnen inhouden dat het project meer afstand moet bewaren ten opzichte van een waterloop, dat een gedempte waterloop opnieuw moet worden opengelegd of dat het project best wordt gecombineerd met het verleggen of herprofileren van een waterloop zodat er meer ruimte voor water ontstaat. Via de watertoets en de adviesverlening wordt aanzienlijk bijgestuurd op vergunningen en planningsinstrumenten. Per dossier trachten we steeds zoveel mogelijk te streven naar ontharding en infiltratie op het eigen terrein. Overbodige verhardingen worden regelmatig uit vergunningen geschrapt. De adviezen inzake water komen echter maar aan bod bij nieuwe initiatieven of aanvragen en hebben dus maar betrekking op een zeer beperkt aandeel van het verstedelijkt gebied. 

De deputatie werkt op dit ogenblik aan het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen. In dit kader zullen uitgangspunten worden opgenomen die verharding tegengaan en klemtonen leggen op vergroening en ruimte voor water. Hierover zullen we in het najaar de provincieraad verder informeren. Bij de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen is zuinig ruimtegebruik steeds het uitgangspunt. De ambitie is dan ook om zoveel mogelijk in te zetten op onthardingsmaatregelen en infiltratie van hemelwater. Binnen de nieuwe provinciale droogtestrategie zijn er verschillende krachtlijnen die op deze problematiek focussen. Hiermee zal de provincie zeker een bijdrage kunnen leveren in de aanpak van deze problematiek.

Stadsinbreiding en open ruimte creëren zijn niet noodzakelijk elkaars tegengestelden. Als sectoren samenwerken, komt men dikwijls tot betere en efficiëntere oplossingen. De deputatie wil op zulke besluitvorming graag inzetten. Groenblauwe dooradering is de term die we gebruiken om verdichting en het creëren van open ruimte te laten samengaan. In stedelijke context wordt bij adviesvragen of overleggen vaak gewezen op het belang hiervan. Het gaat vaak om kleinschalige, lokale ingrepen die effect creëren zoals het openleggen van een beek bij een groot bouwproject in de kern of het verhinderen van verharde voortuinen in voorschriften. Elke kleine ingreep heeft zijn meerwaarde en kan positief werken in het creëren van groene ruimte en een verbeterd klimaat voor mens, dier en plant. Maar het is bijna altijd een gemeentelijke planningsbevoegdheid. We kunnen hierin onze rol spelen als deputatie, maar de marge van sturing is beperkt. 

Alle andere vragen peilen naar de intenties van de deputatie en zijn derhalve onontvankelijk volgens het huishoudelijk reglement.

De heer DE QUICK dankt de gedeputeerde voor het uitgebreide antwoord, maar mist nog één element waar naar zijn mening de deputatie een rol kan spelen. Een aantal van de recente overstromingen vonden plaats in de laag gelegen verstedelijkte gebieden. Nergens in de vergunningverlening wordt rekening gehouden met de hoogte van de gebieden of de oorspronkelijke moerassige toestand.

De heer LEMMENS antwoordt dat in de vergunningverlening rekening wordt gehouden met vele adviezen, waaronder ook adviezen rond waterbeheersing van onder andere de  Vlaamse Milieumaatschappij of de waterbeheerders Water-Link en PIDPA.