onderhoud en keuringen van speeltuigen

In Edegem is er een speeltuin (Meihof) waar er al meer dan een jaar geen onderhoud of keuring meer geweest is aan de speeltuigen.
Aangezien er in onze vele provinciale groendomeinen en parken ook speeltuinen en toestellen staan, stelde ik vanuit onze fractie volgende vragen :

  1. Hoe controleert de provincie het nazicht, het onderhoud en de keuringen van de speeltoestellen in de provinciale groendomeinen, parken en scholen ?
    Deze controle is wettelijk geregeld (Cfr KB 28/3/2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen en KB 28/3/2001 betreffende de uitbating van speelterreinen). Nieuw geplaatste speeltoestellen worden door de plaatser gekeurd. Daarna zorgt het domein voor een jaarlijkse keuring door een externe erkende controleur. Daarnaast is er nog regelmatig nazicht en onderhoud.
    De controle verschilt een beetje van (type) speeltuin tot speeltuin, en is in hoogseizoen frequenter dan in laagseizoen, maar algemeen gesteld omvat deze minimaal: – het regelmatig nazicht (dagelijks – wekelijks), dit door eigen personeel – het onderhoud (maandelijks – tweemaandelijks), dit door eigen personeel of derde – periodieke controles (jaarlijks) door een erkende externe keurder.
    Na bepaalde calamiteiten oa stormweer wordt er een extra controle ingelast.

  2. Is er een centraal register waarin alle nazichten, onderhouden en keuringen worden bijgehouden van de toestellen waarvoor de provincie verantwoordelijk is ?
    Ja, zowel de wettelijke jaarlijkse controle als de tussentijdse controle worden geregistreerd in de keuringskalender, welke opgenomen is in het ISO14001 systeem.
  3. Is er een registratie van de klachten en ongevallen en indien ja, hoeveel klachten en ongevallen waren er in 2019 ?
    Ja, deze worden ook bijgehouden in het ISO14001 systeem. In 2019 werden geen klachten en 1 ongeval gemeld.
  4. Zijn ongevallen verzekerd door de provincie ? Of is een toestel bespelen altijd volledig op eigen risico ?
    De uitbater van het speelterrein is verantwoordelijk voor de veiligheid en het onderhoud van de installaties en het terrein. Als ouder of begeleider blijft men natuurlijk wel verantwoordelijk voor het gedrag van zijn kinderen. De gebruikers, de speelterreinsector en de overheid hebben elk hun rol te spelen in de veiligheid van de speelterreinen in België, zonder echter het speelplezier van de kinderen uit het oog te verliezen. Moderne materialen en een doordachte inplanting van de speeltoestellen maken het immers mogelijk veilige en attractieve speelomgevingen te creëren. Het is uiteraard niet mogelijk ervoor te zorgen dat er geen enkel ongeval meer gebeurt op onze speelterreinen. Dat zou er alleen op wijzen dat er bijna niet meer echt gespeeld wordt. Spelen is immers een leerproces met vallen en opstaan.
  5. Het slechte weer, de rukwinden en de stormen van de afgelopen weken zullen veel speeltuigen geen goed gedaan hebben. Zal er nu de paasvakantie in aantocht is, er een extra controle gebeuren of alles in orde is ?
    De normale procedure wordt gevolgd. Hierin zit een extra controle na bepaalde calamiteiten oa stormweer vervat, alsook een extra controle voor de (paas)vakantie. Gezien de Coronacrisisperiode waarin we ons momenteel bevinden, is het mogelijk dat de controles enigszins verschuiven in de tijd.

de betalingstermijn van de provinciale belastingen is 4 maanden

Naast een gezondheidscrisis veroorzaakt de coronacrisis een economische ramp zonder weerga. Aangezien vele bedrijven en gezinnen het momenteel extra moeilijk hebben om rond te komen, zal de betalingstermijn voor de provinciebelasting verlengd worden.

Op 21 maart stelden we volgende vraag :

antwoorden van 02/04 :
Met welke maatregelen ondersteunt de provincie de getroffen gezinnen en bedrijven?
Zowel de federale als de Vlaamse regering hebben naar aanleiding van het coronavirus, steunmaatregelen getroffen om voornamelijk bedrijven, maar ook gezinnen te ondersteunen in deze moeilijke periode.
Zo werden aangifteperioden van diverse belastingen verlengd, werd er een automatisch betalingsuitstel van 2 maanden toegekend voor personenbelasting, vennootschapsbelasting, btw en bedrijfsvoorheffing, geldt er vrijstelling van nalatigheidsinteresten en/ of kwijtschelding van boetes etc.
Ook de provincie Antwerpen int belastingen, met name de algemene provinciebelasting en de provinciebelasting op de bedrijven en zij staat inderdaad op het punt om de aanslagbiljetten van de algemene provinciebelasting te verzenden.

Begin maart, en dus voor de echte uitbraak van het coronavirus in ons land, werd het eerste kohier algemene provinciebelasting reeds uitvoerbaar verklaard. Overeenkomstig het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen dienen de aanslagbiljetten zonder verwijl te worden verzonden.
Overeenkomstig artikel 4 §3, 3e lid, 2° en §6 van het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en het artikel 413 van het wetboek inkomstenbelasting 1992 waarnaar het decreet van 30 mei 2008 verwijst in artikel 11, wordt een betaaltermijn van 2 maanden opgelegd die vermeld moet worden op de aanslagbiljetten.

Bij weten van de deputatie is er (nog) geen (Federale of Vlaamse) regelgeving bestaande die van deze betaaltermijn van 2 maanden voor lokale belastingen afwijkt omwille van het coronavirus.
Om volledig in lijn te blijven met wat juridisch correct is, werd beslist om op de aanslagbiljetten zelf de verzendingstermijn van 2 maanden te behouden. De deputatie lijkt hierover immers geen zeggenschap te hebben.
De provincie Antwerpen stelt sowieso automatisch de financieel meest kwetsbare groepen binnen de samenleving vrij van belasting, met name de rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming en de rechthebbenden op maatschappelijke integratie (leefloners).
In deze tijden wil de deputatie echter voorkomen dat alle gezinnen getroffen door de coronacrisis in zware financiële moeilijkheden komen.
Om deze reden besliste de deputatie in navolging van de andere overheden om flexibel met deze betaaltermijn om te gaan door de belasting vier maanden niet actief in te vorderen. Wie één van de komende dagen zijn aanslagbiljet in de bus krijgt, moet zijn belasting dus niet binnen de twee maanden maar binnen de vier maanden betalen.
Als het bijkomend uitstel niet afdoende is, kunnen belastingplichtigen afspraken maken met de belastingdienst over een afbetalingsplan.
De deputatie besliste om deze boodschap via allerlei kanalen aan de belastingplichtigen over te brengen en om te trachten hier zoveel als mogelijk ruchtbaarheid aan te geven, met name via onder meer een persbericht en de provinciale website.

Voor de bedrijven loopt de aangiftetermijn nog tot en met 20 april. De aanslagbiljetten provinciebelasting op de bedrijven zullen zeker niet voor begin juni opgestuurd worden. Het provinciebestuur onderzoekt, wanneer zij zicht heeft op de duurtijd van de crisis en financiële gevolgen op de economie en het bestuur zelf, of nog eventuele bijkomende maatregelen om de zelfstandigen en bedrijven te steunen, vereist zijn wat de provinciebelasting betreft.
Naast de maatregelen met betrekking tot de belastingen, heeft de deputatie ook reeds andere steunmaatregelen onderzocht voor gezinnen en bedrijven en zij heeft er ook al enkele effectief genomen, zoals de beslissing om alle horecaconcessies die wij momenteel als bestuur en/of als verzelfstandigde entiteit lopen hebben één maand compensatie te verlenen, af te trekken van de concessievergoedingen.
Daarnaast ondersteunt de cel detailhandel gemeenten in het motiveren van het openhouden van ambulante voedingshandel in dorpen en wijken waar er onvoldoende voedingswinkels zijn. Dit is niet alleen nuttig voor de voedselvoorziening ten aanzien van gezinnen, maar ook voor de ambulante handelaars.
De deputatie volgt de situatie op de voet en tracht om weloverwogen beslissingen te nemen in het ondersteunen van gezinnen en bedrijven tijdens deze coronacrisis.

Kan de betalingstermijn van de provinciale belastingen ook verlengd worden met twee maanden?
Zoals reeds uiteengezet, lijkt de deputatie hiertoe voorlopig juridisch geen zeggenschap in te hebben gelet op de bestaande regelgeving.
Zij zal echter dus wel, wat de algemene provinciebelasting betreft, flexibel omgaan met de betalingstermijn door gedurende 4 maanden geen verdere stappen in de inning te ondernemen en zij brengt de belastingplichtigen hiervan op de hoogte via diverse kanalen.
Voor de bedrijven wordt dit later door de deputatie verder bekeken.

Wapenvergunningen

Begin 2018 werd voor de aanvraag van wapenvergunningen een nieuw dossierbehandelingssysteem in dienst genomen. Het was midden 2018 niet mogelijk om gedetailleerde cijfers aan te leveren.
Sinds de aangepaste en verstrengde wapenwet is de provinciale wapendienst- onder de vleugels van de gouverneur- bevoegd voor het uitreiken van die vergunningen. Weliswaar moet de lokale korpschef van de stad of gemeente ook gunstig advies geven.

Hierbij de antwoorden van de gouverneur Cathy Berx op de vragen die Jan Claessen stelde :

In 2018 werden 1444 vergunningen uitgereikt model 4, in 2019 werden er 2194 vergunningen op model 4 afgeleverd.
In 2018 werden 5 aanvragen en in 2019 werden 25 aanvragen niet ingewilligd of geweigerd.
Intrekkingen en schorsingen gebeuren niet op het niveau van wapens maar op het niveau van personen. Een intrekking of schorsing van het recht op wapens voorhanden te houden is algemeen en kan zowel het inleveren van modellen 4 als 9 tot gevolg hebben. We spreken dus over personen.
In 2018 werd het recht om wapens voorhanden te houden bij 31 personen ingetrokken en in 2019 bij 84 personen.
In 2018 werd bij 9 personen het recht geschorst en in 2019 bij 19 personen.
Intrekkingen, schorsingen of weigeringen die naar aanleiding van een beroepsprocedure bij de FOD justitie worden teniet gedaan en waarbij de vergunningen alsnog worden afgeleverd, worden niet meegerekend in bovenstaande cijfers.

De geregistreerde wapens bij jagers en sportschutters via model 9 :
In 2018 werden er 2246 wapens geregistreerd via model 9. In 2019 werden er 2988 modellen 9 geregistreerd. Een model 9 is een registratie van een overdracht van wapens tussen jagers en/of sportschutters nadat deze wapens werden overgedragen. Het is dus geen aanvraagprocedure. Allen werden bijgevolg weerhouden. Indien we na controle tot de vaststelling komen dat een bepaald soort wapen niet mag overgedragen worden via model 9 zal dit dossier omgevormd worden naar een aanvraag model 4.
Hoeveel dossiers werden omgevormd via model 9 naar een aanvraag model 4 ? We kunnen hiervan geen cijfers bezorgen, maar dit is een kleine minderheid. Meestal zijn wapenbezitters goed op de hoogte van welke wapens via model 9 kunnen geregistreerd worden en welke via model 4 moeten aangevraagd worden.

Zoals u kan zien is er in 2019 een toename van het aantal vergunningen en registraties, dit heeft grotendeels te maken met het feit dat we in 2018 een nieuw dossierbehandelingsprogramma kregen en we gedurende maanden niet vlot konden werken. De achterstand die we hierdoor opliepen, werd in 2019 weggewerkt.

het stadsrandbos in de zuidrand

Op de grens van Kontich en Edegem, in de Edegemse beekvallei, werden op zondag 24 november 15000 boompjes en struiken aangeplant voor een nieuw klimaatbos van 6 ha. Een realisatie van het eerste stadsrandbos in de Zuidrand van Antwerpen met dank aan de provincie Antwerpen, Natuurpunt en de gemeente Edegem. Enkele dagen na de persmededeling verscheen er een artikel in HLN van de Kontichse burgemeester dat op de plaats van het bos een verbindingsweg komt.

Bron : https://www.hln.be/in-de-buurt/kontich/burgemeester-kontich-noordelijke-verbindingsweg-komtdoor-het-stadsrandbos~a9255b5f/

Naar aanleiding van dit artikel stelde ik volgende vragen aan het provinciebestuur :

  1. Is de provincie ervan op de hoogte dat er op de plek van het nieuwe klimaatbos van 6ha een verbindingsweg komt of kan komen ?
    De provincie is er via bilateraal overleg met de gemeente Kontich binnen het gebiedsprogramma Zuidrand van op de hoogte dat het Kontichse gemeentebestuur de realisatie van deze verbindingsweg in haar bestuursakkoord heeft opgenomen. Het volledige traject van de gewenste verbindingsweg ziet er zo uit:



    In het gebiedsprogramma Zuidrand coördineert de provincie (tot op heden en ook tijdens deze legislatuur) de realisatie van een open ruimte programma, samen met en ter ondersteuning van haar partners, de gemeenten, de Vlaamse overheid, provinciale diensten, verenigingen, landbouwers en geëngageerde burgers. Het resultaat is te zien in het gebied onder de vorm van gerealiseerde trage wegen, natuurinrichtingsprojecten, bebossingsprojecten, wandel- en fietskaarten, een toeristisch streekproject, gevrijwaarde open ruimte in de Boshoek dat ook toegankelijk werd gemaakt, speelgroenplekjes, de oprichting van de Streekvereniging Zuidrand en van de Intergemeentelijk Onroerend Erfgoeddienst Zuidrand.
  2. Hoe is deze grond ingekleurd ?
    De ruimtelijke bestemmingen zijn hoofzakelijk groen- en landbouwgebied. Het gebied heeft als overdruk een tracé voor de aanleg van pijpleidingen.
  3. Wie is eigenaar van deze grond(en) ?
    Deze zone heeft verschillende eigenaars: Infrabel, private eigenaars, Natuurpunt
  4. Kadert deze aanplanting in het project van ‘Jane Goodall Instituut Belgium’ die 1.200.000 bomen wil planten ?
    Neen, deze bebossing kadert in de Campagne ‘Bos voor Iedereen’ van Natuurpunt.

het inbedden van toegankelijkheid van gebouwen in omgevingsvergunningen

tussenkomst van raadslid Erik De Quick:
In de implementatie van het bestuursakkoord van het meerjarenplan meldt u:
Uitbouw van een divers, duurzaam en kwaliteitsvol woonaanbod dat beantwoordt aan veranderende woonbehoeftes:
– innoveren: anders denken en doen (geWOONtebrekers)
nieuwe woonvormen
Verregaande verduurzaming van bouw- en renovatieprocessen met extra aandacht voor circulair bouwen zoals KAMP C
Ik kan niet zeggen dat dit geen goede initiatieven zijn, maar spijtig genoeg gaat dit niet ver genoeg en wordt hier gekozen voor de minst voor-de-hand-liggende oplossingen.
Kwaliteitsvol woonaanbod dat beantwoord aan de veranderende woonbehoeftes heeft ook, en zelf heel veel te maken met de veroudering van onze bevolking en met de eraan gekoppelde stijging van het aantal mensen met een beperking. Bovendien is er een tendens om de thuiszorg uit te breiden en beter te faciliteren.
Nochtans zijn de meeste openbare gebouwen nog steeds ontoegankelijk voor mensen met een beperking. Zo konden we in Het Laatste nieuws .d.d 9 november 2019 lezen dat er eigenlijk geen enkel openbaar gebouw echt toegankelijk is. Het artikel was gebaseerd op een studie uitgevoerd in opdracht van het departement Omgeving van de Vlaamse Overheid en de vzw toegankelijk Vlaanderen. Van de 148 openbare gebouwen onderzocht, geen enkel in orde; zelfs nieuwe gebouwen niet voor iedereen toegankelijk.. Ook dit gebouw is voor rolstoel patiënten enkel toegankelijk als ze hulp krijgen….en dan nog loodst men ze binnen via een of andere zijingang, …of is het de goedereningang? Ik denk niet dat dit de manier is waarop mensen met een beperking willen behandeld en moeten behandel worden. Nochtans bestaan er eenvoudige oplossingen…maar u zou , zoals u zelf stelt anders moeten denken en doen….
Vragen:

  • waarom wordt in de omgevingsvergunningen, niet automatisch voorzien dat alle deuren minstens 1 meter breed moeten zijn en dat elk gebouw zonder drempels moet zijn? Dat brengt totaal geen meerkost mee , maar zou er wel voor zorgen dat elk nieuwbouw of gerenoveerd gebouw op vrij korte termijn toegankelijk wordt voor mensen met een beperking en minder mobielen.
  • Waarom wordt hier niet strenger op gecontroleerd in de uitvoeringsfase?
  • Waarom wordt niet eenvoudiger ingespeeld op de veranderende woonbehoeften t.g.v. de vergrijzing?

De heer LEMMENS stelt dat bij het beoordelen van een omgevingsvergunning de deputatie zich dient te houden aan het decretaal kader dat wordt aangereikt door Vlaanderen. Wat betreft toegankelijkheid geldt sinds 1 maart 2010 de gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor toegankelijkheid, al is deze enkel van toepassing gebouwen die publiek toegankelijk zijn. De controle in de uitvoeringsfase is een kwestie van stedenbouwkundige handhaving waar de provincie geen handhavingsbevoegdheid heeft gekregen. Daarnaast is het als vergunningverlenende overheid niet evident om strenger te oordelen dan de verordening die in heel Vlaanderen geldt. Als er veranderende behoeftes zijn, is het aan Vlaanderen om de wetgevende kaders aan te passen. Niet-publieke gebouwen vallen niet onder het toepassingsgebied van de verordening toegankelijkheid. De heer Lemmens zegt wel dat de administratie erover waakt dat een ontwerp van een gebouw steeds voldoende is afgestemd op haar functie, maar ook hier kunnen wij als vergunningverlenende overheid enkel voorwaarden opleggen die precies en redelijk zijn in verhouding tot het vergunde project.

tussenkomst van onze fractiewoordvoerder bruno valkeniers

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de voorzitter,
Dames en heren gedeputeerden,
Collega raadsleden,

‘To be or not to be, that is the question’.

Even dacht ik er aan mijn tussenkomst als Vlaams Belang fractie leider op deze bespreking van het provinciale meerjarenplan 2020 – 2025 en budgetjaar 2020 de titel mee te geven van de bekende monoloog van Shakespeares Hamlet.

Ofte vertaald naar het Nederlands en naar de context die ons aanbelangt is dat: ‘het provinciaal niveau blijft er of blijft er niet, dat is de vraag.’ Of liever… dat was de vraag tot eind september.

U weet dat mijn partij het Vlaams Belang een voorstander is van het afschaffen van de provincies en het provinciaal niveau en van een degelijke overheveling van bevoegdheden, gelden, goederen en vooral personeel naar hetzij het gemeentelijk, hetzij het Vlaamse niveau, al naargelang waar het het beste thuis hoort.

In principe is, was – of is nog steeds, dat is niet duidelijk – dat ook in mindere of meerdere mate het standpunt van de meeste politieke partijen in Vlaanderen. De voorbije jaren zagen we al een gedeeltelijke ontmanteling, een stripping van een aantal provinciale bevoegdheden. Zodat de provincie van vandaag – en begrijp mij niet verkeerd, ik zeg dit zonder enige ironie of leedvermaak – nog maar een schim is van wat het was toen ik hier zo een 12 jaar geleden ook kort verbleef.

Persoonlijk kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat die operatie al niet veel professioneler gedaan is als de verschillende regionaliseringen van de al te verdeelde bevoegdheidspaketten van het belgische niveau naar o.a Vlaanderen. Maar dat is een andere debat en trouwens niet de fout van de provincies.

En dan kwam, tijdens de zoektocht naar de nieuwe Vlaamse regering, de nota De Wever die onomwonden komaf wilde maken met het provinciaal niveau. De toestand leek hopeloos maar was duidelijk niet ernstig, want eens die nieuwe Vlaamse regering er was, besliste ze met niet al te veel overtuiging maar toch dat ze er nog wel een tijd mee wil doorgaan, met de provincies.

Was de nota De Wever dan maar om te lachen? Of was het maar een standpunt om dan snel wat pasmunt te kunnen toegeven aan de coalitie partners? Of ging het, zoals men dat in de politiek zo graag noemt, om ‘voortschrijdend inzicht’?

Of wordt de vraag ‘to be or not to be’ van de provincies, net zoals die van de senaat, eerder een soort van politiek perpetuum mobile? Wie zal het zeggen?

Kwade tongen zullen beweren dat de provincie zelf meehelpt om de eigen afschaffing voor te bereiden gelet op de doorgedreven verzelfstandiging van tal van provinciale instellingen, die steeds maar verder gaat. Ook hier heeft iedereen recht op duidelijkheid en transparantie. Hoewel ik vrees dat slechts de toekomst hier zal op antwoorden.

Hoe dan ook, voor de lopende legislatuur is de toestand nu – hopelijk – duidelijk en moeten we er op een degelijke manier mee verder en er het beste van maken.

Mijn oprechte dank gaat dan ook uit naar het personeel van de provincie, dat ze ondanks die aanhoudende tijden van onzekerheid zich blijven inzetten en ook nu weer een knap staaltje van professionaliteit geleverd hebben met de omzetting van het beleidsplan naar dit meerjarenplan 2020 – 2025 en budget 2020. En vooral met de tijdige en omstandige informatie erover, de cijfers en begeleidende nota’s.

Dank daarvoor.

Het Vlaams Belang heeft er, als grootste oppositiepartij, geen moeite mee om toe te geven dat er in het Beleidsplan van de provincie verschillende positieve elementen zitten, wat Marijke Dillen mijn voorganger trouwens reeds gezegd heeft. Zo ook in het meerjarenplan en budget. Het Rekenhof geeft ons – en als ik een slecht karakter zou hebben, zou ik zeggen helaas – geeft ons niet veel argumenten om er financieel tegen in te gaan. Alle voorwaarden van de nieuwe ‘Beleids- en beheerscyclus BBC2020’ zouden immers vervuld zijn. En eerlijk gezegd zijn bij voorbeeld de bezuinigingen die de provincie doorvoert mbt het inperken en terugname van de financiële reserves van verschillende APB’s een daad van goed bestuur. Tout semble donc pour le mieux dans le meilleur des mondes!

Maar dat zou natuurlijk al te gemakkelijk zijn. Het zijn de gedeputeerden zelf die de achilles pees van dit Meerjarenplan en budget weergeven in hun nota over de ‘financiële risico’s’. Ik citeer: ‘ de effectieve realisatie van de in het MJP opgenomen ontvangsten is essentieel voor het bewaren van het financieel evenwicht’. Einde citaat.

Maw het hele voorspelde evenwicht staat of valt met de goodwill van bestuurlijke niveau’s die je, in tegenstelling tot provincies in het algemeen, nu niet direct stabiel kunt noemen. Zoals ik zei: de achilles pees.

Een van de redenen waarom het Vlaams Belang dit meerjarenplan en budget niet zal goedkeuren ligt hierin trouwens. Wij zullen gedegen oppositie voeren, steunen wat goed is, bekritiseren wat beter kan en verwerpen wat voor ons niet aanvaardbaar is.

Die waakhond rol is de taak van de oppositie waar wij ons zullen aan kwijten.Hoewel men het in dit belgische onland niet zou zeggen, is een democratie zonder oppositie een dictatuur of in het beste geval een oligarchie. Laat het nog eens gezegd zijn – voor het geval dat jullie er zouden aan twijfelen – dat is een van de redenen waarom belgië zo snel mogelijk moet verdwijnen.

Tot slot graag nog een aantal detail elementen over een aantal beleidspunten:

De provincie zal een aantal onroerende goederen verkopen: het Coveliersgebouw. Geen probleem wat ons betreft het heeft zijn nut bewezen. Maar bij de verkoop van sociale woningen heb ik toch een aantal bedenkingen over de voorwaarden waarop dit verkocht zullen worden. En dan heb ik het niet over de prijs maar over de bestemming van de woningen en de voorwaarden die aan de bewoners in de toekomst zullen opgelegd worden. In tijden van enorme tekorten aan sociale woningen moet daar meer dan omzichtig en vooral sociaal rechtvaardig mee omgegaan worden.

Antwerpen Fietsprovincie. Voor de periode 2020 – 2025 zullen de investeringen in fietsostrades e.d. stijgen van 27 naar 46 miljoen Euro ofte ongeveer met 70% en maken die de belangrijkste investeringen uit van het MJP. Als niet fietser vind ik dit een goede zaak. Maar ik heb er twee bedenkingen bij:

– ook hier rekenen jullie er op dat Vlaanderen de helft van de uitgaven zal financieren. Ik hoop het met jullie.

– maar ik mis in heel dat plan maatregelen voor de zwakste weggebruikers, met name de stappers? Die volgens mij vandaag meer en meer gevaar lopen op de weg, ook door het toenemend fietsverkeer, ook van speciale fietsen en de inpalming van sommige voetpaden voor en door bredere fietsinfrastructuur. Denk daar ook eens aan.

Subsidies. De provincie is een gulle gever van subsidies aan allerlei projecten waarvan de ene ons al meer zint dan de andere. Ik lees dat die subsidies zonder indexering doorgetrokken worden tot 2025. Goed zo, maar het bespreken van een MJP en budget lijkt mij toch wel het ideale moment om het dossier subsidies eindelijk eens in de commissie te brengen om daar een ernstig debat over te houden. Het gaat niet op om steeds dezelfde bevoorrechten te steunen. Dat wordt een verplichting en werkt als een infuus. Waarom zou de provincie hier trouwens niet, in navolging van de politiek van haar bevoogdende Vlaamse overheid, eens een knuppel in het hoenderhok gooien en zichzelf ernstig bevragen of het nog wel moet zoals het al jaren loopt. Je zal hierin het Vlaams Belang als partner terug vinden.

Ondanks de beperktere bevoegdheden heeft de provincie toch de kans om een goed beleid over haar andere bevoegdheden zoals daar zijn milieu, natuurbeheer, waterbeheer, mobiliteit en klimaat. Waar u mevrouw de gouverneur ons vorige vrijdag nog bezielend een spiegel hebt voor gehouden.  Een dergelijk beleid stopt trouwens niet bij de provincie of landsgrenzen. Wij pleiten er dan ook voor om hier veel meer dan vandaag te kijken naar een samenwerking met de buur provincie in Nederland. Mag ik zeggen dat de provincie Limburg hier een voorbeeld en voortrekkersrol vervult.

In het tijdsbestek van 10 minuten is het niet mogelijk op ook nog in te gaan op economie, landbouw, Europa, onderwijs enz… allemaal beleidsdomeinen waar de provincie haar zeg… zegje in heeft. Mijn fractiegenoten zullen over een aantal hiervan gerichte vragen stellen de komende dagen.

En, als het God en de Vlaamse regering belieft, we zitten hier nog een tijdje samen en zal u ons daar ook stelselmatig over horen.

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de voorzitter,
Dames en heren gedeputeerden,
Collega raadsleden,

Ik besluit dat het Vlaams Belang dit MJP en budget niet zal goedkeuren maar er nauw zal op toe zien dat in de komende jaren de goede beleidspunten erin uitgevoerd wordt en dan zelfs met onze steun.

Wat de beleidspunten betreft die ons niet zinnen, daar zullen we ons met of zonder de collega’s van de oppositie hard tegen verzetten.

Indachtig dat ‘het niet nodig is te hopen om te ondernemen, noch te slagen om te volharden’. Dat heeft onze partij al meer bewezen trouwens.

Dank,

Bruno Valkeniers
10/12/19

tussenkomst van Erik De Quick in verband met de ruimtedefinitie groene binnengebieden

In het bestuursakkoord 2019-2024 staan heel mooie beloften.
Ik weet dat de legislatuur nog niet ten einde is en er dus zeker nog wat tijd rest om een aantal zaken te verwezenlijken, maar niettemin is het toch wenselijk om de begroting even te toetsen aan de planning. En er vallen mij onmiddellijk al enkele bijzonder zaken op. Zo lees ik in het bestuursakkoord bij het algemeen beleid dat u het evenwicht wil bewaken tussen stedenbouw en milieu. U schenkt hier de nodige aandacht aan het belang van groene ruimten en binnengebieden. In uw ‘goednieuwsshow’ tijdens de verenigde raadscommissie van 6 november meldt u dat u met het provinciaal ruimtelijk beleidsplan Antwerpen een scherper ruimtelijk beleid beoogt door een intensievere én kwalitatievere invulling van de bestaande ruimte. U stelt tevens dat u verdere uitwerking wil bewerkstellingen door deze abstractie visie door te vertalen naar concrete acties. Wat wordt bedoeld met de intensievere en kwalitatievere invulling van de bestaande ruimte wordt niet gedefinieerd. In nogal wat steden en gemeenten liggen er groene binnengebieden in zones die als bouwgrond zijn ingetekend. Vandaar mijn vragen:
• Hoe moeten we ons in die binnengebieden de kwalitatievere invulling voorstellen?
• Benadert u de bestaande ruimte vanuit het oogpunt “mogelijkheid tot bewoning” (- niet bebouwd gebied in een bouwzone – of “mogelijkheid tot beplanting” – niet bebouwd gebied dat groene zone kan worden?
• Zal hierbij voorrang worden verleend aan de verdere bebouwing van deze gebieden of zal er worden gekozen voor meer beplanting met luchtzuiverende bomen?
• Wordt er voorrang gegeven aan stadsuitbreiding / stadsinbreiding of aan natuuruitbreiding in deze bestaande ruimte?
• Vanaf wanneer wordt gesproken van een groen binnengebied? Wat is hiervan de minimum en maximum grootte? Wat is hiervan de concrete invulling? Gaat het om bosgebied, of gewone grasbegroeiing, om weiland, enz.?

antwoord van de heer LEMMENS, gedeputeerde.
Mijnheer De Quick, ik zal eerst even op uw vragen antwoorden alvorens ik verder de complimenten van mevrouw Van Dienderen in ontvangst neem. Mijnheer De Quick, de concrete invulling van binnengebieden is een zaak van die omgevingsvergunningen, de bijhorende wetgeving en de ruimtelijke planning op gemeentelijk niveau. Het zijn zij die rond binnengebieden al of niet een vergunning moeten afleveren of de definitie geven. De zogenaamde goednieuwsshow waar u naar verwijst: ik vind dat een beetje oneerbiedig, eerlijk gezegd, voor het werk dat onze mensen daar hebben ingestoken. Ik heb gebracht waar er al 2 à 3 jaar aan gewerkt is. Men zou dat ook wel mogen appreciëren, denk ik. In die nota Ruimte in dat provinciaal beleidsplan Ruimte Antwerpen gaan we niet in op de binnengebieden op zich, maar wel op de woonkern en de rol van de kern in het groter geheel. Hoe maken we een woonkern als geheel kwalitatiever, en hoe komen we hier tot een kwalitatieve verdichting? Dat is in feite waar het over gaat. We gaan de lokale besturen voor dit aspect natuurlijk ondersteunen.
Dat is belangrijk als zij hun gemeentelijke beleidsplannen willen verfijnen. En dan gaan we er zeker ook mee werken. U vroeg ook: benadert u de bestaande ruimte vanuit het oogpunt mogelijkheid tot bewoning, of mogelijkheid tot beplanting, enz.? Wij benaderen nu de bestaande ruimte vanuit onze 4 basisprincipes. Die zijn zuinig ruimtegebruik, veerkracht, nabijheid en bereikbaarheid. U hebt het allemaal kunnen vernemen. Bij de benadering van de mogelijkheden in de kern is er dus zeker geen of-of-verhaal, maar een en-en-verhaal. De ruimte zullen we in zijn totaliteit bekijken. Het invullen van de binnengebieden moet doordacht gebeuren met het oog op de leefbaarheid voor bewoners en gebruikers. Dat invullen kan zowel met bebouwing van open ruimte, als een combinatie van beide zijn. Maar de voorwaarde moet steeds kwaliteit zijn waar we ook altijd willen op inzetten. Dat is ook een principe dat als een rode draad door onze nota Ruimte zit, van ons provinciaal beleidsplan Ruimte. U hebt dan nog vragen over de voorrang voor de verdere bebouwing van de gebieden, en luchtzuiverende bomen, enz. Beide vragen, de stadsuitbreiding, de stadsinbreiding, en de natuuruitbreiding in bestaande ruimte, zijn belangrijk. Wij gaan voor het versterken, en dat is ook een basis van onze nota Ruimte, van de open ruimte, dus ook in kernen. Maar we gaan ook voor inbreiding en verdichting in kernen die goed gelegen zijn en een hoog voorzieningsniveau hebben. Dat is ook belangrijk. Je moet die samen bekijken, open ruimte en verdichting. Als je verdichting kan realiseren, kan je ook buiten meer open ruimte garanderen. Dat is de visie die alom aanwezig is in onze nota Ruimte. Die aspecten zijn opgenomen in de conceptnota, zuinig ruimtegebruik en veerkracht, en ook samenhangend ecologisch netwerk. Dat is dus geen voorrangsdiscussie waar we het hier over hebben, maar ik denk dat algemene normen of voorrangsregels hier ook geen soelaas brengen. We moeten die zaken echt bekijken in functie van het gebied. Maar fundamenteel is: verdichten zodat je meer open ruimte kan creëren. Je zal ook moeten verdichten, maar ook open ruimte creëren in de steden, want mensen moeten zich daar goed bij voelen. Dat is geen gemakkelijke discussie, maar die moeten we in alle geval toch aangaan. Wanneer wordt er gesproken van een groen binnengebied? Ik zal u heel duidelijk zeggen dat daar geen duidelijk afgelijnde definitie is van een binnengebied. In ruimtelijke ordening gaat het vaak om het gebied gelegen binnen een bebouwd blok. Soms gaat het ook om een aaneenschakeling van verschillende tuinen. Dat kan ook een binnengebied zijn. In onze nota Ruimte wordt die term ook niet gebruikt, omdat wij natuurlijk als provincie het ruimere kader bekijken met een helikopterzicht over onze ganse provincie. Definities van een kern in een gemeente zullen meer en meer door een gemeente bepaald worden via RUP’s en dergelijke meer. Wij geven de grote lijnen mee en hopen natuurlijk dat die grote lijnen ook worden gebruikt door gemeenten in hun vergunningenbeleid.

De heer DE QUICK.- Gedeputeerde Lemmens, bedankt voor uw uitleg. Ik had dat antwoord verwacht. Het is inderdaad zo dat de gemeenten met ruimtelijke uitvoeringsplannen een aantal bepalingen opleggen, maar het stoort mij een beetje dat de provincie geen onderscheid maakt in die binnengebieden tussen de binnengebieden waar een bedrijf gestaan heeft, of die gebetonneerd zijn en de groene binnengebieden. Het gebeurt nu meer dat er stadsinbreiding gebeurt, zelfs op groene binnengebieden. En als ik dan in de toespraak van de gouverneur hoor dat gezonde lucht en fijnstof een prioriteit moet zijn, denk ik dat je beter die groene binnengebieden in de steden bewaart en behoudt en aan stadsinbreiding doet aan die gebieden die ooit bebouwd zijn geweest, of die gebetonneerd of verhard zijn, en niet in die groene binnengebieden een stukje bebouwt en dan de helft van dat groene gebied wegneemt om dan de helft te behouden als groene zone met gras. Ik denk als de provincie gaat voor duurzaam ruimtegebruik, u inderdaad, zoals u daarstraks heeft gemeld, in overleg moet gaan met die gemeenten over de ruimteinvulling, en dat u een sturende rol kan hebben in die bepaling van die groene binnengebieden en stadsinbreiding en stadsuitbreiding. Het is namelijk zo dat het niet alleen gaat om groene gebieden buiten de steden en woonkernen, maar dat het van het grootste belang is dat er ook groene gebieden blijven binnen die stads- en dorpskernen omdat die uiterst belangrijk zijn voor onze gezondheid.

De heer LEMMENS, gedeputeerde.- Het zal u misschien verbazen, maar ik ben volledig akkoord met wat u zegt. Dat is niet in tegenstrijd met onze nota Ruimte. Uiteraard moet je binnen steden en dorpen ook zien, ook al wordt er verdicht, dat je ook nog kwalitatief genoeg open ruimte hebt. Ik denk dat elke gemeente die zichzelf respecteert ook wel tracht in zijn kern de nodige ruimte te voorzien waar mensen zich goed voelen. Dat is de kwaliteit waar ik het daarjuist over had. Maar het zal natuurlijk aan de gemeenten zijn om binnen RUP’s en binnen beleidsmatig gewenste ontwikkelingen te zien of zij hun kernen op een goede manier verder ontwikkelen. En ik hoop dat ze doen met in het achterhoofd dat beleidsplan Ruimte provincie Antwerpen, waar een aantal worden aangereikt naar gemeenten om ermee om te gaan. Dat is verdichting en open ruimte, maar kwalitatief ruimtegebruik. Dat is enorm belangrijk in deze.

De provincie niet uitgenodigd op Gezamenlijke raadscommissie over de overkapping van de ring

Het Antwerps stadsbestuur organiseerde woensdag 23 oktober 2019 een gezamenlijke commissie in het provinciehuis.
Het thema was ‘overkappingsproces van de Ring in het kader van het toekomstverbond’.
Met uitzondering van de provincieraadsleden kregen alle Antwerpse raadsleden hiervoor een uitnodiging. (Zowel gemeente- als districtsraadsleden)
De Oosterweelverbinding en de overkapping van de Ring zullen het wegennet in de regio Antwerpen aanzienlijk veranderen.

Namens onze fractie stelde Jan Claessen volgende vragen.

  1. Was het Antwerps provinciebestuur uitgenodigd op deze raadscommissie?
    Zo ja, wie was aanwezig?

    Zoals u zelf aangeeft in uw schriftelijke vraag, is dit een organisatie binnen de stad Antwerpen, met name voor de gemeenteraadsleden en de districtsraadleden. De provincie Antwerpen was hierbij niet uitgenodigd, maar behoort niet tot het stadsbestuur.
  2. Ook voor een provincieraadslid is dit historisch dossier over de uitwerking van de Oosterweelverbinding gewichtig.
    Waarom – vermits de themacommissie doorging in het auditorium van het provinciehuis – werden de provincieraadsleden niet uitgenodigd?

    Omdat het ging om een organisatie binnen de context van het lokaal bestuur van de stad Antwerpen.
  3. Waarom heeft het provinciebestuur nog geen themacommissie gepland over deze drastische aanpassing van het wegennet binnen de provincie?
    De provincie Antwerpen is bezig met de opmaak van de Beleidsnota Ruimte, waarin de nabijheid en bereikbaarheid 1 van de 4 ruimtelijke principes is, zodat we ons in eerste instantie minder, maar ook duurzaam verplaatsen. Deze beleidsnota is uitvoerig in de provincieraad aan bod gekomen.
  4. Had het gebruik van het auditorium financiële gevolgen voor de provincie?
    Nee, de stad Antwerpen heeft enkel gebruik gemaakt van ons auditorium.

ook de politiezone hekla wil duidelijkheid van het edegemse bestuur

Momenteel zijn de budgetten en het meerjarenplan een heikel punt in Edegem, maar toch wil de nieuwe korpschef Ivo Vereycken na het moeilijke debat dat in december zal plaatsvinden, klaar en duidelijk weten wat de krachtlijnen en de budgettaire ruimte zal zijn.
Hij zal met zijn diensten dat duidelijk kader dan zo goed mogelijk invullen en uitzetten over meerdere jaren zodat het Edegemse bestuur ook weet wat te verwachten is. Met die werkwijze hoeft niemand de zwarte piet door te schuiven en kan er open en op een transparante manier met elkaar gecommuniceerd worden.
Dit is de analyse van de toelichting die de korpschef gaf op de commissie van 20 november.

Er is een zonaal veiligheidsplan in de maak waarbij volgende problemen prioritair zullen aangepakt worden.
– inbraak woningen en gebouwen
– de verkeersveiligheid met aandacht voor fietsers
– overlast in de brede betekenis van het woord
– intrafamiliaal geweld
De groepscohesie zal verder uitgebouwd worden alsook het vertrouwen met de overheid en de andere partners.

De nieuwe korpschef gaat resoluut voor een mensgerichte aanpak en een zichtbare aanwezigheid en aanspreekbaarheid van de politie.
Op papier zouden er 164 manschappen moeten zijn in de zone HEKLA waarvan 135 operationeel. Maar door de achterstand in de scholen loopt het recruteringsproces traag zodat er momenteel een tekort is van 14 manschappen.
Mensen die op pensioen gaan, zullen niet onmiddellijk vervangen worden maar ondanks dit deficit zal iedereen efficiënt worden ingezet zodat er toch zoveel mogelijk blauw in het straatbeeld te zien is.
Er is voor de interventiepatrouilles behoefte aan 35 inspecteurs. Momenteel zijn er 33 waarvan er 2 zwanger zijn. Dit maakt dat de mensen van de wijkwerking momenteel moeten inspringen, maar van zodra er nieuwe rekruten aanwezig zijn, zal de wijkwerking terug versterkt worden.
Of onze politiezone zal samensmelten of niet, er is al wel rond de tafel gezeten met de korpschef van de zone Minos en Rupel om te kijken hoe er in ondersteunende processen beter kan samengewerkt worden.
Dit gaat van beheer van het personeel, tot logistiek, informatica en financiën.

Korpschef Ivo Vereycken tijdens de toelichting van zijn plannen op de commissie van 20 november

Verwarmingscoaches

Dit najaar zetten de Antwerpse gemeenten en de provincie verder in op optimaal verwarmen. Weet je niet hoe je je binnentemperatuur best regelt? Wil je eens horen van een specialist hoe je zonder kou te lijden kan besparen op je energiefactuur? Dan kan je via de provincie een gratis huisbezoek van een verwarmingscoach aanvragen. 
De coaches controleren de temperatuur in je leefruimtes, of er ergens warmte onnodig ontsnapt en of de thermostaat wel optimaal geplaatst en ingesteld is.
Tot 30 september konden geïnteresseerde vrijwilligers zich kandidaat stellen bij de provincie voor deze opleiding/vorming verwarmingscoach.

Namens onze fractie stelde ik hierover volgende vragen.

  1. Hoeveel verwarmingscoaches waren er actief in de winter 2017-2018 en 2018-2019 ?
    2017-2018: 26 verwarmingscoaches uit 16 gemeenten 2018-2019: 34 verwarmingscoaches uit 25 gemeenten Dit zit in stijgende lijn. Voor de editie 2019-2020 werden 48 coaches opgeleid uit 40 gemeenten (inschrijvingen nog lopende).
  2. Hoeveel aanvragen waren er per gemeente en hoeveel huisbezoeken werden er toen gedaan per gemeente ?
    Tijdens de winter van 2017-2018 legden de verwarmingscoaches enkel huisbezoeken af in hun eigen gemeente. Dit betekende dat er in 16 gemeenten aanvragen ingediend konden worden. Zie tabel 1 (als bijlage) voor het overzicht van de aanvragen in die gemeenten. In totaal werden 282 huisbezoeken afgelegd. Aangezien er regelmatig vragen kwamen van huishoudens uit andere gemeenten, stuurden we de werkwijze wat bij tijdens de winter van 2018-2019. In totaal werden toen 373 huisbezoeken afgelegd. We gaven de verwarmingscoaches de mogelijkheid om ook buiten hun gemeente huisbezoeken af te leggen. Hierbij maken we een onderscheid tussen ‘actieve’ gemeenten en de overige gemeenten:
    In de actieve gemeenten is er effectief een verwarmingscoach (die hoeft niet in die gemeente te wonen) die zich opgegeven heeft om de aanvragen in deze gemeenten voor zijn/haar rekening te nemen. In deze ‘actieve’ gemeenten kon de gemeente de promotie voor de huisbezoeken opstarten.
    – In de overige gemeenten is er dus geen verwarmingscoach aan de slag. Toch konden de inwoners van deze gemeenten een huisbezoek aanvragen. Dit huisbezoek werd dan voorgelegd aan het team van verwarmingscoaches en uitgevoerd indien mogelijk. De aanvragers werden op voorhand op de hoogte gebracht van het feit dat we hen geen huisbezoek konden beloven, maar dat de aanvraag voorgelegd werd aan de verwarmingscoaches.
    Zie tabel 2 (als bijlage) voor het overzicht van aanvragen en huisbezoeken in de gemeenten. De aanvragen uit de overige gemeenten wordt verder opgesplitst in tabel 3 (als bijlage).
  3. Was er in elke gemeente een coach actief ?
    Nee
  4. Hoe kan de burger beroep doen op zo’n coach ? 
    Door online of telefonisch een aanvraag in te dienen 
  5. Hoe lang duurt de vorming/opleiding ?
    De opleiding neemt een volledige dag in beslag. Doorheen het jaar bieden we de verwarmingscoaches ook de mogelijkheid aan om extra vragen en knelpunten te bespreken met de collega’s en een expert tijdens een eenmalig fysiek terugkoppelingsmoment. Coaches wisselen op continue basis op een digitaal platform ervaringen uit met elkaar en Kamp C.
  6. Krijgen de coaches een certificaat ?
    Nee
  7. Hoe weet de burger het een te vertrouwen persoon is ?
    De verwarmingscoaches tekenen allemaal een informatienota waarin opgenomen is dat zij optreden als vertegenwoordiger van de provincie en gemeenten. Hier wordt ook besproken welke waarden de provincie hoog in het vaandel draagt en is een artikel opgenomen rond geheimhoudingsplicht en privacy. Daarnaast dienen de vrijwilligers ook een attest van goed gedrag en zeden voor te leggen.
  8. Dient een coach zich elk jaar te her- of bijscholen ?
    Er wordt jaarlijks een startmoment georganiseerd aan het begin van de winter. In de loop van de winter volgt dan een eenmalig fysiek terugkoppelingsmoment waarin de belangrijkste punten van de opleiding opgefrist worden en er ruimte is voor extra vragen.
  9. Hoe wordt de aanvrager op de hoogte gesteld van de voorgestelde maatregen ?
    De aanvrager ontvangt na het huisbezoek een (indien mogelijk) digitaal of afgeprint verslag.
  10. Hoeveel kandidaturen zijn er binnengekomen om verwarmingscoach te worden voor de winter 2019-2020 ?
    Voor deze winter worden er 48 verwarmingscoaches opgeleid.
  11. In het bestuursakkoord staat dat de focus van de provincie zich vanaf nu hoofdzakelijk richt op B2B-beleid, van bestuur tot bestuur, en in steeds mindere mate rechtstreeks naar de burger. Wordt er een budget voorzien om in de winter van 2020-2021 te werken met verwarmingscoaches ? 
    Met deze provinciale klimaatactie ondersteunt de provincie Antwerpen haar gemeenten bij het behalen van hun klimaatdoelstellingen. De vrijwilligerswerking past dus perfect binnen het B2B-beleid. Aangezien de werking ook positief geëvalueerd wordt door de gemeentebesturen, wordt er budget voorzien om in de winter van 2020-2021 verder te werken met verwarmingscoaches.
  12. De provincie is gestopt met groepsaankopen van elektriciteit en gas. Hoe verhoudt zich deze beslissing tot het vormen van coaches ?
    Deze beslissingen staan los van elkaar.
  13. Wat heeft het de twee vorige winters gekost aan opleiding, materiaal, verzekering en onkostenvergoedingen ?

trots Vlaming & Edegemnaar !